Verenigingsleven Veel sportverenigingen in Nederland kampen met een aanhoudend dan wel oplopend tekort aan vrijwilligers. Sommige clubs moeten wedstrijden afgelasten, andere overwegen een ledenstop. “Het individualisme neemt toe, het plichtsbesef neemt af.”
Vrijwilliger en scheidsrechter Majard Krijger van voetbalclub Sporting '70, in Utrecht
Op de website van de Utrechtse voetbalvereniging Sporting ’70 verscheen afgelopen voorjaar een opvallend bericht. „Onze club is in gevaar”, schreef het bestuur. „Sporting ’70 draait op vrijwilligers – mensen zoals jij en ik. Maar de rek is eruit.” Zonder nieuwe handen en bestuursleden, waarschuwde de organisatie, houdt de club het niet vol.
Een paar maanden later is de situatie bij de amateurvoetbalclub nog steeds zorgelijk. Er meldden zich enkele vrijwilligers, maar tien vacatures staan nog open, zegt vicevoorzitter Gwen Obels van de club die 1.500 leden telt. „We zoeken mensen voor de communicatie, sponsoring en evenementen. Het is zó moeilijk om vrijwilligers te vinden. Als het zo doorgaat, kunnen we geen nieuwe sporters meer aannemen.”
Sporting ’70 is lang niet de enige sportvereniging met dit probleem. Uit onderzoek van het Mulier Instituut, een onderzoeksbureau, blijkt dat 32 procent van de sportverenigingen (veel) te weinig vrijwilligers heeft. Volgens de studie uit 2022 telt Nederland 21.700 amateursportverenigingen. Bij 30 procent daalde het aantal vrijwilligers in een jaar tijd rap. Eén op de vijf ondervraagden verwacht een verdere daling. Bestuurders, trainers of coaches vinden blijft lastig. Voor losse klussen, zoals het clubhuis schilderen, worden meestal wél genoeg vrijwilligers gevonden.
Ook ARV Ilion in Zoetermeer, een atletiekvereniging met achthonderd leden, heeft te weinig vrijwilligers. „We missen tien mensen. Dat is best veel,” zegt voorzitter Jeroen Bervoets. „Vijf trainers, vier commissieleden en een vacature in het bestuur.”
Bij voetbalclub RKSV Nuenen (1.250 leden) gaat het om nóg meer: daar ontbreken zo’n twintig mensen. Vooral wordt gezocht naar commissieleden en vrijwilligers voor het veldonderhoud. „Sleutelfuncties”, zegt voorzitter Joost Heijnen. „Taken die meer tijd vragen en structureel zijn. Vrijwilligers die niet even een bardienst draaien, maar mensen die de club draaien.” Volgens Heijnen houdt de vereniging het hoofd „nog net” boven water. „Maar we stevenen af op een vrijwilligersravijntje.”
Gastheer en vrijwilliger Rieni van Geelen in het wedstrijdsecretariaat, met scheidsrechter Majard Krijger.
Afgelopen jaren is het veel lastiger geworden mensen te vinden, ziet ook Joop Pouls, secretaris bij atletiekvereniging Scopias in Venlo (vierhonderd leden). „Vooral voor functies die meer tijd kosten.” Vorige maand trad het bestuur terug. „We zijn al wat ouder en dachten dat het goed zou zijn als jonge, frisse mensen de club gaan runnen. Zij staan dichter bij de jeugd en zouden ook weer jonge vrijwilligers kunnen aantrekken.”
Maar niemand meldde zich. Daarom plaatste Pouls een noodoproep: „Als zich geen kandidaten melden, moeten we de vereniging opheffen.” Dat had effect: een paar ouders wilden wel in het bestuur. Maar er zijn nog steeds circa vijftien vrijwilligers nodig voor andere taken.
Het tekort heeft gevolgen voor de mensen die wél helpen. Een steeds kleinere groep vrijwilligers moet steeds meer taken uitvoeren. Daardoor loopt de werkdruk op, zo staat in het onderzoek van het Mulier Instituut. Herkenbaar, zegt Obels van Sporting ’70. „Sommige mensen kunnen het niet meer aan,” zegt ze. “Dan stoppen ze en zijn we wéér een vrijwilliger kwijt.”
Soms heeft het gebrek aan mankracht zelfs drastische gevolgen. Bij atletiekvereniging ARV Ilion is al een paar keer een wedstrijd afgelast. „Er waren onvoldoende officials en juryleden”, zegt voorzitter Bervoets. En ook te weinig trainers. „Misschien moeten we een wachtlijst invoeren, want we kunnen geen nieuwe leden meer aannemen.” Ook heeft het tekort financiële gevolgen. Bervoets vertelt dat de vrijwilliger van de sponsorcommissie uitviel. „Niemand kon het werk overnemen, dus we missen sponsorgeld.”
Het gebrek aan vrijwilligers is moeilijk op te lossen, weet woordvoerder Mark Molenaar van de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk. Er is niets mis met de bereidheid, legt hij uit. Uit CBS-cijfers blijkt dat de helft van de bevolking (vanaf vijftien jaar) vrijwilligerswerk doet. „Maar hóé mensen zich willen inzetten verschuift”, zegt hij. „Ze willen niet te veel uren werken, ze willen niet te veel verantwoordelijkheid en zelf bepalen wanneer ze iets doen.” Bovendien, zegt hij, voelen veel vrijwilligers zich onbekwaam. „Welke ouder heeft nou ervaring met trainen? Vrijwel niemand.”
Sporting ’70-vicevoorzitter en vrijwilliger Gwen Obels.
Mensen willen tegenwoordig ook van alles tegelijk, zegt Molenaar. Ze werken, hebben een sociaal leven én de kinderen zitten op meerdere sporten bij verschillende verenigingen. „Ouders hebben niet goed door dat ze zich ook zullen moeten inzetten voor die verenigingen.”
Daarnaast is het verenigingsgevoel minder sterk dan vroeger, zegt Molenaar. „Tegenwoordig zie je veel vaker dat mensen zelf iets organiseren – even sporten in het park bijvoorbeeld. Heel makkelijk en laagdrempelig: je hebt geen verantwoordelijkheid en je hoeft niks bij te dragen. Het individualisme neemt toe, het plichtsbesef neemt af.”
Vicevoorzitter Obels van Sporting ’70 ziet dat ook: mensen hebben het druk en veel minder binding met de club. „Vroeger was je echt onderdeel van de vereniging. Er was een familiegevoel, je deed het samen en betekende wat voor elkaar. Dat is gewoon niet meer.”
Volgens Joop Pouls, secretaris van Scopias, is men ook minder vergevingsgezind dan vroeger. „We merken dat een deel van de ouders sneller geprikkeld raakt: na een kritische opmerking haken ze af.” Dat beeld herkent Obels ook. „Als je een bestuursfunctie bekleedt, krijg je nu eenmaal kritiek, het is een rol waar veel mensen een mening over hebben. Daar kunnen mensen vaak niet tegen.”
Sommigen blijven zich wél inzetten. „Ik vind het vanzelfsprekend een steentje bij te dragen aan de vereniging”, zegt vrijwilliger Sjoerd van Raaij. Hij duwt een ballenkar over het veld van Sporting ’70. „De sportclub is geen kinderoppas, hè.” Zijn zoon van zes traint hier en Van Raaij geeft voetbaltraining. „Als je toch op de sportclub bent om je kind te brengen, kan je je net zo goed meteen even inzetten.”
In het verenigingsgebouw naast de voetbalvelden zit vrijwilliger Saskia Koffijberg. Ze is hoofdcoördinator van de jeugd onder acht jaar bij Sporting ’70. „Ik weet niks van voetbal, ik vind het niet eens een leuke sport”, zegt ze. „Maar ik vind het belangrijk me nuttig te maken, niet alleen voor de club, maar ook voor de band met mijn zoon. Ik zie wat op het veld gebeurt, wie zijn vriendjes zijn en hoe het gaat.”
Koffijberg zorgt ervoor dat elk team een trainer heeft, maar soms gaat dat moeizaam en vallen trainingen uit. “Dan ben ik geneigd te zeggen: als je geen training wilt geven, kan je kind niet meedoen. Er zit ergens een grens. Zet je kind niet op een sport waarin ouderparticipatie erbij hoort als je zelf niet kunt bijdragen.”
Sjoerd van Raaij traint als vrijwilliger voetballertjes van Sporting ’70.
Om de continuïteit te waarborgen, kiezen verenigingen voor uiteenlopende, creatieve oplossingen. Zo werkt Sporting ’70 met een puntensysteem: ieder lid moet per seizoen twintig punten halen. Een halfuur vrijwilligerswerk levert één punt op. Wie niet komt opdagen, riskeert een boete van 50 euro. „Maar die hebben we nog nooit opgelegd,” zegt Gwen Obels. Niet omdat iedereen keurig komt opdagen, „maar omdat we de mankracht missen om zo’n boete te innen”.
Bij atletiekvereniging Scopias proberen de vrijwilligers meer in groepjes te werken. „Zodat het gezellig is”, zegt secretaris Joop Pouls. „En je makkelijker elkaar kunt helpen, expertise kunt delen en elkaar kunt vervangen.” Hij dacht even aan een contributieverhoging om betaalde krachten in te huren, „maar dat ligt lastig: een derde van onze leden is jonger dan twaalf. Die willen we niet verliezen”.
Bij RKSV Nuenen is het afkopen van vrijwilligerstaken geen optie, zegt voorzitter Joost Heijnen. „Het zou praktischer zijn om een aannemer in te huren.” Maar weet je, zegt hij, als je het werk kunt afkopen, ben je de vrijwilligers kwijt. „Voor altijd.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC