Zo’n 10 procent van de dieselvoertuigen veroorzaakt 80 procent van de luchtvervuiling, denken ze bij TNO. Deze vuilspuiters moeten het liefst van de weg en daarbij kan de ‘snuffelbus’ een handje helpen.
is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.
Niets wijst erop dat de bestelbus die enkele meters voor de ‘snuffelbus’ van TNO rijdt, een smeerpijp is. De lak van de witte achterdeuren is smetteloos en de dieselmotor in het voertuig is van het moderne soort en zou nauwelijks vervuilende deeltjes moeten uitstoten.
Toch toont het laptopscherm van de bijrijder in de cabine alarmerende pieken: er komen opmerkelijk forse hoeveelheden ongezonde stikstofoxiden (kortweg NOx) uit de uitlaat, soms gevolgd door een flinke pluim roet.
Dit kan twee dingen betekenen, zegt bestuurder Thomas Frateur: ‘Of er is geknoeid met de installatie om de uitlaatgassen schoon te maken, of er is een technisch defect.’
Frateur bestuurt deze vrijdag het busje van onderzoeksinstituut TNO met apparatuur aan boord om vervuilende stoffen te meten die uit de uitlaat komen van andere weggebruikers. De interesse van de onderzoeker gaat vooral uit naar bestelbusjes en vrachtwagens. Die hebben vaak een dieselmotor en zijn een potentiële bron van luchtvervuiling.
Om te ontdekken hoeveel van de auto’s op de weg extreem vervuilend zijn, heeft TNO de snuffelbus ontwikkeld; een bestelbusje met in de voorbumper twee rietjes van 20 centimeter lang. Die zuigen de lucht op, inclusief uitlaatgassen van een voorligger. Deze lucht gaat naar meetinstrumenten in de laadruimte.
Aan boord is ook een camera die het kenteken scant, waardoor de computer weet wat voor type vrachtwagen of bestelbus het is en dus hoe schoon die zou moeten zijn. Het resultaat van dit combinatiegerecht van meetdata verschijnt enkele seconden later in handzame grafieken op de laptop in de cabine.
De meeste busjes en trucks hebben tegenwoordig apparatuur aan boord die zeer goed in staat is vervuilende NOx en roet weg te filteren. Dat is mooi nieuws, omdat de luchtkwaliteit in Nederland hierdoor de afgelopen tien jaar sterk is verbeterd. Zo zijn in binnensteden de gemiddelde concentraties NOx met 40 procent gedaald, en wordt overal aan de norm voldaan.
Maar omdat het altijd beter kan (de strengere NOx-norm die Wereldgezondheidsorganisatie WHO hanteert, wordt bijvoorbeeld nog lang niet overal gehaald), is de jacht nu geopend op diesels waar iets loos mee is. Er zijn niet zoveel van zulke zogenoemde high emitters. Maar een diesel waarvan bijvoorbeeld het roetfilter niet goed werkt, kan zomaar een factor honderd tot duizend keer meer vuile deeltjes uitstoten.
Zo’n 10 procent van de voertuigen veroorzaakt hierdoor 80 procent van de luchtvervuiling, denken ze bij TNO. Deze vuilspuiters moeten het liefst van de weg.
Dat kan op meerdere manieren, zegt Rob Cuelenaere, hoofdonderzoeker duurzaam transport. Bijvoorbeeld met meetapparatuur boven de snelweg die constant het verkeer scant. Deze methode heeft een nadeel: doordat er maar een fractie van een seconde kan worden gemonsterd voordat de volgende auto passeert, zijn deze metingen een momentopname. Als een bestuurder net zijn gas loslaat, komt er eventjes niks uit de uitlaat, en lijkt een auto schoon, terwijl dat misschien onterecht is. Door een tijdje achter een auto te rijden, kan een nauwkeuriger meting worden gedaan.
Een opsteker: de meeste vrachtwagens en busjes scoren deze vrijdagochtend voorbeeldig tijdens de rit over de A12 van Den Haag naar Utrecht en terug. Alleen een oude Volvo-stationwagon is extreem vervuilend. En er is een busje met verdacht hoge waarden, maar de bestuurder neemt de afslag voor de meting compleet is.
Dan is er nog een busje dat met een zwarte rookpluim invoegt. Meteen duikt Frateur erachter, maar de boordcamera constateert dat dit een auto is uit een tijd dat luchtvervuilingsnormen een stuk minder streng waren. ‘Mogelijk is dit voertuig ooit zonder roetfilter geleverd’, zegt de onderzoeker. En voldoet zo gek genoeg aan de oude norm, ondanks de hoge roetwaarden.
De interesse gaat vooral uit naar de modernste voertuigen, die voldoen aan de zogenoemde euro-6-normen. Die zouden schoon moeten zijn. De meeste zijn dat ook. Maar soms gaat het mis, bijvoorbeeld als de eigenaar de schoonmaakapparatuur heeft gesaboteerd om geld te besparen op het middel AdBlue, een toevoeging die nodig is om de schoonmaaksystemen goed te laten werken. Het spul is goedkoop, maar sommige (vaak buitenlandse) transporteurs, schakelen het systeem uit, zodat ze een beetje geld kunnen besparen.
Vaker, zo is de inschatting van de onderzoekers, gaat het om een defect aan de apparatuur. Na 200 duizend kilometer wil een roetfilter weleens de geest geven. Of werkt de katalysator niet meer jofel. Die zou je er graag willen uitpikken, zegt Cuelenaere. ‘Dan zouden we ze naar kant kunnen leiden, waar toezichthouder ILT dan een uitgebreidere uitstootmeting kan doen.’ De eigenaar kan eventueel worden opgedragen de boel te laten fiksen.
Goed nieuws zijn in dit geval ook nieuwe Europese emissieregels die binnenkort van kracht worden. Die bepalen dat schoonmaakapparatuur veel langer moet blijven werken dan nu vereist. Dat geeft lidstaten de mogelijkheid te handhaven. De snuffelbus van TNO moet helpen een systeem te ontwikkelen dat bijvoorbeeld ingebouwd kan worden in politieauto’s en zo gedegen controle en handhaving mogelijk maakt.
De eigenaar van het vuile busje dat Frateur vandaag aan het einde van zijn rit volgt, heeft vermoedelijk niet lopen klooien met zijn wagen. Op basis van de roetpieken die de snuffelbus toont, constateert de onderzoeker dat er wellicht een scheurtje zit in het roetfilter, waardoor de uitstoot te hoog is. ‘Dit zou er dus een zijn om even mee te nemen.’
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant