Home

De oogappels uit ‘Oogappels’ blikken terug op zeven jaar op set: ‘De regisseur was een soort moedergans’

Jarenlang kropen miljoenen Nederlanders voor de televisie om ‘de oogappels’ uit de gelijknamige serie op te zien groeien. Hoe kijken de acteurs zelf terug op die jaren, waarin het vertolken van een puber versmolt met zelf volwassen worden?

is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.

Een miljoenenpubliek, een Gouden Televizier-Ring, een nominatie voor de Zilveren Nipkowschijf en begin deze maand óók nog eens een Gouden Kalf voor beste dramaserie. Nee, het is bepaald niet overdreven om Oogappels uit te roepen tot een van de succesvolste Nederlandse dramaseries van deze eeuw. Talloze kijkers herkennen zich al vanaf 2019 in de perikelen van een paar uiteenlopende maar oh zo gewone Nederlandse gezinnen.

En toch is het na dit najaar klaar. Na zeven seizoenen hebben regisseur Will Koopman en schrijvers Roos Ouwehand en Lex Passchier besloten dat het mooi is geweest met die herkenbare gezinslevens. Dat einde is een bijzondere gewaarwording, zeker ook voor de jonge acteurs, die in sommige gevallen hun eerste rollen speelden in de serie, en al vanaf hun tienertijd rondlopen op de set.

Hoe is dat eigenlijk, opgroeien met Oogappels? Genoeg aanleiding om die vraag eens voor te leggen aan vijf jonge acteurs. Ze schuiven aan voor een groepsgesprek in de Amsterdamse fotostudio van de Volkskrant, om te praten over wat ze precies hebben geleerd uit zeven jaar Oogappels.

Lievelingsmoment

Alle vijf zijn er vanaf het eerste seizoen bij geweest. En hoewel de door hen gespeelde personages elkaar lang niet altijd tegenkwamen in de serie, is de sfeer onder de acteurs vertrouwd en los. Vera de Vries (Pip in de serie), Noah de Nooij (Danny) en Maas Bronkhuyzen (Mees) zitten aan tafel, Susan Radder (Lieke) en Ciraj Amalal (Max) nemen plaats op een comfortabele bank.

De acteurs vinden het inmiddels vooral leuk om terug te blikken op hun tijd in de serie. Al zegt Bronkhuyzen wel dat hij inmiddels minstens ‘vijftien keer’ de vraag heeft moeten beantwoorden wat nu eigenlijk zijn lievelingsmoment is uit die zeven jaar. Wij willen daar dan natuurlijk ook een antwoord op. Vooruit dan: ‘De uitmaakscène in seizoen twee, met het personage van Aiko Beemsterboer.’

Radder: ‘Ooh ja! Zo zielig.’

Bronkhuyzen: ‘Die scène is voor mij vooral belangrijk omdat het de eerste keer was dat ik echt iets emotioneels mocht spelen. Daarvoor was mijn personage toch vooral: ‘Ik ben boos op mama! Laat me met rust!’ Daarom was die scène echt een omslagpunt.’

Radder: ‘Op een gegeven moment is er een gesprek geweest met alle acteurs, om te overleggen welke kant we op wilden met onze personages. Na het vierde seizoen wisten de makers dat er nog drie seizoenen bijgekocht waren, en dat het daarna zou stoppen. Roos (Ouwehand) en Will (Koopman) zijn toen met iedereen in gesprek gegaan. Toen heb ik gezegd: ik wil zwanger worden. Toen zeiden ze: oké, dat gaan we doen.’

De Vries: ‘Ik weet nog dat ik andere kleding wilde gaan dragen, en niet per se omdat ik zelf alternatief ben. Pip droeg altijd heel grote truien, waarin ik mij niet comfortabel voelde. Daar wilde ik vanaf, en toen hebben Will en Roos blijkbaar toch inspiratie gehaald uit mijn eigen kledingstijl. Qua kleding is het uiteindelijk dus mijn kant opgegaan.’

Bronkhuyzen: ‘Zo’n gesprek, over de richting van onze personages, hebben we vaker gehad tijdens de serie, ook al na het tweede seizoen. Toen heb ik eerlijk gezegd dat dit het niet helemaal was voor Mees. Het is niet zo leuk als iemand altijd alleen maar boos is op z’n moeder. Vond ik niet geloofwaardig.

‘Daar is toen naar geluisterd, en zo heeft het voor mij eigenlijk altijd gevoeld op de set – je kon altijd zelf iets inbrengen. Als je een tekst niet leuk of passend vond, zei Will altijd: joh, dan zeg je het toch lekker niet en doen we het anders. Het was niet alsof hun wil altijd wet was.’

De Nooij: ‘Na seizoen drie voelde ik steeds meer vertrouwen om dingen te mogen zeggen en vragen. Seizoen één was wat gekker, ook omdat drie regisseurs elkaar afwisselden.’

Radder: ‘We hadden op dat moment ook nog totaal geen idee dat de serie zo’n groot succes zou worden. We dachten: één seizoen en klaar. Dan hoop je misschien op een vervolg, maar die kans leek ons toen best klein. En het was ook gewoon een afgesloten verhaal, rond.’

De Vries: ‘Ik had sowieso geen idee, want het was mijn eerste grote serie. Ik heb nog steeds eigenlijk geen idee hoe dat werkt met series, ik heb ook niks anders gedaan verder.’

De Nooij: ‘Hoe ben jij toen eigenlijk gecast?’

De Vries: ‘Ik stond ingeschreven bij een castingbureau. Ik wilde net beginnen met een opleiding, maar dacht: ik kan het altijd proberen. En tada, zo ben je ineens zeven jaar verder.’

Radder: ‘Ciraj en ik hadden net daarvoor de film All You Need is Love opgenomen, ook met Will. Zij houdt er van om mensen mee te nemen uit andere projecten.’

Amalal: ‘Daar ben ik toen wel uitgeknipt trouwens, haha. Maar nee, dat Oogappels zo groot zou worden, konden we zeker in het begin nooit vermoeden, ook omdat we allemaal nog heel jong waren toen we begonnen.’

De acteurs lachen naar Amalal, de jongste van het stel: ‘Jij was echt nog zo’n klein jongetje! Hoe oud was je? 12? 10?’

Amalal, grappend: ‘6! Nee, 10 ofzo.’

De Vries: ‘Volgens mij was ik op dat punt net 16.’

Radder: ‘Ik was 19.’

Bronkhuyzen: ‘Als je er zelf inzit, heb je niet door dat je opgroeit met zo’n serie. Voor ons was het altijd een vrij normale gang van zaken. Het is gewoon onze baan, en daardoor ben je ook nooit al te veel bezig met succes, of het streven daarnaar. De sfeer was los, en nooit van: we moeten iets maken wat het allerbeste ooit wordt.’

Radder: ‘We hebben ook weleens gedraaid tijdens een WK, en dat Will tijdens een draaidag ineens zei: ik wil per se deze wedstrijd zien, dus we zijn gewrapt, tot morgen allemaal!’

Bronkhuyzen: ‘Dat heb ik in vijftien jaar nog nooit meegemaakt, dat een regisseur zo relaxed op een set staat.’

Radder: ‘En het deed tegelijkertijd nooit iets af aan de kwaliteit. Dat is het goede aan Will: ze weet precies wat ze wil hebben en wat ze nodig heeft.’

Amalal: ‘Op een gegeven moment was iedereen zo goed op elkaar ingespeeld op de set, dat helpt mee. Juist die zekerheid achter de schermen, en het feit dat iedereen wist wat er elke dag werd verwacht, heeft het gemaakt tot de serie die het is geworden.’

De Vries: ‘Ook de crew is in die zeven jaar bijna nooit veranderd. Dan weet je wat je aan elkaar hebt, en dat draagt bij aan dat vertrouwde gevoel aan de set. Zelf vind ik het prettig als er altijd dezelfde mensen om je heen zijn, zeker als je heftige of intieme scènes moet spelen, dan is het geruststellend om te weten dat je oké bent met iedereen die op dat moment om je heen staat.’

De Nooij: ‘Will is daarin ontzettend belangrijk geweest. Ze houdt iedereen bij elkaar en neemt iedereen voortdurend mee. In het begin van de serie was het extreem spannend om op zo’n set te staan, maar na dat eerste seizoen ben ik eigenlijk nooit meer zenuwachtig geweest voor een draaidag. Will bepaalt door haar vastigheid en rust de sfeer, dat maakt het heel chill om deze serie te draaien.’

Radder: ‘Ze is een soort moedergans. Ze regelt altijd alles voor iedereen en wil dat iedereen het goed voor elkaar heeft. Als je ergens niet blij mee bent, zegt ze: ik ga het regelen, en dan is de volgende dag alles gefixt.’

De Vries: ‘En echt inchecken, door te vragen hoe het met ons gaat. Nooit op een plichtmatige manier, maar echt checken of alles goed zit en of we tevreden zijn.’

Bronkhuyzen: ‘En ze onthoudt letterlijk alles.’

Amalal: ‘Er is niemand die het zo doet als Will.’

Bronkhuyzen: ‘Als acteur kun je best snel een pion worden, of een klein onderdeel van een groter geheel. Will liet ons voortdurend voelen dat het ook echt om ons draaide. Dat ze met óns wil werken, en niet zomaar met iemand die even een rol kan uitvoeren.’

Amalal: ‘Daardoor kreeg ik vrij snel het idee dat wij ook echt oogappels zijn, en dat het niet alleen maar draaide om de oudere acteurs.’

De Vries: ‘Maar in het begin waren we wel nog echt de kinderen.’

Amalal: ‘Ja klopt, dat is gaandeweg veranderd, want aan het begin was mijn personage nog gewoon een kind van een jaar of 10. Maar op een gegeven moment werd ik echt Max.’

Bronkhuyzen: ‘In de loop van de seizoenen kwamen steeds meer mensen naar me toe om te zeggen dat ze Mees zo’n leuk personage vinden, en dat ze er met hun zoons naar kijken omdat ze zich daar dan in herkennen. Op die momenten merkte ik hoeveel ontwikkeling er zat in de personages.’

Radder: ‘Die herkenbaarheid was natuurlijk altijd belangrijk voor de serie, en daarvoor hebben Will, Roos en Lex jarenlang van alles bijgehouden. Roos vangt dan bijvoorbeeld in de tram een leuk gesprek op, en deelt dat meteen, zodat ze weer inspiratie hebben voor verhaallijnen. Ze pakten verhalen die ze letterlijk hoorden in het dagelijks leven, en dat verwerkten ze dan in een verhaallijn voor ons. Ik denk dat dat voor ons ook fijner is, want daardoor lijkt geen van de acteurs heel erg op zijn personage in de serie.’

Leren acteren

Bronkhuyzen: ‘Ik krijg best vaak de vraag of ik zelf veel heb geleerd van mijn personage, maar Mees en Maas staan aan totaal andere kanten van het spectrum. Het is niet zo dat ons hele leven Oogappels was, want je bent uiteindelijk maar een paar weken per jaar aan het draaien. Maar je groeit in die zeven jaar enorm als persoon, en dat neem je mee naar de set.’

Amalal: ‘Omdat ik heel jong was in het begin, waren mijn draaidagen tamelijk kort. Maar vanaf het derde seizoen kon ik zelf steeds beter registreren hoe het eraan toeging op de set. Toen begon ik veel meer vragen te stellen, bijvoorbeeld hoe andere acteurs dingen aanpakten of hun teksten leerden. Daaruit ben ik steeds meer gaan meenemen naarmate ik ouder werd. In die zin ben ik echt opgegroeid met Oogappels.’

Radder: ‘Kom jij eigenlijk uit Amersfoort (het decor van Oogappels, red.)?’

Amalal: ‘Stiekem is Will mijn moeder.’

