Internationale fraude Eerst Craxi, daarna Berlusconi: twee keer tackelde aanklager Fabio de Pasquale een premier in de rechtszaal. Van die hoogtijdagen is weinig meer over. NRC sprak hem en reconstrueerde hoe een megacorruptiezaak tegen Shell zijn carrière knakte.
This article has been translated into English. You can find the article here.
Als officier van justitie Fabio de Pasquale op donderdag 25 september door de hoge gangen van het immense, in fascistische stijl opgetrokken Palazzo di Giustizia van Milaan hinkelt (die knie, die verdómde knie), probeert hij zich te concentreren op zijn drie faillissementszaakjes van deze ochtend. Verduistering, belastingontduiking, een ondernemer die zijn boeken niet wil overdragen – allemaal klein bier.
Hij probeert uit alle macht níét te denken aan de zaak die honderd kilometer verderop in Brescia aan de gang is. Daar leest een collega-officier op datzelfde moment zijn pleidooi van een stapel handgeschreven A3’tjes voor, in een vrijwel uitgestorven rechtszaal. La legge è uguale per tutti hangt er aan de muur in grote letters op een plexiglas bord – niemand staat boven de wet.
Tweeënhalf uur lang betoogt de aanklager in Brescia met zachte, monotone stem dat híj, Fabio de Pasquale, een celstraf moet krijgen, samen met zijn directe collega. De twee officieren zouden ontlastend bewijs hebben achtergehouden in een van de grootste smeergeldaffaires in de moderne geschiedenis, de corruptiezaak tegen oliemaatschappijen Eni en Shell rond het Nigeriaanse olieveld OPL 245. Dat is zo ernstig dat een tuchtmaatregel niet volstaat, meent de aanklager in deze hogerberoepszaak, hun celstraf van acht maanden voorwaardelijk moet blijven staan.
De Pasquale, 68 jaar, doet honderd keer liever kleine zaakjes in Milaan dan dat hij moet aanhoren hoe zijn carrière wordt besmeurd en zijn verhaal wordt herschreven. Het vreet aan hem, vertelt hij ’s avonds na de zittingen in zijn Milanese appartement, zere knie uitgestrekt op de bank. Hij weet als aanklager heel goed wat er kan gebeuren als anderen overtuigd raken van een verhaal. Hij kan zich er niet van losmaken, hij is als de hoofdpersoon in een van zijn favoriete films, Im Lauf der Zeit van Wim Wenders uit 1976. „Wie ben je”, wordt aan de dolende Robert, bijnaam ‘Kamikaze’, gevraagd. Het antwoord geldt ook voor hem, Fabio: „Ik ben mijn verhaal.”
Dat verhaal was goed. Tot vijf jaar geleden stond de in Sicilië geboren aanklager te boek als de bekendste corruptiejager van Europa, de man die in 1994 de Italiaanse oud-premier Bettino Craxi veroordeeld kreeg en in 2013 ook oud-premier Silvio Berlusconi. NRC was erbij toen De Pasquale, met zijn opvallende kale hoofd en grote snor, op het hoogtepunt van zijn carrière in 2019 tegenover een zaal vol advocaten in het Milanese justitiepaleis stond. Daar betoogde hij vol vuur dat het Brits-Nederlandse Shell in 2011 samen met het Italiaanse Eni een miljard dollar aan smeergeld had betaald om een groot olieveld voor de kust van Nigeria in handen te krijgen.
Zijn invloed op corruptie-onderzoeken in Europa was groot. Zonder hem zou het Nederlandse Openbaar Ministerie nooit achter Shell zijn aan gegaan. Zijn team van aanklagers bij de fameuze ‘Milan office’ bouwde wereldwijd de reputatie op dat het complexe, grensoverschrijdende fraude- en corruptiezaken kon opzetten.
Dat verhaal is de afgelopen vijf jaar compleet gedraaid. Shell, Eni en alle verdachten werden in 2021 in Milaan vrijgesproken. Kort daarna werd De Pasquale zelf vervolgd, én veroordeeld, met goedkeuring van onder anderen de Italiaanse premier Giorgia Meloni, die zich openlijk tegen hem keerde.
De Pasquale kreeg demotie en mag alleen nog kleine strafzaken doen. Niemand heeft het meer over zijn expertise of over de noodzaak van onderzoek naar internationale omkoping. Het Milanese kantoor is ontmanteld, het strafonderzoek in Nederland naar Shell is stilgelegd. Door heel Europa en daarbuiten stranden grote zaken. Wat nog rest aan internationale ambities om corruptie te bestrijden wordt door de Amerikaanse president Donald Trump in hoog tempo ontmanteld. Het staat er, zeggen meerdere experts tegen NRC „heel slecht voor”.
In 1993 waait een nieuwe wind door Italië en Gabriele Cagliari, de topman van de Italiaanse oliegigant Eni, krijgt hem vol in zijn gezicht. Het is midden in de zomer en een jonge, gedreven aanklager heeft hem net opnieuw in voorarrest laten zetten. Fabio De Pasquale heet hij, dan 34 jaar oud. Cagliari zit al maanden vast in zijn cel in de Milanese stadsgevangenis San Vittore. Hij voelt zich depressief en machteloos en vreest wat komen gaat. Hij trekt een plastic vuilniszak over zijn hoofd en stikt.
In de lange afscheidsbrieven die hij voor zijn zelfmoord aan zijn vrouw Bruna, de „ziel van mijn ziel”, richt, beschrijft hij de veranderende tijden. „We zijn als honden die telkens terug in het hok worden gegooid. Elke dag komt er een nieuwe aanklager die ons ondervraagt, die strenger en beter wil lijken dan zijn collega.” De aanklagers zijn niet geïnteresseerd in zijn leven, zijn familie, zijn werk, schrijft hij. „Ik wil hier niet zijn.”
De nieuwe wind heet Mani Pulite, operatie Schone Handen, een omvangrijk onderzoek naar politieke corruptie waarin de hele Italiaanse politiek en de top van het Italiaanse bedrijfsleven worden meegezogen. Een groep fanatieke aanklagers jaagt in Milaan op politici en topmannen, op zoek naar steekpenningen voor politieke partijen. De stad krijgt de bijnaam Tangentopoli, smeergeldstad, het hele naoorlogse politieke systeem, de ‘eerste republiek’, stort in. Vijfduizend zakenmensen en politici zijn verdacht, inclusief de helft van het parlement, 27 mensen plegen zelfmoord.
Onder wie dus de Eni-topman, die volgens De Pasquale was omgekocht om een enorm verzekeringscontract voor de 140.000 medewerkers van het staatsoliebedrijf te gunnen aan een bepaald consortium van bedrijven. Premier Bettino Craxi had ingestemd met de deal en zijn Socialistische Partij was daarvoor, samen met andere politieke partijen, door Eni betaald. Craxi is de hoofdprijs voor de aanklager.
In deze zaak leert De Pasquale dat het bij corruptie meer dan bij andere misdrijven gaat om het bouwen van een verhaal. Er is geen lijk, geen wapen, geen simpel wraakmotief. Er zijn alleen maar stapels papieren, contracten, banktransacties, bv’s, tussenpersonen – allemaal losse puzzelstukjes die een logisch relaas moeten gaan vertellen. Als het lukt om een rechter van dat verhaal te overtuigen, zegt De Pasquale nu, „is dat het beste gevoel dat er is”.
Het lukt hem. In 1994 wordt Craxi, die naar Tunesië is gevlucht, veroordeeld tot vijf jaar cel. De Pasquale leert: niemand staat boven de wet.
De Italiaanse oud-premier Bettino Craxi werd in 1994 tot 8,5 cel veroordeeld. Maar hij was al gevlucht naar zijn huis in Tunesië, waar hij tot zijn dood bleef wonen.
Hij leert nog iets: dat een verhaal heel snel kan draaien. De Pasquale krijgt het bericht van de zelfmoord van de Eni-topman op het strand in Sicilië, waar hij op zomervakantie is. Hij moet meteen weg. „Ik ben nog zo klein”, huilt zijn dochtertje bij zijn vertrek.
De kritiek bij thuiskomst in Milaan is groot. Het publiek verwijt de jonge aanklager de topman tot zelfmoord te hebben gedreven met zijn hardvochtige aanpak en messcherpe verhoren. Collega-aanklagers zeggen tegen de pers dat de topman wat hén betreft wel op vrije voeten had mogen komen. „Mijn collega’s keken me erop aan, ik was te gretig. Ik was de jongste, ik raakte geïsoleerd.”
Hij denkt vaak terug aan de zelfmoord, maar schuldig voelt hij zich niet.
In het voorjaar van 2001 stapt Francesco Greco, hoofd van de afdeling economische criminaliteit van het Milanese parket, het kantoor van zijn collega De Pasquale binnen. Greco, een van de gezichtsbepalende aanklagers van de operatie Schone Handen, heeft zich vastgebeten in de nieuwe sterke man van de Italiaanse politiek, de steenrijke playboy, voorzitter van voetbalclub AC Milan en mediamagnaat Silvio Berlusconi.
Greco heeft twee verdachte bankrekeningen ontdekt bij de Banca della Svizzera Italiana in Lugano. Ze zijn gelinkt aan Fininvest, het familiebedrijf van de Berlusconi’s. Van de Zwitserse rekeningen is in de jaren daarvoor zeker 50 miljoen euro aan contanten opgenomen, zonder dat de herkomst van het geld duidelijk is. Het heeft iets met Amerikaanse film- en televisierechten te maken, vermoedt Greco, die geen woord Engels leest of spreekt. De Pasquale, inmiddels 42 jaar, wel. Of hij ernaar wil kijken.
Er staat veel op het spel. De omstreden Berlusconi is een paar maanden eerder voor de tweede keer in zijn lange politieke carrière ingezworen als premier, deze keer van de centrumrechtse coalitie ‘Casa delle Libertà’, Huis van de Vrijheden.
Terwijl Berlusconi worstelt om zijn verkiezingsbeloften – lagere belastingen, hogere pensioenen, een brug van Messina naar Sicilië – door het parlement te loodsen, probeert De Pasquale de zaak te ontrafelen. Ook bij dit onderzoek moet hij een overtuigend relaas construeren, maar de bouwblokjes liggen verspreid over allerlei continenten, verstopt in transacties, contracten en fiscale routes.
Al snel komt De Pasquale uit in Nederland, waar vanwege gunstige belastingregels een groot deel van de wereldwijde handel in uitzendrechten plaatsvindt. In een kantoorflat op de Hoogoorddreef 5 in Amsterdam- Zuidoost, vlak bij de Arena, huist het Nederlandse kantoor van de Amerikaanse filmproducent Paramount, hofleverancier van Amerikaanse series en films die op Berlusconi’s tv-kanalen worden vertoond. De contacten van de aanklager met de opsporingsdienst FIOD zijn goed en in november 2001 verhoren rechercheurs in Alkmaar en Amsterdam drie Nederlandse betrokkenen, staat in een Italiaans rechtshulpverzoek uit die tijd.
Direct daarna vordert De Pasquale alle „interne memo’s”, aantekeningen en handgeschreven notities over de handel – „zelfs al zijn deze op zogenaamde post-its aangebracht”, zo staat in het verzoek. Uit al die blokjes doemt het spel van Berlusconi op. Samen met een vriend, een Egyptische-Amerikaans regisseur van B-films zoals Queen Kong, koopt Berlusconi’s bedrijf filmrechten in tegen veel te hoge prijzen. Daardoor drukt zijn bedrijf de winst en betaalt het in Italië nauwelijks belasting.
De B-regisseur verdient zo excessief aan de filmrechten, maar dat geld houdt hij niet zelf. Een groot deel van de extra verkoopopbrengsten vloeit via Amsterdam en Hongkong terug naar Zwitserse bankrekeningen van Berlusconi’s bedrijf. De Pasquale ziet: Berlusconi ontduikt de belastingen.
De Italiaanse oud-premier Silvio Berlusconi werd in 2013 veroordeeld voor belastingontduiking en mocht zes jaar lang geen publieke functie vervullen.
Berlusconi lacht de beschuldigingen van zich af. Er is geen man in het universum tegen wie meer rechtszaken worden gevoerd dan tegen mij, zegt hij trots. Hij schept op over de „789 aanklagers” die zich met zijn zaken bemoeien, „in 2.500 rechtbankzittingen”. Zijn advocatenrekening staat in 2006 op al 174 miljoen euro, zegt hij dat jaar.
Het duurt nog tot 2013 voordat de hoogste Italiaanse rechter De Pasquales verhaal als waar bestempelt. Berlusconi wordt veroordeeld en mag zes jaar lang geen publieke functies bekleden. Zo’n dertig andere rechtszaken tegen hem – machtsmisbruik, corruptie, witwassen, banden met de maffia, prostitutie van minderjarigen – stranden allemaal.
De zaak wordt breed uitgemeten en De Pasquale is te zien bij de BBC en in The New York Times. Voor de tweede keer tackelde hij een premier, wie doet het hem na? Beroepsmatig en intellectueel was deze zaak zeer bevredigend: hij onderzocht offshorebedrijven, dubieuze tussenpersonen, Zwitserse bankrekeningen, was aanwezig bij een inval met veertig FBI-agenten in een villa in Hollywood én won uiteindelijk in de rechtbank.
Maar echt feestelijk voelt hij zich niet. Hij is inmiddels gescheiden, hij heeft een gehandicapte zoon die voortdurend zorg nodig heeft. Op kantoor zijn de collega’s zuinig met complimenten. Er is geen feestje na het vonnis, geen taart.
„Corruptie is de kanker in het hart van zoveel problemen” – zo begint de promotiefilm die de Britse Cabinet Office in het voorjaar van 2016 online zet om de wereldwijde ‘anti-corruptietop’ van premier David Cameron te promoten. Regeringsleiders uit 43 landen, vertegenwoordigers van goede doelen, sportbonden, multinationals, advocaten en academici komen in Londen samen om wel zeshonderd actiepunten te formuleren om omkoping tegen te gaan en zo de wereld te verbeteren.
Corruptiebestrijding is sexy, en voor iedereen, is de boodschap. De Organisatie voor Economische Samenwerking (OESO), die onder meer een serieuze anticorruptie-afdeling heeft, kondigt tijdens de top „een nieuw tijdperk van handhaving” aan. Het International Consortium of Investigative Journalists, waarin 109 mediabedrijven van over de hele wereld samenwerken, heeft de ‘Panama Papers’ gepubliceerd, een grote serie artikelen over wereldwijde belastingontduiking. Hollywoodsterren George Clooney, Brad Pitt en Matt Damon beginnen een goed doel dat corruptie en oorlogsbuit moet opsporen en agenderen. In Nederland begint de FIOD een gespecialiseerd anticorruptiecentrum om internationale omkoping beter aan te pakken.
Ook oliebedrijf Shell maakt kennis met het nieuwe sentiment. In februari 2016 doet de FIOD een inval bij het monumentale hoofdkantoor aan de Carel van Bylandtlaan in Den Haag. De rechercheurs zijn op zoek naar belastende informatie over de aankoop van het Nigeriaanse offshore olieveld OPL 245 vijf jaar eerder. Het bezoek gebeurt in stilte, maar details lekken uit via de Italiaanse krant Corriere della Sera. De inval komt uit de koker van de bekendste Europese corruptiebestrijder van dat moment: Fabio de Pasquale, die Shell en Eni verdenkt van het betalen van „de grootste som smeergeld in de recente geschiedenis”.
De Pasquale en zijn collega-aanklagers in het Milanese Palazzo de Giustizia surfen op de golven van de nieuwe tijd. Francesco Greco wordt in 2016 de baas van de complete groep van zo’n tachtig Milanese officieren van justitie en daarmee de op een na machtigste man in het Italiaanse juridische systeem, direct na de minister. Hij formeert een speciaal team van zes aanklagers, onder wie De Pasquale, inmiddels 57 jaar. Zij gaan exclusief onderzoek doen naar internationale corruptie vanuit of via Italië.
Het team tuigt in moordend tempo allerlei ambitieuze internationale projecten op, niets lijkt onmogelijk. Onderzoeken naar omkoping in Kazachstan en Congo, naar Italiaanse betrokkenheid bij het smeergeldschandaal rond het Brazliliaanse staatsoliebedrijf Petrobras en misbruik van EU-fondsen in Macedonië, naar verdachte geldstromen richting de Italiaanse politieke partij Lega Nord, smeergeld in Algerije. Vaak is oliemaatschappij Eni betrokken, een van de rode draden in de carrière van De Pasquale. Internationaal vallen de slagkracht en het tempo van het team op. Corruptiebestrijder Drago Kos, jarenlang voorzitter van de anticorruptietak van de OESO, in een telefoongesprek met NRC: „Milaan liet zien dat het kón.”
Het onderzoek naar OPL245 is en blijft de grootste en belangrijkste zaak van het Milanese anticorruptieteam. De Pasquale werkt samen met de FBI, met de Britse Serious Fraud Office, met de FIOD, met de Nigerianen, en met verschillende ngo’s die op vervolging aandringen. Samen met collega’s laat hij beslag leggen op mysterieuze koffertjes in Zwitserland, ze analyseren de documenten uit de Haagse inval met communicatie tussen voormalig MI6-spionnen die voor Shell werken, ze verhoren Russische en Nigeriaanse tussenpersonen en jagen op de honderden miljoenen aan contanten die rondzwerven in koffers en tassen, en waarmee Amerikaanse privéjets en gepantserde auto’s zijn betaald. Alles met één doel: De Pasquale moet de rechters in Milaan overtuigen.
Dat is niet makkelijk. De oliebedrijven hebben hun eigen verhaal: ze zeggen dat ze de aankoopsom voor het olieveld netjes hebben overgeboekt naar een bankrekening van de Nigeriaanse overheid. En dat ze niet verantwoordelijk zijn voor wat die vervolgens met dat geld doet. Het verhaal van De Pasquale staat daar lijnrecht tegenover: volgens hem wisten de bedrijven dat de 1 miljard dollar op de rekening werd aangewend om onder meer politici en ambtenaren om te kopen.
Het lijkt te lukken. In 2018 veroordeelt een Italiaanse rechter de eerste twee verdachten – tussenpersonen in de OPL245-zaak. In 2020 staan de oliebedrijven, hun managers en andere verdachten voor de rechter. De Pasquale eist in Milaan vanachter een loshangend mondkapje miljoenenboetes en jarenlange celstraffen.
De Pasquale, zes jaar later vanaf de bank: „We voelden ons onoverwinnelijk.”
Ze zijn niet onoverwinnelijk. De Nigeria-zaak maakt tegenkrachten los die De Pasquale nooit eerder zag. Op alle manieren probeert Eni zand in de motor van de strafzaak te strooien. „OPL 245 was te groot, te gevaarlijk.”
Het lijkt wel een misdaadthriller. Een advocaat van Eni betaalt smeergeld aan een Siciliaanse aanklager om verwarring te zaaien in de Milanese strafzaak. Ook huurt Eni een spionagebedrijf in „om de positie in diverse rechtszaken te verstevigen”. De Pasquales computer raakt kwijt bij een reparatie, Nigeriaanse getuigen trekken op het allerlaatst belastende verklaringen in, een computer van een collega wordt van z’n achterbank gestolen.
Uiteindelijk komen Shell en Eni als winnaars uit de strijd. Het verhaal draait en in 2021 worden alle verdachten vrijgesproken. De rechters kiezen voor de versie van de oliebedrijven.
De Pasquale en zijn collega Sergio Spadaro gaan direct in hoger beroep, maar het wordt nog erger. Op het parket in Milaan zijn andere aanklagers op documenten gestuit die twijfel zaaien over een van de getuigen – en die kunnen ontlastend zijn voor het oliebedrijf. De twee aanklagers worden van de zaak afgehaald en hun opvolger trekt het hoger beroep direct in.
Dat de officieren het besluit om de stukken buiten de rechtszaak te houden in een vergadering met hun meerderen namen, wordt genegeerd. In 2024 veroordeelt een rechter het duo tot acht maanden voorwaardelijk. Het vonnis van hun hoger beroep in Brescia, dat eind september diende, wordt 16 oktober verwacht.
De vonnissen in de OPL245-zaak en de val van De Pasquale veroorzaken internationaal onrust. De anticorruptietak van de OESO toont zich na de vrijspraak van de oliebedrijven „extreem bezorgd” over hoe de Italiaanse rechters om zijn gegaan met het ondersteunend bewijs in de rechtszaak. Daar leunen corruptiezaken doorgaans zwaar op, het zijn de puzzelstukjes waarmee de verhalen worden gebouwd. De OESO ziet een „verontrustend patroon”, schrijft de organisatie in een evaluatie: de rechters bekeken elk stukje bewijs los, en niet in samenhang. En ieder los stukje bewijs waarvoor een alternatief scenario kon worden bedacht, verwierpen ze. Door de lat zo hoog te leggen, kunnen internationale corruptiezaken vrijwel nooit meer slagen, zegt de OESO.
„Als je een verkrachting opknipt, wat krijg je dan?”, zegt De Pasquale vanaf zijn bank. „Een klap, plus liefde? Nee. Het verhaal is verkrachting.”
Het Nederlandse onderzoek naar Shell sneuvelt vervolgens, vanwege ne bis in idem: niemand kan twee keer terechtstaan voor hetzelfde feit. „De vrijspraak en de vervolging in Italië kunnen een groot chilling effect hebben om dit soort grote ingewikkelde zaken aan te pakken, ook in andere Europese landen”, zegt voormalig Europees aanklager Daniëlle Goudriaan, inmiddels advocaat bij het Amsterdamse advocatenkantoor Ivy. Ze volgt de zaak al jaren. „Met zo’n enorm hoge bewijsdrempel is de kans op vrijspraak groot. En dan gaan ze ook nog strafrechtelijk achter de aanklagers aan voor eventuele gemaakte fouten.”
Goudriaan ondertekende na het vonnis van De Pasquale een open brief, waarin twintig openbaar aanklagers, advocaten, hoogleraren en activisten uit de hele wereld de OESO om een grondig onderzoek naar de „zeer verontrustende elementen” in de „agressieve aanval” op De Pasquale en zijn collega. Drago Kos van de OESO noemt de veroordeling „verwoestend” voor de bestrijding van internationale corruptie. „Het kan zijn dat er een fout is gemaakt. Maar ik heb nog nooit, zelfs niet in de meest corrupte landen, gezien dat een aanklager een celstraf krijgt wegens een procedurele fout. Italië wil gewoon niet dat ze hun werk doen.”
De Pasquale weet nog steeds niet hoe en waarom die bewijsstukken boven zijn komen drijven en waarom zijn collega-aanklagers achter hem aan zijn gegaan. Hij weet wel hoe diep geschokt hij was, hoe alles drijfzand werd. „Ik geloofde dat het systeem goed was. Maar het is niet goed.”
Wie de balans opmaakt van de anticorruptiebestrijding de afgelopen decennia, ziet vooral de recente achteruitgang. Smeergeldbetalingen zijn de afgelopen decennia steeds internationaler en geraffineerder werden, maar landen zijn niet efficiënter gaan samenwerken. Corruptie is geen prioriteit in tijden van oorlog, genocide en economische crises, ziet Drago Kos. „Terwijl je juist in tijden van crisis corruptie moet bestrijden. Anders verdubbelen de effecten van die crisis zich.”
Vaak ontbreekt de politieke wil om belemmerende wetgeving aan te passen. In Nederland lukt het niet om de procedures rond verschoningsrecht in te perken. Verdachte partijen kunnen ellenlang procederen over geheimhouding van in beslag genomen stukken, en daarmee een spaak in het wiel van een strafzaak steken. Dat gebeurde in het Nederlandse onderzoek tegen Shell, maar ook in de corruptiezaak tegen scheepsbouwer Damen Shipyards die al bijna acht jaar voortsleept. Ook heeft Nederland als enige EU-land ‘handel in invloed’ – corruptie zonder directe tegenprestatie – nog niet strafbaar gemaakt, waardoor een onderzoek tegen het lobbywerk van Neelie Kroes voor taxiplatform Uber strandde.
Nu de VS zich terugtrekken wordt het helemaal lastig. Ungoverning, noemt de Amerikaanse hoogleraar en corruptie-expert Jodi Vittori aan de telefoon de actieve afbraak die ze in haar land ziet. „Het zijn troubling times.” Dit voorjaar kondigde president Trump aan dat de Foreign Corrupt Practices Act, de vijftig jaar oude wet die de mondiale standaard vormt, niet wordt gehandhaafd „om de Amerikaanse economische en nationale veiligheid te bevorderen”. Hij sloot de taskforce die achter Russische oligarchen aan gaat en schafte een gloednieuwe wet af die bedrijven dwingt transparant te zijn over hun eigenaren. Teams worden ontmanteld, onderzoeken stopgezet. Die opstelling is volgens Drago Kos catastrofaal. „Heel veel landen deden mee met de bestrijding, alleen maar omdat de VS dat deden. Die zullen nu stoppen. Het is nog nooit zo slecht geweest als nu.”
En toch wil Fabio De Pasquale geen verhaal dat slecht afloopt, sommeert hij de verslaggevers in het Engels met zijn zware Italiaanse accent . Hij kan nog vrijgesproken worden. „Jullie willen natuurlijk mijn vál beschrijven. De tragiék! De óndergang!” Maar daar verzet hij zich tegen. Hij weet het: hij is zijn verhaal, maar dat stopt niet bij hem. Hij schept er plezier in zijn jonge collega’s op het parket bij te spijkeren en dit voorjaar was hij uitgenodigd op een congres aan de universiteit van Stanford, met hoogleraren, rechters, journalisten en corruptiebestrijders. Hij zag een zaal vol jonge, energieke, slimme mensen, klaar om te vechten. „Trump heeft er al bijna een jaar opzitten, hè? Het kan allemaal weer veranderen.”
Reageren? Onderzoek@nrc.nl
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet
Source: NRC