Home

‘‘Je kunt me niet helpen’, zei ze huilend. Ze zag de dood als de enige uitweg’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Hoofdagent Lisette van der Iest (29) weerhield een meisje van suïcide, met aandacht en goed luisteren.

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Ik moest met spoed van ons bureau in Winschoten naar het station in Scheemda, waar een meisje voor de trein wilde springen. Zij was ’s middags ook al in Groningen van het spoor weggehaald.

‘Met een collega, ook een vrouw, scheurde ik die kant op. Bij aankomst rende zij het perron op naar rechts en ik naar links. Aan mijn kant van het perron, helemaal aan het eind, zat een meisje van een jaar of twintig ineengedoken tegen een hekje. ‘Ik zie haar!’, meldde ik door de portofoon.

‘Het meisje hoorde me, stond op en ging snel richting de trap die leidt naar het treinspoor beneden. We wisten dat de trein naar Groningen elk moment kon langskomen. Wel had de meldkamer aan de machinist doorgegeven dat hij langzaam moest rijden. ‘Wil je alsjeblieft blijven staan?’, riep ik. ‘Ik wil alleen maar even met je praten.’

Ze reageerde niet. Ik rende en stond een paar seconden later vlak voor haar op de bovenste traptrede, om te verhinderen dat ze naar het spoor kon. Tactisch niet handig; er was geen reling en ze had me makkelijk achterover die trap af kunnen duwen, maar je doet op zo’n moment wat je gevoel je ingeeft.

‘‘Ik ben Lisette, ik wil je helpen’, begon ik. ‘Je kunt me niet helpen’, zei ze huilend. Ik vroeg wat er aan de hand was. Na enig doorvragen antwoordde ze dat ze autistisch was en PTSS had, dat het slecht met haar ging en ze de dood als enige uitweg zag.

‘Op dat moment kwam mijn collega erbij staan. Die commandeerde nogal bitchy: ‘Ik wil dat jullie verderop gaan staan.’ Meteen klapte het meisje dicht. ‘Ik hoor dat je autisme hebt’, probeerde ik weer. ‘Hoe kan ik jou het beste benaderen?’ ‘Door me niet te commanderen en niet te schreeuwen’, antwoordde ze. Daarop reikte ik haar mijn hand en vroeg: ‘Zullen we samen naar de parkeerplaats lopen?’ Ze aarzelde, pakte toen mijn hand en liep met me mee.

‘Op de parkeerplaats zei mijn collega weer heel dwingend: ‘Ik ga je boeien, je moet mee naar het bureau voor een beoordeling van jouw toestand door een psychiater.’ Het meisje verzette zich. ‘Rustig maar’, suste ik, ‘werk gewoon even mee, zometeen op het bureau gaan die boeien weer af.’ Toen werkte ze mee.

‘Op het bureau bleef ze rustig en deed ik haar boeien weer af. Ik stelde voor om op onze binnenplaats even samen een sigaretje te roken in afwachting van haar vriend die haar zou komen ophalen. Buiten vertelde ze dat ze eenzaam was en gepest werd, en dat ze zich schaamde om bij een psycholoog aan te kloppen.

‘Daar hoef je je toch niet voor te schamen?’, zei ik. ‘Ik heb zelf een burn-out gehad en daardoor een tijdje bij een psycholoog gelopen. Dat betekent niet dat je een gekkie bent, dat kan iedereen overkomen. Ik draag wel een uniform, maar hieronder zit gewoon een mens.’

Ze had vaker met de politie te maken gehad, en zei dat agenten altijd tegen haar schreeuwden en er geen rekening mee hielden dat ze autistisch was. ‘Jij blijft kalm en luistert echt naar me’, zei ze. Het was mooi om te zien hoe het ijs tussen ons brak. Nadat ik over mijn eigen burn-out had verteld, voelde ze zich veilig en vertelde ze me haar hele verhaal. Ze was psychisch op, uitgeput. Zwaar depressief.

‘We regelden een gesprek voor haar, de volgende dag, met een psycholoog in Groningen. Na die tijd schreef ze een berichtje op mijn Instagram-account: ‘Ik zit nu in een kliniek voor een time-out. Ik ben hier vrijwillig heen gegaan, dus dat is een mini-stapje vooruit.’ Ze werkte aan haar psychische gemoedstoestand en ik schreef terug dat elk mini-stapje in haar situatie een heel grote stap was.

‘Enkele maanden later schreef ze me weer: ‘We hebben medicatie gevonden die werkt! Ik heb geen suïcidale gedachten meer, en begin met kleine stapjes van het leven te genieten. Bedankt dat ik mijn verhaal bij u kwijt kon, dat heeft me heel goed gedaan.’ Het berichtje op mijn Instagram-account was ondertekend met: ‘Een blij meisje’.

‘Als ik dat lees en terugdenk aan dat wanhopige meisje op het perron die avond in Scheemda, denk ik bij mezelf: wat ontzettend mooi. Het gaat nog steeds goed met haar.

‘Bij deze melding heb ik weinig gedaan, alleen maar gevraagd en geluisterd. Dit bevestigt hoe belangrijk het is, voor ons als politie, om begrip en geduld op te brengen voor mensen, ook als ze onredelijk lijken. Er is vaak een reden voor hun gedrag, probeer die reden te achterhalen. En ik kan je vertellen: als dat lukt, geeft dat heel veel voldoening. Voor allebei.’

Praten over zelfdoding kan gratis, anoniem en 24/7 bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon: 0800-0113. Of chat op www.113.nl.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next