Onderwijs
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Stagelopen kan voor studenten problematisch zijn. Vaak moeten ze ‘gratis’ werken en blijft er nauwelijks tijd over voor een bijbaantje. Niet iedere student heeft ouders die bijspringen als er studiekosten, boodschappen of huur betaald moeten worden. Het komt voor dat studenten naast hun stage nachtdiensten draaien om rond te kunnen komen. Een schrijnende situatie, die niet helpt om de eindstreep van de studie te halen.
Vooral in het middelbaar beroepsonderwijs zijn stagevergoedingen eerder uitzondering dan regel. Zes op de tien mbo-studenten krijgen niets betaald tijdens de stage. Dat is een probleem, want juist in het mbo is het aantal studenten dat het onderwijs verlaat zonder diploma relatief hoog. Geldzorgen zijn zeker niet de enige oorzaak, maar wel een belangrijke factor.
Begrijpelijk dus dat de studentenbonden begin deze maand actievoerden voor een verplichte stagevergoeding. Onderwijsminister Gouke Moes (BBB) kwam een kijkje nemen. Hij ondertekende zelfs een bord waarop stond: ‘Verplicht de stagevergoeding’. Vol overtuiging beloofde hij de studenten dat hij het voor hen zou regelen.
Dat had hij die middag ook gezegd in de Tweede Kamer, bij een vergadering over het mbo. Hoe hij het precies voor elkaar wilde krijgen, wist hij nog niet. Maar dat hij voor volgende zomer “de contouren van een wetsvoorstel” naar de Kamer zou sturen, dat durfde hij wel te beloven. Het kwam als een grote verrassing voor de Kamerleden die aanwezig waren.
Sommige partijen, zoals GroenLinks-PvdA, D66 en SP, pleitten al langer voor een verplichte stagevergoeding, maar er was nooit een minister die dat regelde. De PVV, voorheen tegenstander, bleek gedraaid en nu ook voorstander. De VVD had zorgen: het kan voor studenten moeilijker worden om een stageplek te vinden als werkgevers ervoor moeten betalen, zeker als het gaat om eerstejaarsstudenten die veel begeleiding nodig hebben. Een terecht punt, waarover in het debat verder niet werd gesproken. Moes’ eigen partij, BBB, reageerde vooral verrast: de minister had zijn toezegging niet van tevoren afgestemd met de Kamerfractie.
Een paar uur na het debat leek de minister op zijn schreden terug te keren. Op socialemediaplatform X noemde hij een wet over een verplichte stagevergoeding alleen nog maar een “serieuze optie” waarnaar hij “neigde” als de werkgevers niet wilden luisteren. Een stok achter de deur dus, geen belofte. Niet gek dat studenten en Kamerleden zich bedonderd voelden.
Voor GroenLinks-PvdA was het reden om een dag later een motie in te dienen, waarin de regering werd verzocht de beloofde “contouren van een wetsvoorstel” vóór volgende zomer naar de Kamer te sturen, zoals Moes had beloofd. Fijntjes stond erin dat “al jarenlang wordt geprobeerd om werkgevers op hun welwillendheid aan te spreken”, maar dat dit weinig heeft opgeleverd. Een ruime meerderheid stemde voor: 122 van de 150 Kamerleden. VVD, FVD en JA21 stemden tegen.
Het was niet de eerste motie die de Kamer hierover aannam. De afgelopen jaren werd de regering al opgeroepen afspraken te maken met het bedrijfsleven over een minimale stagevergoeding in cao’s, om te onderzoeken wat er nodig is om een wettelijke minimumstagevergoeding in te voeren en te kijken of er een publiek-privaat stagefonds kan worden ingesteld als oplossing voor kleine werkgevers.
Dat er een stagevergoeding moet komen voor alle studenten, is dus in de Kamer geen discussiepunt meer. Hier ligt een gouden kans voor de minister om dit karwei af te maken. De onnodige verwarring die hij heeft gecreëerd is dan snel vergeten en vergeven.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC