Home

Volgens Nobelprijswinnaar Joel Mokyr zijn de mogelijkheden voor economische groei grenzeloos

De Israëlisch-Amerikaanse Joel Mokyr, geboren in Leiden, heeft de Nobelprijs voor de Economie gewonnen. Hij veranderde het denken over het economisch succes van Europa in de afgelopen 250 jaar: ‘Innovatie gaat niet vanzelf.’

is economieredacteur van de Volkskrant.

Toen James Robinson vorig jaar geëerd werd voor zijn Nobelprijs voor de Economie, mocht Joel Mokyr ceremoniemeester spelen. Naast hun standplaats – Chicago – delen de twee economen een wetenschappelijke interesse: de vraag waarom sommige landen en regio’s economisch succesvol zijn, en andere niet. Jutta Bolt, hoogleraar Economische Wereldgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, herinnert zich hoe Mokyr tijdens de ceremonie grapte dat hij graag in Robinsons schoenen had gestaan, als Nobelprijswinnaar.

Mokyr hoefde niet lang te wachten op de vervulling van zijn wens. Maandag eerde de Zweedse centrale bank hem met de Nobelprijs voor de Economie. Hij krijgt de helft van het prijzengeld, Fransman Philippe Aghion en Canadees Peter Howitt ieder een kwart.

De drie krijgen de prijs ‘voor het verklaren van innovatiegedreven economische groei’, aldus het comité dat de prijs uitreikt. Waar Aghion en Howitt een wiskundig model ontwikkelden, bestudeerde Mokyr de geschiedenis om de voorwaarden voor langdurige groei te ontwaren.

In zijn werk probeert economisch historicus Mokyr te verklaren hoe Europa tussen 1750 en 1914 economisch afstand nam van de rest van de wereld. Hij benadrukt daarbij het belang van een cultuur die kennisontwikkeling stimuleert en openstaat voor nieuwe ideeën.

Mogelijkheden zijn grenzeloos

Mokyr is een optimist: omdat kennis aan de basis ligt van economische groei, en kennisontwikkeling in theorie eindeloos door kan gaan, zijn ook de mogelijkheden voor economische groei in zijn ogen grenzeloos.

In het licht van zijn vroege jeugd is dat optimisme opvallend. Mokyr werd in 1946 geboren in Leiden, als zoon van Joodse Nederlanders die de Holocaust hadden overleefd. Zijn vader overleed aan kanker toen Mokyr een jaar oud was. Hij groeide op in een klein appartement in de Israëlische stad Haifa. ‘Mijn moeder was geen optimist’, vertelde Mokyr in 2014 aan The Wall Street Journal. ‘Ze had een zwaar leven.’

Mokyr studeerde economie en geschiedenis aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem, en vertrok voor zijn masterstudie economie naar Yale. Na afronding van zijn proefschrift kreeg hij een aanstelling bij de Northwestern University, even buiten Chicago, waar hij nog altijd doceert.

Hoogleraar Bolt is niet verrast dat Mokyr de Nobelprijs krijgt. ‘Als toonaangevende economisch historicus moest hij hem wel een keer ontvangen.’

Intellectuele cultuur

In zijn werk wijst Mokyr erop dat in Europa vanaf de 18de eeuw een intellectuele cultuur ontstond die kennisontwikkeling en -uitwisseling stimuleerde. Om overeind te blijven in de lappendeken van koninkrijken, hertogdommen en republieken koesterden heersers nieuwe ideeën.

Intellectuelen wier controversiële ideeën op de ene plek onderdrukt werden, konden bovendien vaak elders een beschermheer vinden. Met Latijn als gedeelde taal konden ze gemakkelijk communiceren met vakgenoten over het hele continent.

Ook wijst Mokyr op de wisselwerking tussen intellectuelen en ingenieurs. Door niet alleen te weten dat iets werkt, maar ook te begrijpen hoe en waarom, kon men voortbouwen op elkaars kennis en nuttige toepassingen ontwikkelen.

Het gangbare denken over het Europese economische succes was altijd dat dat voortkwam uit de inzet van kapitaal om dure arbeid te besparen. Mokyr veranderde dat, aldus Bolt. ‘Als je economische groei op de lange termijn wilt begrijpen, moet je volgens Mokyr ook kijken naar of mensen in staat zijn om te innoveren, en hoe open ze zijn voor nieuwe ideeën. Dat is moeilijk meetbaar, maar wel van belang.’

Uitermate relevant

Zijn werk is vandaag de dag volgens Bolt uitermate relevant, nu Europa economisch weer wil kunnen concurreren met grootmachten als China en de Verenigde Staten. ‘De les is: innovatie gaat niet uit zichzelf. Het is hard werken, en dat moet gebeuren in een setting waarin belang wordt gehecht aan scholing.’

Hoewel hij op jonge leeftijd uit Nederland vertrok, is Mokyr zijn land van geboorte niet vergeten. Hij schreef zijn proefschrift aan Yale over de industrialisering van de Lage Landen en is sinds 2001 buitenlands lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW). In 2006 ontving hij van die instantie de Heinekenprijs voor de Historische Wetenschap.

Mokyr ontvangt de prijs in een tijd waarin sommige economen ageren tegen economische groei, vanwege de druk die dat legt op milieu en klimaat. In een interview met de Neue Zürcher Zeitung toonde hij zich vorig jaar niet onder de indruk van dat idee: ‘Om met de gevolgen van de opwarming van de aarde om te gaan hebben we groei nodig, alleen een andere soort groei.’

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next