De lezersbrieven! Over de veelgebruikte term ‘de mensen thuis’, een centrumrechts kabinet zonder de PVV, het vredesbestand in Gaza, leertouchés en Meester I.S./S.I.
Ik ben weliswaar een mens en ik ben vaak en graag thuis, maar als ik Dilan Yesilgöz tijdens een verkiezingsdebat drie keer in één zin ‘de mensen thuis’ hoor zeggen, dan krijg ik de neiging om te gaan zwaaien en naar het beeldscherm te gaan roepen. Dus ik wil bij deze toch graag even melden dat ze mij niet moet meetellen.
Bij de vorige verkiezingen stemde één op de vijf Nederlanders (iets breder bekeken zelfs één op de vier) op een partij die het klimaat en een eerlijkere verdeling van de wereldwelvaart als belangrijkste items beschouwt.
Dus ik vroeg me af: voelen meer mensen thuis die zwaaineiging? Laten we dat op 26 oktober in Den Haag doen, tijdens de Klimaatmars: zwaaiend aan politici laten weten wat wij, mensen thuis, werkelijk vinden. En de 29ste niet thuisblijven!
Lilyan van Halbeek, Maastricht
VVD-lijsttrekker Dilan Yeşilgöz lijkt hardleers. Ondanks het dramatisch verlopen kabinet-Schoof droomt ze na de verkiezingen van een nieuw ‘centrumrechts’ kabinet, zonder GroenLinks-PvdA.
Maar hoe dan? Yeşilgöz heeft de PVV uitgesloten, dus moet ze op zoek naar andere partijen op rechts. Volgens de laatste peilingen levert een coalitie van VVD, CDA, JA21, SGP en CU in totaal 55 zetels. Voegen we daar het niet linkse en niet rechtse D66 aan toe dan komt deze formatie op 68 zetels – nog steeds 8 zetels te weinig voor de kleinst mogelijke meerderheid in de Tweede Kamer.
Daarbij komt dat Yeşilgöz de PVV onbetrouwbaar heeft genoemd en de noodzaak zegt te zien van een stabiele regering. En ze moet op z’n minst twijfels hebben bij de betrouwbaarheid en stabiliteit van partij in opkomst JA21.
Opiniemaker Izz ad-Din Ruhulessin pleitte zondag op de website van de Volkskrant voor het bevragen van beloftes: ‘Minder Marokkanen’? Hoe dan? Dat bevragen lijkt mij ook van belang bij de centrumrechtse droom van Yeşilgöz: hoe dan?
Gea van Beuningen, Beneden-Leeuwen
De situatie in Gaza kan ik niet vatten met de worden ‘vrede’, ‘bestand’, ‘staakt-het-vuren’, ‘deal’.
Ik noem het: een deksel op een doodskist. Een dorre vlakte, geen zicht op een duurzame oplossing en de Westelijke Jordaanoever is als volgende aan de beurt?
Wat ben ik blij, nee, dat is geen passend woord als het over Gaza gaat; wat ben ik dankbaar voor de column van Bram Vermeulen op 13 oktober. Hij houdt ons rustig en helder bij de les. Mijn verwarring nam meteen af. Dank daarvoor!
Corinne Rijks, Haarlem
De Argos-onthulling dat vrouwen onder narcose ongevraagd worden gebruikt voor zogenaamde leertouchés is misselijkmakend. Medisch studenten oefenen het inwendig onderzoek op een patiënt die bewusteloos op tafel ligt. Zonder toestemming.
Juridisch verboden, moreel onaanvaardbaar en toch gebeurt het; want wie slaapt kan zich niet verweren.
Een hoogleraar medisch recht noemt toestemming vragen in de uitzending ‘netjes’, alsof het om beleefdheid gaat. Netjes? Dit gaat toch niet om tafelmanieren? Een lichaam onder narcose is toch geen oefenpop?
In de Verenigde Staten kwamen deze praktijken eerder aan het licht. Inmiddels hebben ruim twintig staten verboden dat studenten bij bewusteloze patiënten zonder expliciete toestemming een inwendig onderzoek uitvoeren (vaginaal, rectaal of bij de prostaat).
Sinds 2024 verplicht ook de federale overheid schriftelijke toestemming. Toch is de naleving gebrekkig: wie kan controleren wat er gebeurt terwijl iemand slaapt?
Hoe gevaarlijk dat is, toont de Franse zaak van Gisèle Pelicot. Zij werd jarenlang onder invloed van slaapmiddelen door tientallen mannen verkracht, die daartoe waren uitgenodigd door haar echtgenoot.
De parallel is confronterend. In beide gevallen wordt het lichaam van een vrouw, juist omdat zij niets kan waarnemen, beschikbaar gesteld voor andermans doelen: onderwijs of vermaak. Het excuus is hetzelfde: ‘Ze merkt er toch niets van.’
Een leertouché zonder toestemming is geen leermoment, maar misbruik. Groot onderzoek lijkt me daarom uiterst noodzakelijk.
Fleur Speet, Amsterdam
Na het lezen van het boeiende verhaal over Meester I.S. bleef ik zitten met een vraag: zijn van deze schilder alleen ondertekeningen met monogram bekend, of ook met initialen? Anders gezegd: is het wel zeker dat de ‘I’ de beginletter van de voornaam is en de ‘S’ van de achternaam? Of kan het ook gaan om ‘Meester S.I.’? Omkering van de initialen kan wellicht nieuwe zoekresultaten opleveren.
Line Wiener, Amsterdam
Een maand geleden lag er een pakket in mijn brievenbus dat niet voor mij bestemd was. Het kwam uit Egypte en was duidelijk geadresseerd aan: IND Visadienst, Postbus 2, 9560 AA Ter Apel, Nederland.
Ik belde de IND, meldde de fout en vroeg wat te doen. ‘Stuur het maar terug naar PostNL’, was het antwoord. Dat deed ik. Een week later lag het pakket opnieuw in mijn brievenbus. Weer gebeld, ditmaal met PostNL. ‘Zit er een sticker op?’, vroeg de medewerker. ‘Ja.’ ‘Mag ik de code... Ja dat is uw adres.’ ‘Nee’, zei ik, ‘het adres op het pakket is van de IND.’ ‘Maar de sticker gaat boven het adres’, luidde het antwoord. Toen ik bleef volhouden dat PostNL het pakket verkeerd had bezorgd, werd de verbinding verbroken. Een tweede medewerker zei: ‘Wij zijn niet verantwoordelijk.’ Klik.
Het pakket bevatte persoonlijke documenten, maar niemand voelde de behoefte om samen naar een oplossing te zoeken. De regel won het van het gezond verstand.
Dat is het punt. Wat ooit een publieke voorziening was – de post, de woningbouw, de zorg – is verworden tot een markt waarin protocollen belangrijker zijn dan verantwoordelijkheid. PostNL functioneert niet meer als publieke dienst, maar als logistiek systeem waarin alleen telt wat op de sticker staat. Misschien heeft PostNL juridisch gezien gelijk. Maar moreel gezien is dat precies het probleem.
Want als regels zwaarder wegen dan redelijkheid, dan is het publieke weefsel van zorg en verantwoordelijkheid langzaam opgelost in de lijm van het etiket. Wanneer zijn we ermee opgehouden verantwoordelijkheid te voelen voor wat van ons allemaal is?
Joop Roebroek, Groningen
Wilt un reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Het belangrijkst is dat een brief helder en duidelijk is. Wie een origineel en nog niet eerder verwoord standpunt naar voren brengt, maakt grotere kans te worden gepubliceerd. Een brief die mooi en prikkelend is geschreven, heeft ook een streepje voor. Kritiek op de Volkskrant wordt vaak gepubliceerd, op-de-man-gespeelde kritiek op personen plaatsen we liever niet.
Iedere brief wordt gelezen door een team van ervaren opinieredacteuren en krijgt een kans. En wekelijks worden ongeveer vijftig brieven geselecteerd. Over de uitslag kan helaas niet worden gecorrespondeerd. Wij zijn er trots op dat onze lezers mooie en goede brieven schrijven, waarvan we elke dag een levendige rubriek kunnen samenstellen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant