De PVV onttrekt zich opnieuw op alle mogelijke manieren aan de mores van de parlementaire democratie.
In 1998, het jaar van de laatste verkiezingen in de oude politieke verhoudingen, troffen ‘de grote vier’ elkaar in een lijsttrekkersdebat. Deze krant had moeite er een meeslepend verslag van te maken. Wim Kok (PvdA), Frits Bolkestein (VVD), Jaap de Hoop Scheffer (CDA) en Els Borst (D66) ‘beperkten zich tot schimpscheuten op elkaars programma’s’, noteerde de verslaggever. En: ‘Goeddeels stelden de debaters gelijke prioriteiten voor de komende vier jaar. Slechts de volgorde op de wensenlijstjes varieerde.’
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De vier hengelden samen 126 van de 150 Kamerzetels binnen, Koks paarse kabinet maakte een doorstart en Nederland oogde tevreden.Totdat vier jaar later Pim Fortuyn de rust ruw doorbrak, waarna die nooit meer terugkeerde. In elk groot tv-debat nadien waren er rechts-populistische uitdagers die op hoge toon het bestuurlijk ingestelde midden uitdaagden en daarmee de sfeer in belangrijke mate bepaalden.
Zondagavond was, na Geert Wilders’ afhaken, weer even alles anders. Zijn vervanger, D66-leider Rob Jetten, is uit ander hout gesneden. Hij presenteerde zich als de onverwachte gast op het feestje die weliswaar vond dat de anderen wat weinig ambitie toonden, maar die ook de gelegenheid greep om te benadrukken dat de onderlinge verschillen niet overdreven moesten worden.
Aangezien ook Frans Timmermans (GroenLinks-PvdA), Henri Bontenbal (CDA) en Dilan Yesilgöz (VVD) willen uitstralen dat er binnenkort toch weer moet worden geformeerd, zou een argeloze kijker zomaar de indruk kunnen krijgen dat Nederland snakt naar politieke ontspanning.
Schijn bedriegt uiteraard, want de PVV doet gewoon mee op 29 oktober. En dat geldt ook voor de BBB, JA21, Denk, Forum voor Democratie en al die andere partijen die in de Tweede Kamer doorgaans de scherpe toon zetten maar zondagavond ontbraken.
Daardoor werd het een inhoudelijk en respectvol debat – een verademing in vele opzichten – maar de actuele realiteit is wel dat de sprekers, de erfgenamen van de grote vier uit 1998, nu nog maar 40 procent van de Tweede Kamer vertegenwoordigen. Daarmee was het toch ook een gemankeerde bijeenkomst.
Het ongemakkelijke van de situatie is dat Wilders (PVV) de indruk wekt dat het hem daar precies om te doen is. Op zijn X-account toonde hij zich onlangs in zijn nopjes dat hij al maanden nergens hoeft te verschijnen om het gesprek toch voortdurend over hem te laten gaan. Dat hij is geschrokken van de terreurdreiging uit België is volstrekt begrijpelijk. Maar nu alle betrokken diensten zeggen dat hij gewoon veilig kan debatteren, heeft hij toch de schijn tegen: hij denkt kennelijk dat hij niet veel te winnen heeft bij een debat met mensen die hem de politieke chaos van de afgelopen twee jaar voor de voeten willen werpen.
Dat past in het patroon. Wilders onttrekt zich op alle mogelijke manieren aan de mores van de parlementaire democratie. Hij is alleenheerser in eigen kring, hij laat zijn programma niet doorrekenen, hij houdt zijn medekandidaten op de PVV-lijst goeddeels weg uit de campagne en nu weigert hij ook in het publieke debat verantwoording af te leggen. Nog steeds is het te hopen dat ooit ook tot zijn kiezers doordringt dat zij met zo’n politicus niets opschieten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant