Home

Zakenvrouw Sylvia Tóth (81): ‘Ik ben door niemand op het paard gezet, ik heb elke cent zelf verdiend’

25 jaar geleden werd in Utrecht het Sylvia Tóth Centrum geopend, een afdeling van het Wilhelmina Kinderziekenhuis. Tóth was de eerste vrouw in Nederland die haar bedrijf, uitzendbureau Content, naar de beurs bracht. Met een deel van haar geld wilde ze kinderen helpen. ‘Ik hoopte dat andere ondernemers ook zoiets zouden doen.’

is journalist en programmamaker. Hij schrijft interviews voor de Volkskrant.

Ze is een van de succesvolste ondernemers van Nederland. Op haar 15de begon Sylvia Tóth als uitzendkracht, twaalf jaar later was ze directeur van uitzendbureau Content. Onder haar leiding groeide Content uit tot een bedrijf met tweeduizend werknemers en vijfduizend uitzendkrachten. Tóth (81) was de eerste vrouw in Nederland die haar bedrijf naar de beurs wist te brengen, in 1985, en daarmee multimiljonair werd.

‘En ik was de eerste in mijn branche die haar bedrijf beursgenoteerd kreeg.’ Geen slechte prestatie voor iemand die was opgegroeid in een arm gezin. ‘Als je kijkt naar die saaie prijs van Zakenvrouw van het jaar, dan zie je dat die vrijwel altijd is gegaan naar vrouwen die hun succes mede aan hun man of hun familie te danken hadden. Ik ben door niemand op het paard gezet, heb elke cent zelf verdiend. In mijn hart ben ik altijd dat kleine meisje uit dat eenvoudige gezin gebleven dat ondanks alles wist: ik ga het maken.’

Ze woont in Monte Carlo, en een gedeelte van het jaar ook in New York. Vanuit haar appartement bij Central Park heeft ze uitzicht op het Dakota Building, waar John Lennon ooit woonde. ‘Ik ben Yoko Ono regelmatig tegengekomen op straat.’

Nu is ze even terug in Nederland voor een bijzonder jubileum: 25 jaar geleden opende ze het Sylvia Tóth Centrum in Utrecht, een afdeling van het Wilhelmina Kinderziekenhuis. ‘Ik had mooi verdiend met de beursgang van Content en heb toen meteen gezegd: een deel van de opbrengst is bestemd voor kinderen. Als voorzitter van het Ronald McDonald Kinderfonds had ik gezien hoeveel verdriet ouders hadden om zieke kinderen. Daarom wilde ik iets nieuws doen, dat nog nergens bestond.’

In het Sylvia Tóth Centrum komen kinderen met complexe aandoeningen, die op één dag door verschillende specialisten worden onderzocht. ‘Die specialisten spreken met de ouders, doen onderzoek. Ik had als voorwaarde gesteld dat al die specialisten aan het eind van de dag aan een ronde tafel met elkaar en met de ouders die patiëntjes zouden bespreken. Dus die ouders wisten aan het eind van de dag: we moeten deze behandeling kiezen, of die aanpak. Een samenballing van kennis, op één dag.’ Bij het maken van de plannen voor het Sylvia Tóth Centrum had ze nauw contact met Gerlach Cerfontaine, bestuurslid van het Wilhelmina Kinderziekenhuis.

Tóth had zich bij de oprichting in 2000 garant gesteld voor tien jaar. ‘Els Borst (de toenmalige minister van Volksgezondheid) zou het openen. Ze zei: ‘Je moet het heel goed wetenschappelijk onderbouwen, Sylvia. En als jij kunt aantonen dat het effectieve waarde heeft, dan ga ik zorgen dat het na tien jaar wordt betaald door de verzekering.’ Zo is het gegaan.’

‘Els Borst was een geweldige vrouw. Toen ik voorzitter was van het Ronald McDonald Kinderfonds, hadden we ieder jaar feesten met een grote veiling, waar we geld ophaalden voor het fonds. Vaak met grote artiesten erbij: Harry Belafonte, Shirley Bassey. Ik nodigde dan ook alle ministers uit. Die liepen dan rond met een air van: wat geweldig van mij dat ik gekomen ben. Maar de enige die mij dan geld gaf voor het goede doel was Els. Duizend gulden, uit eigen portemonnee.’

Hoeveel heeft het Sylvia Tóth Centrum u gekost?

‘Tien miljoen. Ik vond dat het dat geld dubbel en dwars waard was.’

Sommige mensen vonden het ook koketterie: zo’n centrum dat je eigen naam draagt.

‘Ik heb dat heel bewust gedaan, omdat ik hoopte dat ook andere ondernemers zoiets zouden gaan doen. Wat ondernemers wel vaak doen, is een ruimte doneren in een museum of in het Concertgebouw. Want daar kun je je klanten mee naartoe nemen, dus daar heb je zelf baat bij. Bij een ziekenhuis is dat heel anders. Ik kon niet tegen mijn klanten zeggen: ga vanmiddag eens lekker mee naar het ziekenhuis, joh. Ik heb dit niet gedaan om indruk te maken op andere mensen. Ik heb kinderen willen helpen.’

Uw voorbeeld is niet nagevolgd.

‘Nee, helaas niet. Ik zat een keer in het vliegtuig naast mevrouw Nina Brink, want haar eigen vliegtuig was kapot. Zij zei tegen mij: ‘Goh, heb jij geen eigen vliegtuig?’ Toen zei ik: ‘Nee, ik help kinderen, ik heb mijn eigen kindercentrum.’ Toen werd ze stil.’

Het Nina Brink centrum is nooit van de grond gekomen?

‘Niet dat ik weet.’

Je hebt natuurlijk wel de VandenEnde Foundation. Maar iemand als John de Mol zou toch ook iets kunnen doen?

‘Vergis je niet: John de Mol doet veel meer dan mensen denken. Ik kan het weten want ik heb bij hem in de raad van commissarissen gezeten. Alleen wil hij er niet mee naar buiten treden. Nu is John vele malen rijker dan ik. Hij behoort samen met Joop van den Ende en Charlene de Carvalho-Heineken tot de rijkste mensen van Nederland. Ik ben lang niet zo rijk als mensen denken.’

Ze voelt zich verbonden met zieke kinderen. Zelf liep ze als baby’tje door een val epilepsie op. ‘Mijn moeder was zo slim om mij toen niet te laten opereren, want dat hadden ze nog helemaal niet gekund. Ik heb er tot mijn 12de last van gehad. En ik ben toch nog goed terechtgekomen. Vind je niet?’

Sylvia Tóth, geboren in Den Haag, is de dochter van de Nederlandse Annette Thiérry en van Rudolf Tóth, een Hongaarse zigeuner die als violist zijn geld verdiende in restaurants. Ze was nog heel klein toen hij wegging bij het gezin. ‘Hij wilde niks meer met mijn moeder, mijn broertje en mij te maken hebben.’

Jarenlang zag ze haar vader niet. ‘En toch bleef ik als kind altijd benieuwd naar hem. Het was natuurlijk wel mijn vader.’ Totdat ze rond haar 12de op een zondag een fietstochtje met haar moeder ging maken. Ze stopten even in Warmond om iets te drinken. Binnen speelde een zigeunerstrijkje. En opeens zag ze haar moeder wit wegtrekken. ‘De violist bleek mijn vader te zijn. Toen we binnenkwamen ging hij speciaal voor mij iets spelen. Dat vergeet ik echt nooit meer. Als je vader niks met je te maken wil hebben, hoop je als kind toch dat het niet waar is, dat het anders zit. Dus het raakte me enorm.’

Haar vader stelde voor om de week daarna weer af te spreken, maar dan in ’t Goude Hooft in Den Haag. Dan zou hij een horloge voor haar meenemen. ‘Ik was helemaal holderdebolder. Dacht: wat een lieve man is dat. Mijn moeder was inmiddels hertrouwd. Mijn ouders zeiden de week daarna: ‘Ik zou er niet heengaan, want hij gaat je teleurstellen.’ Maar ik ging toch, want ik wist zeker dat mijn vader woord zou houden.’

Ze hapert even, zegt dan: ‘Ik heb de hele middag zitten wachten. Maar ja, hij kwam dus niet.’ Ze fietste ontgoocheld naar huis, beschaamd tegenover haar ouders omdat ze zo goedgelovig was geweest. ‘En ik begreep dat alles wat mijn moeder over hem had verteld waarschijnlijk wáár was.’

Het liep niet goed af met haar vader. Hij kwam om bij een brand in een pension waar hij lag te slapen. Haar broer en zij wilden toch een ordentelijke begrafenis voor hem regelen. Omdat ze niemand uit zijn vriendenkring kenden, plaatsten ze een advertentie in De Telegraaf. ‘Midden in de winter stonden daar op dat kerkhof opeens veertig zigeuners te spelen in de sneeuw. Zo bijzonder. Na afloop kwam er een man op me af: ‘Ik heb iets voor u.’ Het was de beste vriend van mijn vader die mij zijn viool gaf. Toen heb ik echt wel even gehuild.’

Ze bewaart de viool nog altijd, in de muziekkamer van haar huis. Daar ligt-ie, glanzend op de piano. ‘Hier heeft hij op gespeeld’, zegt ze, terwijl ze haar vingers even over het diepbruine vurenhout laat glijden. ‘Ik denk er nog altijd over na hoe het kan dat hij die viool vlak voor die brand bij die vriend in bewaring heeft gegeven. Alsof-ie wist…’ Hoe vaak ze het instrument ook heeft aangeraakt, het ontroert haar nog altijd. ‘Zo heb ik hem toch nog een beetje bij me.’

Misschien is die achtergrond wel de reden van haar betrokkenheid bij tal van muzikale instituten en orkesten, denkt ze, ook al speelt ze zelf nauwelijks. ‘Van hem heb ik het mooiste geschenk gekregen: mijn liefde voor muziek.’ Ze zit in het bestuur van het New York Philharmonic, als enige Europeaan. Ook is ze voorzitter van de International Conductors Competition. Daarvoor was ze voorzitter van het Nationaal Jeugdorkest en erevoorzitter van de Young Pianist Foundation. ‘Ik ken die wereld van de klassieke muziek heel goed, ken veel topdirigenten persoonlijk.’

Ze had ook jarenlang nauw contact met de Russische dirigent Valeri Gergiev, toen ze voorzitter was van het Gergiev Festival. Tóth was erg op hem gesteld, maar ze spreekt hem niet meer, sinds de oorlog in Oekraïne. Gergiev weigerde afstand te nemen van de Russische inval in Oekraïne. ‘Die oorlog is echt verschrikkelijk. Ik heb een traject opgezet voor kinderen in Oekraïne, Heroes of Light, die ik probeer te ondersteunen.

‘Valeri is echt een bijzondere man. Hij heeft alleen geen afstand tot Poetin. Poetin is zelfs de peetvader van zijn kinderen. Dat maakt het extra ingewikkeld. Ook beroepsmatig zit hij in een lastige positie: hij heeft een groot orkest, met een koor en alles wat daarbij hoort. Als hij afstand neemt van Poetin, zitten al die mensen zonder werk.’

Wat heeft het voor gevolgen voor jullie vriendschap gehad?

‘We appen soms nog wel, maar het contact is zo goed als voorbij. Verschrikkelijk jammer. Ik weet zeker dat hij geen slecht mens is. Ik kan me niet voorstellen dat hij het goed vindt wat Poetin doet. Maar zich distantiëren van Poetin zou voor hem enorme gevolgen hebben. Dan kan hij Rusland niet meer in.’

Wel jammer dat politiek muziek dus kennelijk toch het zwijgen kan opleggen.

‘Daar hebben we het nu ook over in de vergaderingen over de Conductors Competition: nemen we wel Russen? Zijn Israëliërs welkom? Ik begrijp alle afschuw en gevoelens over oorlog, maar wat ik heel erg vind is dat musici, sporters of artiesten moeten boeten voor de grillen van hun staatshoofden. Muziek en sport verbinden juist.’

U was al voor uw 30ste miljonair. Het lastige is natuurlijk dat als je over veel geld beschikt, je nooit weet met welke motieven mensen op je afkomen. Iedereen wil altijd iets van je.

‘Nou, ‘iedereen’ is overdreven. Maar vaak willen mensen inderdaad wel iets. Mijn secretaresse weet dat ook. ‘Nee, ik wil echt alleen advies van mevrouw Tóth hebben’, zeggen ze meestal. Maar dan bedoelen ze: geld. Meestal kijk ik of ik iets voor ze kan doen. Terwijl ze zelden vragen: ‘Hoe is het eigenlijk met jou?’’

Dat vragen ze niet?

‘Nooit. Nee. Interesseert ze niks.’ Schouderophalend: ‘Maar dat maakt toch niet uit, joh.’

Bent u daardoor anders over mensen gaan denken?

‘Nee, helemaal niet. Je moet je eigen instinct gebruiken. Ik ken genoeg mensen die ik echt aardig vind en die bij mij horen. Niemand van hen wil iets van me. ’

Heeft u een goed ontwikkeld instinct?

In de lach schietend: ‘Hier ga ik geen antwoord op geven. In het algemeen wel, maar niet bij echtgenoten. Ik heb een beter beeld van mensen die bij me komen werken dan van mensen in de privésector. En ja, hoe komt dat dan? Laat ik het zo zeggen: er is een heel mooi liedje dat zegt I Fall in Love so Easily. Dat gaat ook voor mij op. Ik stel mijn hart nogal makkelijk open.’

Veel mannen zijn bang voor succesvolle vrouwen, heeft ze gemerkt. Vroeger kon ze zich daardoor echt eenzaam voelen. ‘Ik weet nog dat ik een feest gaf toen ik 50 jaar werkte. Ik vierde het in de Grote Kerk in Den Haag. Echt het mooiste feest dat ik ooit heb gegeven. Met heerlijk eten, en een optreden van de pianobroertjes Jussen, die toen nog niet bekend waren. Maar toen werd het avond en was er helemaal niemand die bedacht: is er wel iemand om met Sylvia mee naar huis te gaan? Dus ik kwam thuis met al mijn cadeaus, in mijn lege huis. Dan voel je je zó eenzaam.

Drie maanden later kwam ik Francesco tegen, een geweldig lieve Italiaan die in Monte Carlo woont. Dus er zat daarboven vast iemand die dacht: dit is te gek. Hier gaan we wat aan doen.’ In 2013 trouwde ze met hem. ‘Mijn vierde echtgenoot!’, benadrukt Tóth, met hoorbare zelfspot. ‘Vijftien jaar zijn we al samen, dus ik kán het wel. Ik heb vanaf het begin tegen hem gezegd: ik wil wel kunnen werken.

‘Andere mannen wilden dat niet. Die wilden gewoon een huisvrouw. Maar ja, dan moet je niet met mij trouwen. In de tijd van Content kregen Jan Timmer van Philips en ik allebei een uitnodiging van een universiteit in Engeland; ze wilden ons een eredoctoraat geven, als enige twee Nederlanders. Timmer zei direct: ik doe het. Ik was in die tijd met Pierre Vinken getrouwd. Die zei: ‘Dat moet je niet doen, die universiteit is niet goed genoeg. Er komt wel een betere.’

‘Nou, er is dus nooit een betere gekomen. Ik heb helaas naar hem geluisterd. Natuurlijk heb ik daar spijt van. Dus tegen Francesco zei ik direct: ‘Luister, ik moet kunnen werken, ik moet kunnen reizen.’ Dat vond hij prima. Hij stelde wel twee voorwaarden: ik moest bij hem in Monaco komen wonen. En ik moest hem niet gaan vervelen. Want vrouwen verveelden hem snel. Laatst zei hij: ‘Dat heb je allebei waargemaakt.’’

Is het een raar idee dat u al 81 bent?

Gespeeld verontwaardigd: ‘Hoe bedoel je? Ik ben vanmorgen nog naar boksles geweest, hè. Ik ga gewoon door.’

Maar u hebt inmiddels wel veel meer verleden dan toekomst.

‘Jij weet helemaal niet wat ik allemaal nog van plan ben. Ik heb nog zo veel plannen en ideeën. Dat is het leuke aan New York: daar vragen ze nooit hoe oud je bent. Zolang je succesvol bent, word je overal voor gevraagd. Dat is ook mijn eigen motto. Een van mijn beste vriendinnen in New York is Daisy Soros. Zij is ook Hongaarse en inmiddels 95. De eerste keer dat we elkaar spraken, hadden we het erover: wat vind jij nou belangrijk in het leven? En zij zei exact hetzelfde als ik: andere mensen gelukkig maken. Ik hoop dat mensen later van mij zullen zeggen dat ik ze geïnspireerd heb. Dan zeggen sommigen tegen mij: zie je wel, dan doe je het dus voor jezelf. Maar denk ik: en wat dan nog? Uiteindelijk wordt iedereen daar toch beter van?’

Het 25-jarig jubileum van het Sylvia Tóth Centrum wordt op 17/10 gevierd met een symposium over kindergeneeskunde.

Sylvia Tóth

1944geboren in Den Haag
1959begint als uitzendkracht
1972wordt directievoorzitter van Content Beheer
1986beursintroductie Content Beheer op Amsterdamse beurs
1990-1997 voorzitter Ronald McDonald Kinderfonds
1998oprichting Tóco d’ Azur
2000oprichting Sylvia Tóth Centrum
2020oprichting Sylvia Tóth Art & Culture Foundation
2024 President International Conducting Competition Rotterdam

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next