Droogte Syrië wordt geteisterd door de ergste droogte in decennia. Oogsten mislukken en de voedselonzekerheid neemt toe. Op het platteland in de buurt van Damascus maken boeren zich zorgen om hun bestaan. „Vroeger was het hier een paradijs.”
Boer Khaled Hasan al-Ghrayyeb (69) plukt vijgen die de droogte hebben doorstaan.
De granaatappels kleuren gelig, in plaats van dieprood. Tussen braakliggende graanvelden lopen droge irrigatiekanalen. De Ghouta is een oase ten zuidoosten van de Syrische hoofdstad Damascus, gevormd door de Barada-rivier die ontspringt in de bergen langs de Libanees-Syrische grens. Het plattelandsgebied van zo’n tweehonderd vierkante kilometer is historisch de belangrijkste bron van fruit en groente voor de inwoners van de stad.
Maar door de droogte is van een oase nauwelijks nog sprake: tussen woestijnachtige velden liggen slechts plukjes groen. „Vroeger was het hier een paradijs”, zegt boer Khaled Hasan al-Ghrayyeb (69). „Je had de Barada-rivier en zijn zijrivieren, de landbouw. Maar nu is er niks meer, door de droogte, de oorlog en alles wat we hebben doorgemaakt.”Al-Ghrayyeb woont in het plaatsje Nashabiya in de Ghouta, en heeft naast een bescheiden kudde vee 20 dunam (twee hectare) land met fruitbomen: abrikozen, perziken, vijgen en granaatappels. In de schaduw van donkergroene bladeren plukt hij een handvol vijgen van een van zijn bomen: ze zijn zoet, maar klein.
Elders op het land zijn de bomen droog, en geven niet of nauwelijks vruchten. De bladeren van een perzikboom zijn aangevreten door wormen en insecten, waarvan het aantal door de milde winters is toegenomen. Behalve dat zijn fruitplantage uitdroogt, is zijn vee sneller ziek door schaars en vervuild water: van de tien koeien die hij had, is nog maar de helft in leven.
Boer Khaled Hasan al-Ghrayyeb bij zijn huis in Ghouta.
Dierlijke resten in een door droogte getroffen veld in Ghouta.
Een olijfboom heeft de droogte overleefd.
Syrië kampt met de ergste droogte in 36 jaar, die een extra klap is voor de al zeer zwakke economie. Na de val van het regime van Bashar al-Assad in december, na dertien jaar burgeroorlog, staat de regering onder leiding van Ahmed al-Sharaa voor de enorme uitdaging het land opnieuw op te bouwen.
In Syrië leeft naar schatting 90 procent van de bevolking onder de armoedegrens. Al voor de huidige droogte hadden 14,5 miljoen mensen in Syrië op een geschatte bevolking van ruim 23,7 miljoen te maken met voedselonzekerheid. Door de extreme droogte dreigt die situatie in de komende maanden verder te verslechteren. Voor miljoenen Syriërs dreigt dan honger.
De geringe regenval gedurende de winter heeft onder meer geleid tot een 40 procent lagere tarweoogst. Volgens een schatting van de VN-voedsel en landbouworganisatie (FAO) komt Syrië dit jaar naar verwachting 2,73 miljoen ton tarwe tekort. Voor 2011 was Syrië een belangrijke tarweproducent en -exporteur. Tot de val van Assad in december leunde Syrië op import van graan uit Rusland.
„De droogte heeft enorme gevolgen voor de voedselproductie en voedselzekerheid. Niet alleen tarwe is er te weinig, maar ook andere gewassen”, zegt Marianne Ward, directeur in Syrië van het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties, telefonisch vanuit Damascus. „Veel landbouwvelden zien eruit als woestijn.”
Een uitgedroogde irrigatiekanaal in Ghouta.
De boeren in de Ghouta vrezen voor hun bestaan, de problemen stapelen zich op. De Baradarivier is voor het grootste deel doorgevallen, net als veel irrigatiekanalen. „Alsof je een druppeltje water drinkt in plaats van een heel glas”, zegt Al-Ghrayyeb, wijzend op een van zijn abrikozenbomen, waar uit een irrigatiebuisje bij de wortels schaarse druppels water komen.
In de door hemzelf gegraven putten op zijn land staat nauwelijks water. „Het water begint gewoonlijk op zo’n 65 meter diepte. Nu pas na 150 meter. Maar om de put te verdiepen heb ik ruim 120 miljoen Syrische pond nodig”, zegt Al-Ghrayyeb, bijna 8.000 euro. Hij hoopt dat de overheid steun geeft.
Ook schoon drinkwater is schaars in Damascus en het omliggende platteland. Al-Ghrayyeb koopt tanks van tweehonderd liter voor 15.000 Syrische pond (circa 1 euro), maar veel families kunnen zich het gefilterde drinkwater niet veroorloven.
Een uitgedroogde bron.
Ook in de jaren voor het uitbreken van de Syrische opstand tegen het regime van Bashar al-Assad in 2011, had Syrië te maken met extreme droogte. Wetenschappers en analisten brachten de trek van tienduizenden boerenfamilies vanaf het Syrische platteland naar de steden – in hun zoektocht naar een nieuw bestaan – in verband met de sociale en politieke onrust.
Een directe link leggen tussen de droogte of klimaatverandering en de opstand is echter te simplistisch. Andere wetenschappers wezen er bovendien op dat de droogte en het water- en voedselgebrek voorafgaand aan de opstand mede het resultaat was van decennialange corruptie en politiek wanbeleid onder het Assad-regime.
De huidige droogte in Syrië is zowel het gevolg van klimaatverandering en verwoestijning als de grootschalige verwoesting door de Syrische burgeroorlog. „Het conflict heeft negatieve gevolgen gehad voor de infrastructuur in het hele land, inclusief water voor de landbouw, fabrieken, en bakkerijen,” zegt Ward. „Veel waterinstallaties en pompen zijn verwoest of beschadigd, zowel door directe treffers als door gebrekkig onderhoud.”
Het WFP buigt zich momenteel over het herstel van een afvalwaterzuiveringsinstallatie in Adra, Oost-Ghouta, zodat boeren weer beschikking hebben over water voor irrigatie. Rioolwater uit Damascus werd daar gezuiverd en vervolgens naar de Ghouta gebracht voor gebruik in de landbouw.
Boer Mahmoud al-Hubaish (63).
Mahmoud al-Hubaish (63), een fruitboer uit de Ghouta die als vrijwilliger voor de gemeente van Nashabiya werkt, vertelt in een kantoortje van het gemeentehuis over de installatie in Adra, die tijdens de oorlog werd beschadigd. „De verwoesting ten tijde van het vorige regime was opzettelijk”, meent Al-Hubaish. Hij zegt dat het water door het regime werd weggeleid van het platteland van de Ghouta.
Tijdens de Syrische burgeroorlog werd Oost-Ghouta, dat toen deels in handen was van rebellen van de oppositie, door het Assad-regime belegerd en hevig gebombardeerd, en in de zomer van 2013 aangevallen met gifgas. Nog altijd ligt een groot deel van het gebied in puin.
Aan de rand van Al-Ghrayyeb’s fruitbomenplantage ligt een antitankwapen op de grond. Na gedwongen afwezigheid door de belegering van het regime in 2018, gevolgd door het vertrek van de oppositie, had de boer weer toegang tot zijn land. Hij liet zijn schapen over het land lopen om te zien of er onontplofte explosieven lagen.
Ook dat is een probleem voor Syrische boeren, en voor de voedselproductie: als gevolg van de burgeroorlog ligt het land bezaaid met landmijnen en onontplofte explosieven. Volgens het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten zijn er sinds de val van het Assad-regime ruim zeshonderd burgers omgekomen door explosies.
Het WFP probeert te voorkomen dat Syrische boeren hun land verlaten, vertelt Ward, want dat zou de landbouw en voedselproductie in het land nog verder verzwakken. De organisatie verdeelt momenteel, in coördinatie met het Syrische ministerie van Landbouw, 7 miljoen euro onder 30.000 boerenfamilies in het land. Gedurende zes maanden ontvangen zij geld en voedselhulp, als compensatie voor het verlies van hun gewassen en om hen in staat te stellen nieuwe gewassen te verbouwen.
Voor sommige boeren in de Ghouta komt de hulp mogelijk te laat. „Er zijn veel mensen die overwegen om de landbouw te verlaten”, zegt Al-Hubaish. „Ik heb sinds tien jaar een tuin met fruitbomen, maar ik heb een volledig jaar verloren. Door het uitdrogen van mijn bomen moet ik helemaal opnieuw beginnen.”
Boomgaarden in Syrië lijden onder de droogte.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC