Home

De Tour of Holland is begonnen: vanaf vandaag heeft Nederland eindelijk weer een profwielerronde

De Ronde van Nederland is terug. Na 21 jaar zonder nationale profronde trekt de Tour of Holland door het land met zes korte compacte ritten. Koersdirecteur Roxane Knetemann: ‘Niets leuker dan voor eigen publiek rijden.’

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

In Nederland is steeds minder plek voor wielerkoersen. Het is moeilijk om wegen af te zetten, een groot peloton heelhuids langs alle verkeersobstakels te loodsen en om vergunningen te krijgen. Toch is na 21 jaar afwezigheid de Ronde van Nederland terug.

‘Nederland heeft zo’n rijke wielergeschiedenis. Alleen daarom al hoort de Ronde van Nederland op de kalender’, zegt Roxane Knetemann, koersdirecteur van de herboren etappewedstrijd die nu heel internationaal Tour of Holland heet.

Haar vader, Gerrie Knetemann, won de oude Ronde van Nederland het vaakst: viermaal. Ook andere grote renners grepen de zege: Wim van Est, Jan Janssen, Joop Zoetemelk, Lauren Fignon. De laatste die zegevierde was Erik Dekker, in 2004.

Fanbeleving

In de jaren erna werd de ronde uitgebreid tot de Benelux Tour. In de praktijk werd er nooit door Luxemburg gereden en was het onder de naam van opeenvolgende sponsoren Eneco, BinckBank en Renewi, uitsluitend een Belgisch-Nederlandse aangelegenheid. Maar de laatste edities werden steeds minder kilometers in ons land gereden. Afgelopen zomer voerde slechts een van de vijf ritten over Nederlands grondgebied, door Zeeuws-Vlaanderen.

Dat het weer tijd was voor een echte Ronde van Nederland, was een idee van Richard Plugge, teambaas van Visma-Lease a bike. Hij inspireerde Niels Markensteijn om er werk van te maken met zijn sportmarketingbedrijf TIG Sports. Dat bedrijf is van oudsher actief in de golfsport, maar is ook een van de partijen achter de Formule 1 in Zandvoort en vaste organisator van shorttrackwedstrijden in Nederland.

En of het nu op de green, in een shorttrackstadion of aan het circuit is, Markensteijn en zijn collega’s proberen overal show maken. ‘Fanbeleving’, heet dat in marketingtermen. In de Tour of Holland zal dat niet anders zijn. Knetemann: ‘Ik geloof er heel erg in dat we mensen moeten enthousiasmeren, het wielrennen onder een breder publiek onder de aandacht moeten brengen.’

Meerdere omlopen

Het publiek zal heel wat van de koers te zien krijgen, want hoewel de ploegleiderswagens en rennersbussen door heel Nederland trekken, worden de etappes zelf van dinsdag tot en met zondag op korte omlopen afgewerkt. Dat is eenvoudiger te beveiligen en af te sluiten voor verkeer dan een route die dwars door het land trekt, zoals van oudsher gebruikelijk is.

‘Dat mes snijdt aan twee kanten. Voor het publiek zijn de omlopen een mega-win. Je ziet de renners veel vaker voorbijkomen’, zegt Knetemann. Nog een mooie bijkomstigheid: voor de renners is het ook veiliger. Na één ronde zijn de gevaarlijkste obstakels, bochten en andere narigheid bij iedereen wel bekend.

Helemaal nieuw is het niet. Veel organisatoren hanteren al een soort hybride model: een aanloop die door het land slingert en dan in de finale van de etappe een ronde die een aantal keer wordt afgelegd. Maar de Tour of Holland is beslister in de keuze voor lokale ronden. Knetemann: ‘Misschien zeggen ze over tien jaar wel: jullie waren de voorlopers.’

Kortere ritten, leukere koers

In 2004 legde winnaar Erik Dekker bijna 1.000 kilometer af in zes etappes. Op de tijdrit na was elke rit rond de 200 kilometer lang. Dat is bij de wederopstanding anders. De proloog van dinsdag (4 kilometer) en de tijdrit van donderdag (15 kilometer) zijn sowieso niet heel lang, maar ook de andere ritten zijn opvallend kort. De zaterdagse etappe over de VAM-berg is met 159 kilometer de langste. Het totaal nu: iets meer dan 600 kilometer.

‘We hopen met die kortere ritten op actiever, leuker koersverloop’, zegt Knetemann. En daarbij, de wielerteams wilden graag beknopte etappes aan het einde van een lang en zwaar seizoen. ‘Het trekt ook de renners over de streep. Wat wil je anders? Ze nu nog zes dagen 200 kilometer per dag laten rijden? Aan het eind van het seizoen werkt dat niet meer.’

De kwaliteit van het peloton is het bewijs dat het een goede keuze was. Officieel heeft de Tour of Holland een 2.1-status en is het een wedstrijd van het derde plan. Maar toch staan er zeven World Tour-ploegen aan de start met sterke coureurs, onder wie de sprinters Olav Kooij en Fabio Jakobsen.

Ook opvallend veel andere Nederlandse renners zijn erbij. Zij grijpen de kans hun kunsten dicht bij huis te vertonen graag aan. Knetemann, die in haar actieve jaren met het vrouwenpeloton met de Ladies Tour wel een Nederlandse rittenkoers had, snap dat wel. ‘Als Nederlandse coureur is er niets leuker dan voor eigen publiek rijden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next