Onder de tweeduizend Palestijnse gevangenen die Israël maandag vrijliet, zit niet Marwan Barghouti. Hij wordt door Palestijnen gezien als hun gedroomde president. Voor Netanyahu reden hem niet te laten gaan.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Israël, het Midden-Oosten en België.
In ruil voor de terugkeer van de twintig levende gijzelaars, zijn er maandag bijna tweeduizend Palestijnse gevangenen vrijgelaten – het hoogste aantal dat de Israëlische regering ooit heeft laten gaan. Het is echter veelzeggend wie Israël in de cel houdt: de man die ‘de Palestijnse Mandela’ wordt genoemd.
De vrijgelaten gevangenen zijn grofweg in te delen in twee groepen: het gaat allereerst om 1.700 van de ongeveer 6.000 Gazanen die de afgelopen twee jaar tijdens de vernietigingscampagne zijn opgepakt en zonder vorm van proces in een Israëlische cel zijn verdwenen. Alle vrouwen en kinderen zouden zijn vrijgelaten, hoewel een aantal namen die bij mensenrechtenorganisaties bekend zijn, ontbreken.
De andere groep gevangenen is veel kleiner. In totaal 250 Palestijnen die tot levenslang zijn veroordeeld, werden maandag vrijgelaten. Over deze lijst met namen is hard onderhandeld, omdat deze gevangenenruil door Hamas wordt gezien als de allerlaatste kans om hen vrij te krijgen. Tegelijkertijd liggen deze namen in Israël gevoelig, omdat de gevangenen aanslagen hebben gepleegd of bij de organisatie daarvan betrokkenen waren.
De persoon die bij elke gevangenenruil boven aan het lijstje van Hamas staat, blijft echter in de cel zitten. Marwan Barghouti (66), die al 23 jaar achter de tralies zit, wordt door het overgrote deel van de Palestijnen beschouwd als hun gedroomde president. Zodra hij vrijkomt, zal hij worden gezien als het gezicht van de toekomstige Palestijnse staat en is hij de grote hoop op een einde aan de bezetting.
Barghouti werd in 1959 geboren in het dorpje Kobar, als telg van een invloedrijke familie. Op zijn 15de sloot hij zich aan bij Fatah, de beweging die op dat moment werd geleid door Yasser Arafat. Op zijn 19de belandde hij in de gevangenis, omdat hij lid was van een gewapende groepering. In de cel maakte hij zijn middelbare school af en leerde hij zichzelf Hebreeuws. Daarna studeerde Barghouti geschiedenis en politieke wetenschappen aan de Palestijnse Birzeit Universiteit, waar hij zijn vrouw Fatwas ontmoette.
Tijdens de Eerste Intifada (1987-1993) werd Barghouti vanwege zijn politiek activisme naar Jordanië verbannen. Hij keerde in 1994 terug dankzij de Oslo-akkoorden, de vredesovereenkomst die Israël en de Palestijnen in 1993 bereikten. Barghouti werd gekozen in het nieuwe parlement van de Palestijnse Autoriteit, was voorstander van de vredesonderhandelingen en maakte zich mateloos populair door zijn verzet tegen corruptie binnen de top van het Palestijnse bestuur.
Hij verloor in de loop der jaren echter zijn vertrouwen in Israël als partner voor vrede en koos voor het gewapende verzet. Tijdens de Tweede Intifada (2000-2005) leidde hij de gewapende tak van Fatah. Daarnaast werd hij door Israël gezien als de aanvoerder van de terroristische Al-Aqsa Martelarenbrigade.
In 2002 werd Barghouti gearresteerd en beschuldigd van de moord op 26 mensen. Hij weigerde zich te laten verdedigen uit protest tegen het Israëlische juridische systeem, maar liet herhaaldelijk weten dat hij fel tegenstander is van het doden van onschuldige burgers. Uiteindelijk werd hij veroordeeld tot vijf keer levenslang, plus nog eens 40 jaar cel voor vijf moorden, meerdere pogingen tot moord en samenzwering.
In de gevangenis voltooide Barghouti zijn proefschrift in de politieke wetenschappen en gaf hij les aan gevangenen: hij vond dat ze moesten studeren om later bekwame leiders te worden. Daarnaast bouwde hij banden op met gevangen leden van Hamas, de Islamitische Jihad en andere Palestijnse bewegingen.
Op het eerste gezicht is het opmerkelijk dat Hamas Barghouti zo graag vrij wil hebben. Barghouti komt voort uit de schoot van Hamas’ seculiere rivaal: Fatah. Voor Hamas is het strategisch echter van groot belang om Barghouti aan zich te binden, hij kan in de toekomst een belangrijke politieke factor worden.
Dat is ook de reden dat de Israëlische premier Benjamin Netanyahu hem niet wil vrijlaten. Netanyahu heeft er tijdens zijn politieke leven alles aangedaan om Fatah en Hamas tegen elkaar uit te spelen, en zich volledig gewijd aan het voorkomen van een proces dat tot een Palestijnse staat kan leiden. Op het moment dat de internationale gemeenschap juist inzet op zo’n staat, is een ‘Palestijnse Mandela’ die de Palestijnen kan verenigen, wel het laatste waarop Netanyahu zit te wachten.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant