Jaarvergadering IMF De wereldeconomie is aardig bestand gebleken tegen de hoge Amerikaanse invoerheffingen, schrijft het Internationaal Monetair Fonds. Maar onder de oppervlakte barst het van de kwetsbaarheden.
Aankondiging van de jaarvergaderingen van IMF en Wereldbank bij het IMF-kantoor in Washington.
Tussen opluchting en onbehagen. Daar ergens beweegt zich de stemming bij de hoeders van de wereldeconomie, het Internationaal Monetair Fonds.
Kalme tijden zijn het niet voor de ministers van Financiën en centrale bankiers uit de 191 lidstaten die deze week bijeenkomen voor de jaarvergadering van het IMF. Donald Trumps lawine aan invoerheffingen, de sociale en politieke onrust in veel landen, de oplopende staatsschulden: het leidt tot ontwrichting en onzekerheid.
Toch blijkt de wereldeconomie behoorlijk weerbaar, rapporteerde het IMF dinsdag in zijn grote halfjaarlijkse rapport, de World Economic Outlook. Na de serie schokken van de afgelopen jaren – de pandemie, de Russische invasie van Oekraïne, de inflatiegolf, de handelsoorlog – groeit de wereldeconomie dit jaar met 3,2 procent en volgend jaar met 3,1 procent op jaarbasis, zo voorspelt het IMF.
Ruim 3 procent groei op jaarbasis – voor historische begrippen is dat laag. Vóór de pandemie was zo’n 3,7 procent gebruikelijk. Toch is er nu geen stagnatie, laat staan een recessie. De Amerikaanse economie groeit dit en volgend jaar vrolijk door, met zo’n 2 procent, voorspelt het IMF. Die van de eurozone groeit ook, zij het met iets meer dan de helft daarvan. China mag dit jaar 4,8 procent groei verwachten, al zal het volgend jaar wel minder zijn; 4,2 procent, denkt het IMF. India stoomt door met meer dan 6,6 respectievelijk 6,2 procent groei.
„De impact van de invoerheffingen is tot dusver niet zo dramatisch geweest als we vreesden”, zei IMF-chef Kristalina Georgieva maandag in een paneldiscussie.
Tot zover de opluchting. Want dat onbehagen is duidelijk ook merkbaar, en laat zich als volgt samenvatten: gaat het niet een beetje té goed? Is dit de stilte voor de storm?
Dit zijn de belangrijkste risico’s voor de wereldeconomie, volgens de Outlook van het IMF.
Om zeker drie redenen vallen de economische effecten van Trumps heffingen tot dusver mee, valt in de Outlook te lezen. Ten eerste wisten bedrijven zich goed aan te passen, door bijvoorbeeld bestellingen naar voren te halen of aanvoerroutes te verleggen. Ten tweede gingen de Amerikaanse heffingen de voorbije maanden omlaag, door handelsdeals zoals met de EU. Ten derde bleef grootschalige vergelding door andere landen uit.
Gemiddeld schoten Amerikaanse invoerheffingen in april omhoog van zo’n 3 naar 23 procent, en daalden vervolgens naar 17,5 procent. Haal je daar de uitzonderingen uit die veel Amerikaanse bedrijven bedongen, dan kom je nu uit op gemiddeld zo’n 10 procent. Ongeveer driekwart van de wereldhandel gaat ongehinderd door, zei Georgieva.
Maar de onzekerheid voor die handel blijft hoog, tekent het IMF aan. Trump zelf leek dit te willen onderstrepen door vorige week opeens weer te dreigen met extra heffingen van 100 procent voor China. Hij deed dat in reactie op nieuwe, brede Chinese restricties op export van goederen die Beijing als strategisch ziet, zoals bepaalde elektromotoren. Intussen greep het Nederlandse kabinet in bij de bedrijfsvoering van chipfabrikant Nexperia, om weglekken van kennis naar China te voorkomen.
Het laat zien dat niet alleen de VS bron van conflict vormen, maar ook China. „Handelsspanningen blijven oplaaien, terwijl er geen garantie is op handelsakkoorden die ook echt van blijvende aard zijn”, schreef IMF-hoofdeconoom Pierre-Olivier Gourinchas in een blog over de Outlook.
In de vijftig pagina’s – met veel economisch jargon – die de Outlook beslaat, valt een scherp woordje op: „hype”. Dat gaat over AI.
Met name in de VS vinden gigantische investeringen in kunstmatige intelligentie plaats – volgens een analyse van de Zwitserse bank UBS gaat het dit jaar om 375 miljard dollar, met name in AI-datacenters. Volgens Deutsche Bank zou de Amerikaanse economie zónder die AI-investeringen niet groeien.
Een belangrijke reden voor de recente euforie op de aandelenbeurzen is het geloof dat AI leidt tot enorme productiviteitswinst, schrijft het IMF in de Outlook. Veel van die investeringen worden gefinancierd met schulden.
Maar wat als die AI-productiviteitswinst tegenvalt? Het doet erg denken aan de dotcom-boom van eind jaren negentig, schrijft Gourinchas. Op deze zeepbel, gedreven door de belofte van het internet, volgde in 2000 een crash op de aandelenmarkten. De Nasdaq-index verloor in de twee jaar daarop meer dan driekwart van zijn waarde.
Een nieuwe, ditmaal AI-gedreven „correctie” kan het consumentenvertrouwen wereldwijd ondergraven, waarschuwt het IMF. En dan kan de wereldeconomie een nieuwe klap krijgen. Overigens is het óók mogelijk dat AI inderdaad tot productiviteitswinst leidt, merkt het Fonds op.
Waar de wereldeconomie als geheel redelijk presteert, is het beeld voor China „zorgelijk”, schrijft Gourinchas. Al sinds de coronapandemie kampt het land met een forse groeivertraging. Het doel dat de Chinese leiding zichzelf de voorbije jaren stelde – 5 procent bbp-groei op jaarbasis – raakt verder buiten bereik, met een IMF-groeiraming van 4,2 procent voor 2026. De Chinese vastgoedsector raakte vier jaar geleden in een crisis en is daar niet uit gekomen. De risico’s voor de financiële stabiliteit in China blijven volgens de IMF-hoofdeconoom hoog.
Om de economische groei op peil te houden, heeft China zijn export opgevoerd – naar Europa en Aziatische landen, want in de VS zaten Trumps heffingen in de weg. Maar „het is lastig te zien hoe dit kan aanhouden”, meent Gourinchas. Grootschalige staatssteun van Beijing voor sectoren als elektrische auto’s en zonnepanelen is ten koste gegaan van versterking van de Chinese economie als geheel, aldus de IMF-econoom.
China’s grote geopolitieke rivaal, de VS, is ook niet bepaald vrij van kwetsbaarheden, blijkens de Outlook. Die zitten vooral in de staatsfinanciën. Als er niets verandert aan het huidige Amerikaanse begrotingsbeleid, zal de staatsschuld oplopen van 122 procent in 2024 naar 143 procent in 2030. Dat is 15 procentpunt hoger dan waarvan het IMF nog uitging tijdens de voorjaarsvergadering in april. Het is goeddeels het gevolg van de grootschalige belastingverlagingen voor rijken en bedrijven in Trumps begrotingswet, die het Amerikaanse Congres in juli aannam. Het gat wordt onvoldoende gedicht door Trumps bezuinigingen (op onder meer gezondheidszorg) en de extra dollars die de Amerikaanse staat nu binnenhaalt met de importheffingen.
Beleggers zien al een tijdje toenemende risico’s in het gebrek aan begrotingsdiscipline in belangrijke economieën, niet alleen de VS, maar ook bijvoorbeeld in Frankrijk en Japan. De rentes op staatsleningen zijn behoorlijk opgelopen – Frankrijk betaalt nu evenveel als schuldenland Italië – en de rentes kunnen plots verder omhoogschieten, waarschuwt het IMF. Dan kan ook bredere marktonrust ontstaan. Het IMF roept regeringen met klem op hun begrotingen op orde te krijgen.
Met name in de Verenigde Staten loopt de inflatie (2,9 procent in augustus) op. Tot dusver bleef het effect van de invoerheffingen beperkt: Amerikaanse bedrijven, in veel gevallen met spek op de botten, rekenen de kosten niet volledig door aan de consument. Maar, zo merkt het IMF op, sommige goederen – waaronder machines – zijn wél duidelijk duurder geworden, de gestegen kosten zullen in toenemende mate in de winkelschappen merkbaar worden.
Centrale banken in westerse landen, waaronder de VS, streven naar 2 procent inflatie. Maar in diverse landen, naast de VS ook het Verenigd Koninkrijk, lijkt de inflatie boven dat streefpercentage te stabiliseren. Voor Nederland geldt dit met een inflatie van rond de 3 procent ook, alleen noemt het IMF Nederland niet.
Dé taak van centrale banken is het in toom houden van de inflatie. Dat doen ze door rentes te verhogen. Geld lenen wordt dan duurder, wat de economie afremt. Alleen, merkt het IMF op, centrale banken gaan vaker gebukt onder „politieke druk”.
Om diplomatieke redenen noemt het IMF hier niet man en paard. Maar de goede verstaander weet wie het bedoelt: de VS, gastland en grootste aandeelhouder van het Fonds. De regering-Trump oefent zware druk uit op de Federal Reserve om de rente te verlagen. Het IMF is hierover duidelijk bezorgd. Centrale banken hebben een onafhankelijke positie verworven van de politiek teneinde de inflatie te controleren – maar deze onafhankelijkheid „erodeert” nu, schrijft Gourinchas. „Decennia van hard bevochten geloofwaardigheid” van centrale banken dreigt te „verdwijnen”, wat de „macro-economische en financiële stabiliteit in gevaar zal brengen”.
De vraag is of die alarmerende taal van het IMF doordringt in het Witte Huis. Dat ligt een paar minuutjes lopen van het IMF-gebouw. Maar inhoudelijk is het Fonds mijlenver van Trump verwijderd.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet
Source: NRC