Ipsos I&O-onderzoek Politici moeten minder ruziën en meer samenwerken, zeggen Nederlanders van links tot rechts. Maar zelf zijn kiezers ook sterk verdeeld over de basisprincipes van de democratie, blijkt uit onderzoek.
Aanwezigen op de publieke tribune kijken naar een debat in de Tweede Kamer over het rapport ‘Blind voor mens en recht’ van de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening.
Kiezers zijn ontevreden over de Nederlandse democratie, maar ook diep verdeeld over hoe de democratie dan wél moet functioneren. Dat blijkt uit onderzoek van Ipsos I&O in opdracht van NRC onder ruim 2.300 stemgerechtigde Nederlanders.
Waar Nederlanders het in grote meerderheid over eens zijn: politici moeten meer samenwerken en hun verschillen overbruggen. Dat zeggen twee op de drie kiezers. Maar het is vooral een abstracte wens, want tegelijkertijd neemt onder linkse en rechtse kiezers de steun af voor een coalitie met hun ideologische tegenpool.
Bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen, in november 2023, zei 44 procent van de VVD-kiezers absoluut geen samenwerking met GroenLinks-PvdA te willen, inmiddels is dat 56 procent. VVD-leider Dilan Yesilgöz heeft GroenLinks-PvdA de afgelopen maanden meermaals neergezet als een partij met gevaarlijke ideeën en een deels „extreme, links-radicale” achterban. Het percentage GroenLinks-PvdA-kiezers dat absoluut geen samenwerking met de VVD wil, is ook gestegen maar iets lichter, van 37 naar 42 procent.
De groeiende tweedeling kan de volgende kabinetsformatie bijzonder moeilijk maken. De kans is groot dat links en rechts moeten samenwerken om tot een Kamermeerderheid te komen. Zeker als de PVV, die nu ook door de VVD wordt uitgesloten, veel zetels haalt.
Met nog twee weken tot de verkiezingen hebben de politiek leiders het regelmatig over hun omgangsvormen en de onmacht om grote problemen op te lossen. Het thema leeft al langer en draagt bij aan een afnemend vertrouwen in de Nederlandse democratie, blijkt ook uit het nieuwe Ipsos I&O-onderzoek. Kiezers waarderen die gemiddeld met het rapportcijfer 5,2. Twee jaar geleden was dat nog een 5,9, en zeven jaar geleden een 6,4.
Van links tot rechts noemen kiezers slechte politieke omgangsvormen als reden voor hun onvrede over de democratie, evenals een gebrek aan samenwerking en het ontbreken van effectief beleid. „Men vecht liever met elkaar dan de problemen op te lossen”, zegt een CDA-kiezer.
Als je kiezers de stelling voorlegt dat linkse en rechtse partijen na de verkiezingen samen moeten regeren om Nederland bestuurbaar te houden, is de helft het daarmee eens, en slechts 18 procent het daarmee oneens.
Pas als je concreet vraagt welke coalitiepartners linkse en rechtse kiezers acceptabel vinden, blijkt dat er helemaal niet zoveel steun is voor samenwerking met hun ideologische tegenpolen. Wel populair als mogelijke coalitiepartner bij een brede groep kiezers zijn vooral de middenpartijen CDA en in toenemende mate D66.
Daar komt nog bij dat mensen niet alleen negatiever zijn geworden over de partijen aan de andere kant van het politieke spectrum, maar in sommige gevallen óók over de mensen die op deze partijen stemmen. GroenLinks-PvdA-kiezers hebben het afgelopen halfjaar bijvoorbeeld een veel slechter beeld gekregen van mensen die VVD stemmen, laat het onderzoek zien.
Partijen die een punt maken van redelijkheid, fatsoen en de bereidheid om compromissen te sluiten, zoals CDA en D66, lijken de wind mee te hebben nu de campagne veel over politieke omgangsvormen gaat. Maar, zegt Ipsos I&O-onderzoeker Sjoerd van Heck: de opmars van het politieke midden in de peilingen „verbloemt” de sterke verdeeldheid onder kiezers over hoe de democratie moet functioneren.
Volgens kiezers van rechts-populistische partijen (PVV, JA21, BBB, FvD) staat de Nederlandse democratie vooral onder druk omdat ‘de wil van het volk’ wordt genegeerd. „Het volk stemt met een duidelijke meerderheid voor bepaald beleid”, zegt een JA21-kiezer in het onderzoek, maar wordt vervolgens „tegengewerkt door verdragen, instituten en ambtenaren”.
Kiezers van links-progressieve en middenpartijen concluderen precies het tegenovergestelde. Volgens hen is het probleem dat de bescherming van minderheden in Nederland onder druk staat en de tegenmacht van rechters, adviesorganen en media te vaak opzij wordt geschoven. „Politici respecteren de rechters en de rechtsstaat niet”, stelt een D66-kiezer.
Politici spreken veel over polarisatie, maar dit vormt volgens onderzoeker Van Heck de kern: „Twee groepen kiezers hebben een tegengesteld beeld over wat democratie eigenlijk is. Dat fundamentele verschil werkt door in alles.”
Zo vinden veruit de meeste links-progressieve kiezers dat de wil van de meerderheid van de burgers gepasseerd mag worden als dat nodig is om de rechtsstaat te beschermen. Rechts-populistische kiezers vinden veel vaker dat de wil van de meerderheid doorslaggevend moet zijn, óók als die „de rechtsstaat uitdaagt of aanpast”. Meer dan de helft van de PVV-kiezers vindt dat, en ongeveer 40 procent van de JA21- en BBB-kiezers.
De tegenstellingen worden nog groter wanneer je kiezers vraagt of wetenschappelijke adviezen van experts zwaarder moeten wegen dan de wens van de meerderheid. Kiezers van PVV en BBB(beiden zo’n 60 procent) en FvD (81 procent) geven de voorkeur aan de ‘volkswil’. Bij hun tegenpolen D66 en GroenLinks-PvdA (zo’n 70 procent) en Volt (89 procent) zijn de wetenschappelijke adviezen leidend.
Die laatste opvatting heeft óók risico’s, zegt Ipsos I&O-onderzoeker Maartje van de Koppel. Want hoeveel macht mogen experts uiteindelijk hebben? Wanneer slaat een democratie om in een technocratie? In een democratische rechtsstaat is er een „balans”, zegt Van de Koppel.
Opvallend: onder de VVD-kiezers sluit een substantiële minderheid zich aan bij de rechts-populistische opvattingen. Zo vindt 19 procent dat de wens van de meerderheid de grenzen van de rechtsstaat mag uitdagen. Een kwart van de VVD’ers vindt de volkswil zwaarder wegen dan adviezen van experts. Van Heck: „De potentiële VVD-kiezers lijken daarmee meer opgeschoven naar populistische opvattingen.”
Ook vinden veel VVD-kiezers (59 procent) dat het kabinet-Schoof last had van ‘tegenwerking’, veel meer dan de gemiddelde kiezer (42 procent). Ook kiezers van PVV (61 procent) en BBB (71 procent) zagen veel tegenwerking. Kiezers leggen de oorzaak vaak bij coalitiepartijen. Maar ook rechters, de Raad van State, EU, media en ambtenaren worden genoemd als reden dat het kabinet zo weinig voor elkaar kreeg.
Dit soort zorgen over de bestuurbaarheid van Nederland kunnen zelfs een voedingsbodem zijn voor autoritair leiderschap, concludeerde The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) onlangs. Volgens onderzoek van deze denktank verkiest bijna de helft van de Nederlanders in crisistijd een sterke leider die „daadkracht boven compromis” stelt.
Want juist dáár ontbrak het aan bij het kabinet-Schoof, zeggen kiezers in het Ipsos I&O-onderzoek: knopen doorhakken. De vier partijen werkten elkaar continu tegen, zegt een VVD-kiezer. „Helemaal met die jankerd van een Pieter Omtzigt.” Een andere VVD-kiezer wijst naar „NSC, GroenLinks-PvdA, Eerste Kamer, rechters, etc.”
