Home

Een Marokkaans voetbalshirt, een uitkomst voor daklozen en de Canta: ook dit is Dutch Design

Met design kun je prima de geschiedenis van een land vertellen, maar komen onderbelichte en onderdrukte stemmen daarin ook aan bod? Zeker! Als voorproefje van het boek Nieuwe Iconen. Een andere kijk op vier eeuwen Dutch Design presenteren tien designexperts hun persoonlijke keuze.

schrijft voor de Volkskrant over grafische vormgeving, productdesign en interieurarchitectuur.

Design leent zich uitstekend om de geschiedenis van een land te vertellen. Voor Nederland in het bijzonder. Alles hier is tot in de puntjes ontworpen – denk aan de verkavelde polders in De Grote Bosatlas of een simpele Hema-vaas op een witte salontafel van Jan des Bouvrie. Vergeet trouwens ook niet de kunstzinnige statements van Maarten Baas of de ontregelende sloophoutschoonheid van Piet Hein Eek. Maar al deze iconische ontwerpen vertellen telkens hetzelfde verhaal: nuchter, ietwat streng en soms moraliserend, maar ook kritisch en eigenwijs – noem het een protestantse traditie. Kortom, design dat alle clichés over Nederland bevestigt.

Maar zijn er ook ontwerpen die de verborgen verhalen vertellen en onderdrukte stemmen laten horen? Die het koloniale verleden belichten en gemarginaliseerde groepen ondersteunen in hun emancipatie? Kortom, design dat de hele geschiedenis van Nederland verbeeldt? In het boek Nieuwe Iconen. Een andere kijk op vier eeuwen Dutch Design zijn vijftig van deze meerstemmige ontwerpen geselecteerd door een dertigtal museumcuratoren, wetenschappers en activisten. Als een voorproefje presenteren tien van deze designexperts hun persoonlijke keuze – van inclusieve gebruiksvoorwerpen tot grafische experimenten en activistische prototypes.

Jeroen Junte (samenstelling), Nieuwe Iconen. Een andere kijk op vier eeuwen Dutch Design. Uitgeverij nai010, 256 pagina’s, € 39,95

Koto

Jaar en ontwerper onbekend.

Opiniemaker en mode-activist Janice Deul maakt zich sterk voor voor een meerstemmige en inclusieve cultuur en media :

‘De koto verbeeldt de veerkracht en emancipatie van de Afro-Surinaamse vrouw. Maar dit is ook een ambachtelijk meesterwerk, dat uit wel tien onderdelen kan bestaan. Rokken van meerdere lagen stof en volumineuze jasjes die de zwaartekracht tarten. De kleuren zijn expressief en de prints geven subtiele boodschappen. Ook de kunstig gevouwen hoofdbedekking of angisa kan subtiele hints als ‘ik ben single’ overbrengen. Elke vrouw kan zo haar eigen draai aan de koto geven. Dit kledingstuk heeft diverse historische betekenissen. Voor de een is het uniek Surinaams erfgoed. Anderen zeggen: hell no dat ik dit relikwie van een opgelegde, koloniale cultuur draag. De koto vertelt dat hele verhaal van emancipatie én onderdrukking. Gelukkig wordt het omarmd door jongere generaties, zoals het platform Tailors & Wearers, dat kennis over de koto vastlegt en doorgeeft aan jonge modeontwerpers.’

Snellenkaart

Herman Snellen, 1861

Miriam van der Lubbe is creatief directeur van de Dutch Design Week:

‘Mijn 90-jarige vader was 13 toen hij in 1948 op het gymnasium een onvoldoende haalde voor wiskunde. Hij bleek het bord niet goed te kunnen lezen. Bij de oogarts aan de Edisonstraat in Den Haag werd hij getest met de Snellenkaart. Wat bleek: min 5,5 aan beide ogen. Miljoenen levens zijn op deze manier ingrijpend verbeterd. Al meer dan honderdvijftig jaar is deze letterkaart, vernoemd naar de Utrechtse oogarts Herman Snellen (1834-1908), dé standaard voor oogmetingen. Het ontwerp was zo eenvoudig én vernieuwend dat het onmiddellijk wereldwijd werd overgenomen. Voor bijna alle alfabetten en karakters is er een kaart. De eerste editie verscheen in een boekje in zes talen met instructies over afstand, hoogte en belichting. Daardoor verspreidde de Snellenkaarten zich razendsnel. Toch kent bijna niemand de naam achter dit ontwerp. Herman Snellen is overschaduwd door zijn eigen uitvinding.’

Glazendoek – Progressieve randen in rood en blauw

Kitty van der Mijll Dekker, 1935

Sjouk Hoitsma is hoofdconservator van het Textielmuseum Tilburg:

‘Kitty Van der Mijll Dekker is de eerste Nederlander die de Duitse designschool Bauhaus afrondt, waarvoor ze nauwelijks erkenning krijgt. Het invloedrijke Bauhaus is in de jaren 1920 de kraamkamer van het moderne design. Studenten leerden er interdisciplinair werken – ’s ochtends met de handen in de timmerwerkplaats, ’s middags kunsttheorie en ’s avonds op het toneel. Behalve de Bauhausmädeln. De emotionele juffrouwen zouden ‘te decoratief’ zijn en waren veroordeeld tot het weefgetouw. Vanuit deze achtergestelde positie ontpopt Van der Mijll Dekker (1908-2004) zich tot de grote vernieuwer van huishoudtextiel. Door de ritmische vormtaal, de delicate weeftechniek en de sprekende kleuren wijkt haar werk af van het geblokte huishoudtextiel. Ze introduceert daarmee weefkunst in de Nederlandse huiskamer. Toen het Textielmuseum haar glazendoek Progressieve randen in rood en blauw onlangs herintroduceerde, zagen kopers vaak niet dat het ontwerp negentig jaar oud was.’

Canta

Dick Waaijenberg, 1998

Eline Pollaert promoveert als medisch-historicus aan de Vrije Universiteit Amsterdam; daarnaast is ze actief bij Stichting Kreukelcollectief en Feminists Against Ableism:

‘Bij de Canta denken we als eerste aan een vrolijk pruttelend karretje. Maar wist je dat hij is ontworpen door voormalig autocoureur Dick Waaijenberg? Alles is tot op de centimeter uitgedacht, net als bij een raceauto. Elke Canta is op maat gemaakt voor zijn bestuurder, afhankelijk van diens beperking. Gasgeven of remmen kan met je handen óf voeten. De richtingaanwijzer zit links of juist rechts en claxonneren kan met een elleboog. De ‘inrij-Canta’ kun je via de achterdeur met rolstoel en al inrijden, waarna je ’m vanuit de rolstoel bestuurt. Voor veel mensen met een handicap is de Canta onmisbaar. Iedereen vanaf 16 jaar mag er zonder rijbewijs in rijden en je mag overal parkeren. Dat heeft een keerzijde. Ze worden ook gekocht door mensen zonder beperking als ideaal stadsautootje. De Canta wordt daardoor steeds minder bereikbaar voor de mensen voor wie hij juist is bedoeld.’

Dyslexiefont

Christian Boer, 2008

Pao Lien Djie is waarnemend curator Design bij het Stedelijk Museum Amsterdam en Centraal Museum Utrecht:

‘Bijna 1 op de 10 Nederlanders heeft dyslexie. Dit kan tot leerproblemen leiden, omdat leerlingen letters verwisselen en daardoor lesstof missen die ze cognitief wel aankunnen. Ook volwassenen met dyslexie werken vaak onder hun capaciteit. Zij krijgen vaak ten onrechte het stempel dom of lui, wat weer het zelfbeeld en de ontwikkeling negatief beïnvloedt. Typograaf Christian Boer, zelf dyslectisch, ontwierp een font dat letters beter van elkaar onderscheidt. Zo verdikte hij de onderkant van de letters en cijfers, verlengde hij stokken van de letters als de p en d, en staarten van bijvoorbeeld de r of k; ook vergrootte hij de spatiëring. 84,3 procent van de gebruikers met dyslexie heeft baat bij zijn lettertype – alleen al in Nederland zijn dat tienduizenden mensen. Nadat het lettertype is gedownload kan je er in Microsoft Word of Google Chrome in typen. Wereldwijd is het beschikbaar bij duizenden scholen, bedrijven en andere instellingen, zoals DigiD en NOS.nl.’

Sheltersuit

Bas Timmer, 2014

Annelies Thoelen is curator bij het Design Museum Gent in België:

‘Alles aan dit beschermende pak voor dak- en thuislozen is in detail doordacht. Een slaapzak die aan de jas wordt geritst. De schuine stiknaden, waardoor regenwater wegloopt. Het klittenband aan de slaapzak, zodat je die makkelijk en snel kunt opendoen bij onraad. Het ontwerp is doorontwikkeld op basis van ervaringen van de gebruikers, een groep naar wie verder nooit wordt geluisterd. Het stoere design maakt deze vaak genegeerde groep zichtbaar. Het wordt vervaardigd van restmateriaal van onder meer fabrikanten van kleding en slaapzakken; ook worden gerecyclede stoffen gebruikt. De productie wordt gedaan door onder meer statushouders en ongedocumenteerde mensen. Zelfs het businessmodel klopt; door sponsoring kan het gratis worden uitgedeeld. De ontwerper Bas Timmer bedacht het uit persoonlijke verontwaardiging, nadat de vader van een vriend was doodgevroren op straat. Een aanklacht die oplossing wordt, dat zijn de krachtigste ontwerpen.’

Abouzahra x Rietveld

Mina Abouzahra, 2019

Hicham Khalidi is directeur van de Jan van Eyck Academie in Maastricht; ook was hij vorig jaar curator van het Nederlands paviljoen op de kunstbiënnale van Venetië:

‘Mina Abouzahra beweegt zich in twee werelden. Ze is geboren in Marokko, maar groeide op in Twente. Dat zie je ook aan haar herontwerp van een industriële stoel uit 1959 van Wim Rietveld die ze heeft bekleed met een weefwerk van de Amazigh, de oorspronkelijke Berberbevolking van Marokko. Ze is lang tijd in Marokko geweest om zich deze ambachtelijke techniek eigen te maken. Deze traditie combineert ze nu met de Hollandse zakelijkheid. De stoel is daarmee een overlevering van haar persoonlijke reis, maar ook van Nederland. Haar stoel wordt hier gezien als een herinterpretatie van een wederopbouw-icoon. Maar vanuit Marokkaans perspectief is dit nuchtere design slechts een van de vele invloeden op hun cultuur; die invloed gaat al eeuwen terug naar de Feniciërs, Arabieren of de Fransen. Daar vinden ze deze stoel minder bijzonder.’

Haptics of Cooking

Boey Wang, 2021

Bao Yao Fei is curator bij het Design Museum Den Bosch:

‘Je eigen eten kunnen bereiden is fundamenteel voor eigenwaarde en autonomie. Niet voor niets waren de eerste ontworpen gebruiksvoorwerpen voedselgerelateerd. Maar vanwege de scherpe messen en hete pannen is koken voor honderdduizenden mensen met een ernstige of gehele zichtbeperking bijna onmogelijk. Terwijl koken gaat om ruiken, proeven en voelen – prikkels die juist mensen met een zichtbeperking intens ervaren. En koken is een vorm van expressie. Deze veilige snijplank, kookpan, maatbeker en snijmessen maken koken voor deze doelgroep toegankelijk. Het is ook geschikt voor mensen met volledig zicht, waarbij de prachtige vormgeving uitnodigend werkt. Deze keukenset is bovendien een versmelting van twee ontwerpculturen. In China, waar de ontwerper vandaan komt, hebben producten meer gebruiksvrijheid. Je ziet er bijvoorbeeld veel minder producten die alleen door rechts- of linkshandige mensen worden gebruikt. Dit ontwerp is in alle opzichten inclusief.’

REX

Ineke Hans / Circuform, 2021

Annemartine van Kesteren is curator Design bij Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam:

‘De stoel is gemaakt van afvalplastic waarvan de herkomst is gecontroleerd. Dat garandeert niet alleen constante kwaliteit, maar genereert ook een duurzaam en gesloten materiaalstroom. Het is bovendien de eerste statiegeldstoel; als je ’m naar een inleverpunt brengt, krijg je een geldbedrag terug. De ingenomen stoelen worden opgelapt en verkocht, want de REX bestaat uit vervangbare onderdelen. Of hij wordt vermalen om er een nieuw exemplaar van te maken. Je koopt dus geen stoel, maar neemt een aandeel in een alternatief productiesysteem. De stoel is trouwens ontworpen door een vrouw, terwijl industrieel ontwerp nog steeds wordt gedomineerd door mannen. Het ontwerp is losjes geïnspireerd op de Revoltstoel van Friso Kramer, de bestverkochte Nederlandse stoel. Hoe cool, een oud icoon is gebruikt voor een radicale systeemverandering.’

Tenue Marokkaans voetbalelftal

Abderrahmane Trabsini / Daily Paper, 2024

Zineb Seghrouchni is oprichter van DAR Cultural Agency, dat kunstenaars, ontwerpers en architecten met een niet-westerse achtergrond vertegenwoordigd:

‘Abderrahmane Trabsini bouwde met twee jeugdvrienden een internationaal fenomeen: Daily Paper. Niet door trends te volgen, maar door de wereld te lezen in een remix van haute couture, muziek, sport en stijl. En door de combinatie van Japan, Afrika en Amsterdam-West. Die gelaagdheid wordt zichtbaar in dit voetbaltenue. Zo’n tien jaar na de start van Daily Paper mocht Trabsini het voetbaltenue ontwerpen voor Marokko, dat vierde werd op het afgelopen WK. Voor hem was dat geen opdracht ,maar een nationale plicht. Hij werkte met megapartijen: de Marokkaanse voetbalbond en sport- en lifestyle merk Puma. Het shirt verbindt jong en oud, van Gouda tot Marseille, van Los Angeles tot Dakar — via gedeelde wortels die diep en breed reiken. En zonder wortels is er geen groei. Deze topprestatie opent deuren voor jonge creatieven uit de diaspora. Daar zou heel Nederland trots op mogen zijn.’

Meer magazine

Dit is een artikel uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next