Home

Het gaat óók om de vraag: wat maakt mijn leven de moeite waard?

van de Goor is huisarts en columnist van de Volkskrant.

Anne is 88. Haar medisch dossier puilt uit van hartproblemen, nierfalen en chronische pijn. Toch woont ze nog zelfstandig. Regelmatig zie ik haar fietsen op haar ligfiets, de wind in haar witte haar. Maar achter dat trotse beeld schuilt een dagelijkse strijd.

Opstaan is een pijnlijke exercitie, aankleden topsport. Halverwege moet ze rusten om op adem te komen. Daarna schuifelt ze met de rollator naar de keuken, maakt zittend ontbijt terwijl ze zich met één hand vasthoudt om niet om te vallen. Tegen de tijd dat het klaarstaat, is haar energie op. Ze eet – uit plicht, niet uit trek.

Nu zit ik bij haar op visite. Ze zakt trillend in haar stoel; het korte tripje door de gang om open te doen was haar eigenlijk al te veel. ‘Douchen doe ik nog maar twee keer per week’, zegt ze hijgend. ‘Daarna ben ik de hele dag niets meer waard.’

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Haar levensgeluk zit in haar familie en haar passie voor kunst. Haar huis is een kleine galerie vol zorgvuldig gekozen objecten. Eén van de kleine geneugten van huisarts zijn: gratis bezichtiging van bijzondere privécollecties. Maar Anne komt er nauwelijks meer aan toe. ‘Ik ben te moe’, zegt ze.
Voor het eerst in haar leven voelt ze zich somber.

Haar zoon stelde thuiszorg voor, of zelfs een verzorgingshuis. Verontwaardigd had ze dat weggewuifd: ze wil alles wat ze nog kán, zelf blijven doen. Ze koestert haar autonomie. Dat begrijp ik.
Bovendien geldt, zeker op haar leeftijd: use it or lose it. Actief blijven, zowel geestelijk als lichamelijk, helpt het verval wat te vertragen.

Toch vind ik, net als haar zoon, dat ze beter hulp kan aanvaarden. Autonomie is belangrijk, maar levensgeluk ook. Dus vraag ik haar wat haar dagen de moeite waard maakt.

Het antwoord komt zonder aarzelen: ‘Mijn kinderen of kleinkinderen zien. Of naar een museum gaan.’ Ze glimlacht even, maar de twinkeling verdwijnt snel. ‘Alleen heb ik daar de energie niet meer voor.’

‘Wie weinig energie heeft, moet die zuinig besteden’, zeg ik. Nu besteedt ze haar kracht aan aankleden en ontbijt maken – en blijft er weinig over voor de dingen die haar leven glans geven. Ik leg haar een gedachte voor: zelfstandig doorploeteren en accepteren dat zelfzorg haar nagenoeg al haar energie kost, of wat autonomie inleveren en energie overhouden voor familie en kunst. Ze kijkt me aan; ik zie hoe haar trots botst met haar vermoeidheid.

Ouderen weigeren vaker hulpmiddelen of ondersteuning uit angst hun zelfstandigheid te verliezen. Geen rollator, geen hoortoestel, geen hulp. Autonomie geldt als hoogste goed; hulp accepteren voelt als capitulatie voor de ouderdom. Maar ouder worden is niet alleen een strijd om zelfredzaamheid.

Het gaat óók om de vraag: wat maakt mijn leven de moeite waard? Zorg aanvaarden kan juist vrijheid brengen – ruimte voor ontmoeting, plezier, zingeving.

‘Probeer het gewoon eens’, stel ik Anne voor. ‘Laat de thuiszorg twee weken komen. Kijk wat het oplevert.’

Anne boft: ze hééft die keuze. Maar steeds meer ouderen zullen die straks niet meer hebben. Want de mensen die die zorg moeten bieden, raken op. En dat tekort is geen natuurverschijnsel – het is een politieke keuze. Migranten vormen een belangrijk deel van het zorgpersoneel, maar partijen als PVV, VVD en SP willen de instroom van arbeidsmigranten fors beperken. Daar gaan zorgbehoeftige ouderen direct onder lijden.

Tegelijkertijd roept élke partij dat ouderenzorg topprioriteit heeft – zonder dat er plannen liggen voor beter loon, scholing of huisvesting. Hooguit wat vage kreten over ‘meer samenwerking’. Sommigen opperen
voorrang op woningen voor zorgverleners – tip: betaal ze gewoon fatsoenlijk, dan kunnen ze, net als iedereen, zelf iets huren of kopen.

Het is verkiezingstheater zonder personeelsbeleid, waardoor we als huisartsen uitgeputte ouderen en hun familie steeds vaker als enig zorgadvies ‘sterkte met doorploeteren’ kunnen geven.

Zorg heeft geen applaus nodig, maar beleid met ruggengraat.

Twee weken na mijn visite aan Anne bel ik haar. Ze klinkt lichter. ‘Ik heb zo’n pret met de thuiszorg’, zegt ze. ‘Ik zou ze aan iedereen aanraden.’ Wat ook een aanrader is, vertelt ze enthousiast, is de tentoonstelling in het Mauritshuis waar ze gisteren met haar kleinzoon was.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next