PVV-kiezers noemen vaak „onverkozen”, „linkse” rechters. Een van hen zegt: „De meerderheid koos voor PVV. Maar door andere partijen was het lastig om bepaalde standpunten te kunnen bereiken.” In werkelijkheid kreeg de PVV in 2023 ruim 23 procent van de stemmen.
Dat grote groepen Nederlanders compleet verschillend denken over hoe de democratie moet functioneren, is nauwelijks onderwerp van publiek debat, zegt Van Heck. „De politiek leiders voeren nu een discussie over polarisatie en de verschillen in stijl, zoals omgangsvormen, maar dit fundamentele vraagstuk gaan ze uit de weg.” Want wat moet er gebeuren als de wil van de meerderheid botst met mensenrechten, wetenschappelijke adviezen en rechten van minderheden?
Sommige politici uiten kritiek op instituten en adviesorganen. BBB-leider Caroline van der Plas zei onlangs dat de Raad van State „te politiek gekleurd” is omdat er „veel D66-mensen” in zouden zitten. Van de achttien leden in de adviesafdeling van de Raad hebben drie mensen een D66-achtergrond.
Maar, zegt Van Heck, BBB begint geen discussie over hoe je met Raad van State-adviezen moet omgaan. „De partij valt het instituut zelf aan, omdat het de volkswil in de weg zou staan. Dan moet je niet gek staan te kijken als ook onder BBB-kiezers het draagvlak voor zulke instituties erodeert.”
Deze sluimerende tweedeling in democratische opvattingen dreigt de Nederlandse politiek te verlammen, zeggen de Ipsos I&O-onderzoekers. Als kiezers en partijen zo verschillend denken over hoe de democratie moet werken, zegt Van Heck, „dan komt het er uiteindelijk op uit dat ze helemaal niet meer kunnen samenwerken”.
Dat werd ook al zichtbaar in het kabinet-Schoof, waar verschillende democratie-opvattingen continu leidden tot frictie. Vorige week nog berichtte de NOS over een conflict tussen de demissionaire ministers van BBB en VVD. De BBB’ers willen soepelere stikstofnormen om nieuwe vergunningen voor woningbouw en boerenbedrijven af te kunnen geven. De VVD wijst op juridische analyses die waarschuwen dat zulke vergunningen bij de rechter niet standhouden.
In een volgend kabinet zou dit patroon zich zomaar kunnen herhalen. De kans op regeringsdeelname van de PVV is klein, maar ook kiezers van JA21, dat groeit in de peilingen, hechten meer waarde aan ‘de volkswil’ dan aan rechtsstatelijke tegenmacht.
Daar komt nog bij dat ze verschillende verwachtingen hebben van de politici op wie ze stemmen. Kiezers van vooral FvD en PVV, maar ook van JA21 en BBB, vinden veel vaker dan kiezers van linkse en middenpartijen dat politici vooral moeten opkomen voor hun eigen kiezers, „ook als dat leidt tot minder stabiliteit in het landsbestuur”.
Tegelijk vinden kiezers van links tot uiterst rechts dat politici ‘verantwoordelijkheid’ moeten tonen, maar dat begrip leggen ze heel verschillend uit. Veel PVV’ers zeggen in het Ipsos I&O-onderzoek bijvoorbeeld dat Geert Wilders zich heel verantwoordelijk toonde toen hij het kabinet-Schoof liet vallen. Een PVV-kiezer: „Hij durft de stekker eruit te trekken als je uiteindelijk niks voor elkaar krijgt door tegenwerking van onder andere NSC.”
Dat veel kiezers standvastigheid belangrijker vinden dan compromissen, kan ook volgende kabinetten kwetsbaar maken. Want als een politicus wéét dat zijn achterban vooral het verdedigen van de eigen standpunten waardeert, hoeveel moeite wil hij dan doen om de eerstvolgende kabinetscrisis op te lossen?
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Volg politiek Den Haag op de voet en word zelf een Haagse ingewijde
Source: NRC