De Vries: ‘Ik heb in die zeven jaar echt leren acteren. Ik had nooit een opleiding of iets gedaan, en was vijftien toen ik werd gecast. Ik dacht: ja joh, doe ik, is goed! Ik had geen idee wat ik aan het doen was, maar ze vonden het vaak goed, en gaven tips waar nodig, bijvoorbeeld dat ik omlaag moet met mijn stem als ik een vraag stel. Dat soort kleine dingetjes heb ik opgepikt tijdens het draaien, en ik zie inmiddels echt dat ik ben gegroeid in mijn spel.’

Bronkhuyzen: ‘Volgens mij heeft niemand van ons tot het derde seizoen überhaupt iets van een toneelopleiding gedaan, toch?’

De Vries: ‘Maar jullie hadden allemaal wel ervaring uit andere projecten.’

De Nooij: ‘Ik was ook pas net van de middelbare school af, haha. Ik denk dat het juist fijn was dat we zo vrij en een tikkeltje naïef in de serie konden stappen toen we begonnen. En het was chill dat ik het draaien van Oogappels uiteindelijk kon combineren met mijn opleiding. De serie heeft sowieso veel voor me gedaan. Het toppunt was een paar dagen geleden, in een restaurant in Amsterdam. Toen hield ik de deur open voor iemand die Paul de Leeuw bleek te zijn. Die gaf me een hand en zei: ‘Ik ben fan van jou, volgende week gaan we weer kijken!’ Dan denk je even, huh wat?’

Bronkhuyzen: ‘De vetste herinnering die ik heb is toch wel dat ik tien dagen naar Noorwegen mocht om daar te draaien. Dat was heel bijzonder.’

De Vries: ‘Ik mocht niet mee! Ik heb nog tegen Roos gezegd dat Pip volgend seizoen ook die kant op moest, maar ik ben nooit gegaan! Nee, het is niet alsof er één hoogtepunt is, het zijn meer kleine dingetjes. Het contact met de cast en de crew, de momenten tussen het draaien door, waarin je voortdurend grappige gesprekken hebt. Ik heb zo vaak de slappe lach gehad, waarna veel mensen op mij moesten wachten omdat ik daar maar niet uitkwam.’

Radder: ‘Het draaien voor Goudappels (de oud en nieuw-special van Oogappels, red.) was ook heel leuk, vooral omdat we toen voor het eerst samen waren met alle kids, zonder de ouders erbij. Mochten we in een bar gaan aftellen met z’n allen.’

De Vries: ‘Na een aflevering met een schoolfeest moest ik scènes draaien in het ziekenhuis, omdat mijn personage teveel had gezopen. Mijn ouders en broertje kwamen toen kijken, en toen ze zagen hoe ik in dat ziekenhuisbed lag, moest m’n pa bijna huilen. Zo zielig! In dat opzicht heb ik natuurlijk lijpe dingen meegemaakt. Ik heb wekenlang op een schaatsbaan gestaan zodat ik een beetje normaal kon schaatsen voor één scène, waarin je me uiteindelijk nog niet eens dertig seconden ziet schaatsen.’

Amalal: ‘Het is voor ons allemaal een enorme leerschool geweest. Je doet zoveel ervaringen op met elkaar, je leert elkaar echt kennen. Voor sommigen was het hun eerste rol, en uiteindelijk denk ik dat we dat allemaal fucking goed gedaan hebben. En als je dan ook weer een Gouden Kalf krijgt, zoals eerder deze maand, is dat een extra stukje erkenning voor wat je zeven jaar lang hebt gedaan.’

Bronkhuyzen: ‘We hebben het niet voor niets vaak over het familiegevoel. Ik denk dat er zelden sets zijn geweest waar mensen zo ontspannen naartoe konden gaan. Dat komt echt door iedereen die eraan heeft meegewerkt, van het productieteam en het camerateam tot de lichtmensen en de grip: iedereen was zo goed in wat ze deden. Ik denk dat dat uiteindelijk óók het succes is van Oogappels.’

Het zevende en laatste seizoen van Oogappels is wekelijks te zien op NPO 1 en in geheel te zien op NPO Start met een Plus-abonnement.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next