Door zijn veelzijdigheid en muzikale inventiviteit werd D’Angelo ook wel vergeleken met een grootmeester als Prince. Maar toen alle seinen op groen stonden voor het veroveren van de muzikale wereld, ging het opeens bergafwaarts met de soulmessias.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en human interest.
Zijn derde album was getiteld Black Messiah. Niet ongepast, want D’Angelo werd daarvoor al door een criticus van het New Yorkse The Village Voice de Jezus Christus van de soul genoemd. En als er iemand de verlosser was van de klassieke Amerikaanse soul, was D’Angelo het wel. De zanger-multi-instrumentalist overleed eerder deze week op 51-jarige leeftijd aan alvleesklierkanker.
Een glimmend afgetraind lijf gefilmd van kruin tot net boven de schaamstreek, zodat de suggestie van volledig naakt werd gewekt. En daar cirkelde dan een voyeuristische camera om heen. De eigenaar van dat lijf perste zijn lichamelijke verlangen eruit in smekende uithalen. De videoclip voor Untitled (How Does It Feel) zal voor veel mensen de eerste keer zijn geweest dat ze kennismaakten met het fenomeen D’Angelo. En het gaf de zanger uit Virigina meteen het imago van sekssymbool en wereldster.
Vier jaar daarvoor, in 1996, had D’Angelo al hoge ogen gegooid met zijn debuutalbum Brown Sugar. Een plaat van een ongelooflijk getalenteerd musicus met liefde voor klassieke, melodieuze soul. De plaat werd uitgeroepen tot de beste soulplaat sinds de jaren zeventig. Bovendien speelde en arrangeerde D’Angelo bijna alles zelf, net als Prince op zijn eerste platen. Het stond bol van de funky en jazzy loopjes en sensuele koortjes – met zichzelf- en een opwindende falset die zachtjes in je nek beet.
Zo zorgde de soulmessias voor een wederopstanding van een oud genre. De voorganger van neo-soul effende de weg voor sterren als Jill Scott, Alicia Keyes en Angie Stone met wie hij een relatie heeft gehad.
Maar D’Angelo was meer dan een artiest die een vintage genre nieuw leven inblies. Zijn muziek is ook doordrongen van een moderne, ritmische hiphop mentaliteit. Daarnaast torende hij boven zijn neo-soulgeneratiegenoten uit, omdat hij voorbeelden als James Brown, Sly Stone, Marvin Gaye, Stevie Wonder en Al Green evenaarde, nooit kopieerde.
Michael Eugene Archer, de echte naam van D’Angelo, kreeg van jongs af aan dan ook dat traditionele muzikale dieet dat soulzangers kweekt. Hij zong in het kerkkoor waar zijn vader predikant was en won driemaal de talentenjacht in het befaamde New Yorkse Apollo Theater.
Het tweede album Voodoo, met de voornoemde hitsingle Untitled bevestigde zijn status als soulmessias en maakte hem bij een groot publiek bekend. Het concert op North Sea Jazz 2000 geldt als legendarisch en leverde hem de titel van meester van de uitgestelde ontlading (NRC) op. Het Parool had het over ‘kerkdienst en vrijpartij ineen’.
Alle seinen voor wereldwijde hegemonie stonden op groen. En toen werd het stil. Er was alleen een bericht, vijf jaar later, dat hij door de New Yorkse politie was gearresteerd wegens rijden onder invloed en het bezit van marihuana en cocaïne.
Er volgden geruchten over drugs- en alcoholverslaving die allemaal waar bleken. Het overweldigende succes bleek de kiem van D’Angelo’s neergang. Dat dominante beeld van die ‘naakte gast in die videoclip’ stond hem tegen. Hij werd bekeken, niet beluisterd. Zijn manager beweerde dat hij live vaak niet het einde van zijn eerste song haalde, voordat de vrouwen in de zaal luidkeels eisten dat hij iets uittrok. De, volgens zijn manager, ‘brildragende muzikale nerd’ was een lustobject geworden. De messias moest zijn sexappeal dragen als een kruis .
Het duurde dan ook veertien jaar voordat er een opvolger van Voodoo verscheen. Het was een glorieuze terugkeer. Op Black Messiah verkende de zanger samen met meestermuzikanten als drummer Questlove, trompettist Roy Hargrove en bassist Pino Palladino zo’n beetje alle genres.
Vorig jaar nog werd bekendgemaakt dat een nieuw album op stapel stond. Daar is helaas niets meer van terechtgekomen. We moeten het doen met de nalatenschap van drie albums van een artiest die door zijn veelzijdigheid en muzikale inventiviteit werd vergeleken met een grootmeester als Prince.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant