Home

Cijfers die op elk moment van de dag binnenkomen, meeglurende ouders: leerlingen én scholen zijn er klaar mee

Het leerlingvolgsysteem Magister is verworden tot een bron van stress die tot in de huiskamer wordt gevoeld. Steeds meer scholen passen hun gebruik daarom aan.

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft met name over onderwijs.

Ping. Het was zaterdagmiddag en Toon (15) was toe aan zijn weekend. Maar een melding van leerlingvolgsysteem Magister kon hij moeilijk negeren. Nieuwsgierig opende hij de app. Wat bleek: een 2 voor Latijn.

‘Ik heb het hele weekend binnen gezeten’, zegt de 4vwo-leerling van het Mendelcollege in Haarlem. Hij dacht direct aan de week die zou volgen: urenlang blokken om zijn gemiddelde op te krikken. Net zo goed werkt Magister de andere kant op: een hoog cijfer en zijn dag kan niet meer stuk.

Ook op school leidde de constante stroom aan cijfers tot onrust, vertelt Toon in de aula die langzaam volstroomt – de pauze is net begonnen. Zodra de cijfers voor een toets binnen waren, klonk in de appgroepen: wat heb jij? Goede cijfers werden trots gedeeld, onvoldoendes verzwegen. ‘Je voelde je alleen maar nog rotter als je een slecht cijfer had’, zegt hij. Het voedde bovendien de angst voor het gesprek ’s avonds aan tafel. Want ook ouders hebben toegang tot Magister.

Dat een leerlingvolgsysteem, bedoeld als handige tool om cijfers, absentie en roosters te bundelen, voor sommige leerlingen is uitgegroeid tot sluimerende stressfactor, was voor het Mendelcollege in Haarlem (mavo, havo, vwo) reden het roer om te gooien. Sinds dit schooljaar verschijnen cijfers nog op een vast moment: elke schooldag tussen 17.00 en 17.05 uur. In het weekend zwijgt Magister.

Ook elders wordt geëxperimenteerd: sommige scholen beperken de oudertoegang, andere publiceren cijfers alleen op vaste tijden. Sinds maart biedt Magister die opties technisch aan, maar hoeveel scholen er van gebruikmaken is onbekend.

‘Het onderwerp leeft enorm’, zegt Freya Sixma, woordvoerder van de VO-raad, de belangenbehartiger voor het voortgezet onderwijs. Onder artikelen die de raad publiceert over leerlingvolgsystemen, verschijnen steevast tientallen reacties van leraren, schoolleiders en ouders. Sixma noemt het een ‘positieve ontwikkeling’ dat scholen het systeem kritisch bekijken. ‘Digitalisering is handig, dus iedereen omarmt het’, zegt ze. ‘Maar er wordt niet goed gekeken naar de effecten. Doet het eigenlijk wat we ermee beoogden?’

Die vraag gaat niet alleen op voor Magister. In het onderwijs speelt breder de behoefte om prikkels te beperken. Veel scholen hebben inmiddels, op advies van het kabinet, een telefoonverbod in de klas en richten toetsweken ‘cijferluwer’ in. Ook formatief toetsen wint terrein, oftewel toetsen zonder cijfer, bedoeld om te laten zien wat een leerling al kan en waar nog groei mogelijk is. Achter al die maatregelen schuilt dezelfde zorg: de prestatiedruk onder jongeren neemt al jaren toe en leidt volgens diverse alarmerende onderzoeken tot stress, slapeloosheid en andere psychische klachten. Daarbij spelen ook sociale media een rol, waar onderlinge vergelijkbaarheid voortdurend wordt versterkt.

Constant gestalkt

Magister bestaat sinds begin deze eeuw en telt ruim twee miljoen dagelijkse gebruikers. Zo’n 70 tot 80 procent van de scholen gebruikt het, concurrent Somtoday is goed voor de rest. Toen Magister tijdens de lockdown in 2020 een dag platlag, haalde dat het landelijke nieuws.

Twintig jaar geleden wachtten leerlingen nog weken op hun rapport. Stressloos was dat allerminst: leraren lazen cijfers soms hardop voor in de klas, van laag naar hoog, of hingen resultaten voor iedereen zichtbaar in de gang.

Met de komst van Magister veranderde dat. Cijfers kwamen achter een persoonlijke inlogcode te staan. De privacy nam toe, maar een nieuw probleem kwam ervoor in de plaats. Doordat cijfers op ieder moment kunnen worden geüpload, drong de school ongemerkt de huiskamer binnen.

Op recensiewebsite Trustpilot blijft Magister na ruim vijfhonderd beoordelingen steken op een magere 1,3 ster. Pubers schoffelen het systeem met satirische recensies genadeloos onderuit. Ze schrijven over ‘mentale verwoesting’ en slippergooiende ouders. Ook komiek Arjen Lubach nam het systeem op de hak. ‘Kinderen moeten tegenwoordig aan hun ouders vragen hoe het op school ging’, grapte hij. Zijn sketch eindigt met de fictieve app ‘pa- en magister’, waarmee kinderen inzicht krijgen in salarisstroken en functioneringsgesprekken van hun ouders. De boodschap is duidelijk: de ouderbemoeienis is doorgeslagen, en Magister faciliteert dat.

Dat gevoel herkennen leerlingen ook. ‘Ik word eigenlijk constant gestalkt door m’n moeder’, aldus een scholier leerling in het RTL-journaal. Achter die grappen en klachten schuilt een serieuze vraag: hoe zwaar drukt die voortdurende zichtbaarheid van cijfers eigenlijk op de prestatiedruk?

Volgens Susan Branje, hoogleraar ontwikkeling en socialisatie in de adolescentie aan de Universiteit Utrecht, is de prestatiedruk onder scholieren de laatste decennia duidelijk toegenomen. ‘Er is veel meer aandacht voor prestaties dan vroeger, en ook veel druk om het goed te doen’, zegt ze. ‘Van goede cijfers halen tot extracurriculaire activiteiten: alles lijkt te moeten bijdragen aan een succesvolle toekomst.’

Die druk komt niet alleen van school, benadrukt ze, maar ook uit de samenleving. ‘Vroeger werkte je omdat je moest werken. Om 6 uur ’s avonds begon je leven. Tegenwoordig is carrière ook een zoektocht naar geluk en zelfverwezenlijking. Dat vergroot de druk enorm.’

Onderzoek bevestigt dat beeld. Jongeren ervaren hun schoolwerk steeds vaker als een constante vorm van toetsing. Een direct verband is lastig te bewijzen, maar de Landelijke Jeugdmonitor 2024 en rapporten van Trimbos en RIVM (Geluk onder druk?) laten zien dat psychosomatische klachten als hoofdpijn, slapeloosheid en vermoeidheid toenemen, vooral bij meisjes. In een recent rapport van KidsRights, de Nationale Jeugdraad (NJR) en State of Youth zegt de helft van de leerlingen en studenten tussen de 12 en 29 jaar regelmatig ongezonde prestatiedruk vanuit school en studie te ervaren.

Magister is volgens Branje niet de oorzaak, maar wel een versterkende factor. ‘Alleen de knop omzetten en ouders buitensluiten lost het probleem niet op. Scholen moeten ook kijken naar het aantal toetsen, hoe cijfers worden besproken en hoe leren meer ruimte krijgt dan presteren.’

Controle loslaten

Voor rector Jan-Mattijs Heinemeijer van het Mendelcollege was het een logische stap om cijfers voortaan op een vast tijdstip te publiceren, zodat leerlingen en ouders ze gelijktijdig zien. Bewust vroeg op de avond, zegt hij, ‘zodat een tegenvallend cijfer niet vlak voor het slapengaan binnenkomt en een leerling een nacht slaap kost’. Zijn motto: school is school en weekend is weekend.

Hij ziet hoe de druk de laatste jaren is toegenomen. ‘Er is zo’n behoefte om een voldoende te halen dat het bijna je identiteit wordt. Als je vaak onvoldoendes haalt, denk je al snel: ik deug niet. En wie hoge cijfers haalt, slaapt soms slecht van de druk om het niveau hoog te houden.’

Het besluit om het Magistergebruik aan te passen kreeg brede steun van ouders, al worstelen sommige met het loslaten van controle, merkt ouderraadslid Folkert Hersman. Zelf was hij ooit een typische ‘Magister-ouder’: bij zijn oudste zoon keek hij dagelijks. Nu, met zijn derde zoon in het eindexamenjaar, hooguit eens per maand. ‘Als er echt iets aan de hand is, hoor ik het wel.’

Die relaxte houding kan niet iedereen opbrengen. Tijdens een etentje zag Hersman laatst twee ouders voortdurend hun telefoon checken, omdat het cijfer van hun zoon elk moment kon binnenkomen. ‘Ik hoorde ook verhalen van ouders die hun kind vanaf hun werk belden: ‘Ik zie dat je een 4 hebt gehaald.’ Terwijl dat kind het cijfer zelf nog niet eens had gezien.’

Volgens Hersman verklaart de abrupte overgang van basis- naar middelbare school veel. ‘Op de basisschool zie je elkaar nog dagelijks op het schoolplein. Dat valt ineens weg, en dan wordt Magister opeens de plek waar je nog íéts van je kind meekrijgt.’

Experiment in Zeist

Op het Jordan Montessori Lyceum in Zeist wordt al langer nagedacht over alternatieven waarmee de prestatiedruk wordt verminderd. In de onderbouw krijgen leerlingen letters in plaats van cijfers en mogen ze zelf bepalen wanneer ze een toets maken. Toen uit de afstudeerscriptie van docent economie Stijn Uittenbogaard bleek dat leerlingen meer prestatiedruk voelden als hun ouders meekeken in Magister, besloot de school tot een gewaagd experiment: twee maanden lang kregen ouders geen toegang tot cijfers. Een besluit dat niet door iedereen werd gewaardeerd.

Uittenbogaard: ‘Er waren ouders die zeiden: als jullie dit doen, haal ik mijn kind van school. Of: mijn kind kan dit niet alleen.’ Toch zette de school door, om vervolgens nooit meer terug te keren naar het oude systeem. ‘Ouders zagen nauwelijks verschil, maar de helft van de leerlingen gaf aan minder stress te voelen.’ Het experiment kreeg landelijk en zelfs internationaal – Uittenbogaard gaf onder meer een interview aan The Guardian – aandacht en zette daarmee de discussie over Magister in gang.

Ouderbetrokkenheid is belangrijk, vindt de docent, maar niet achter de rug van een kind om. ‘Als een kind thuiskomt en zegt: ik heb een 8 gehaald, en de ouder antwoordt: dat wist ik al, ontneem je het de kans om iets leuks te vertellen.’ Ook slechtnieuwsgesprekken horen erbij, zegt hij: ‘Daar leer je meer van dan van cijfers.’

‘Zelf het gesprek voeren’

Een van de scholen die zich door het experiment in Zeist liet inspireren, is het Stedelijk Gymnasium Haarlem. De in 1389 opgerichte school is gevestigd in een rijksmonument in de tuin van het oude Prinsenhof, waar generaties leerlingen, soms uit dezelfde families, de schoolbanken deelden. Rector Jan Henk van der Werff is zich ervan bewust dat de leerlingen zich hier in een bubbel bevinden. Het grootste incident dat hij in de zeven jaar als rector meemaakte, vertelt hij lachend, was dat een leerling een babyvuurpijl afstak in de aula. ‘Daar hebben we het jaren later nog steeds over.’

Om de prestatiedruk te verlichten beperkte de school vorig jaar de zichtbaarheid van cijfers in Magister. Ouders krijgen alleen rond rapportmomenten inzage. Leerlingen zien hun cijfers pas na bespreking in de les, meestal aan het eind van de middag. Zo hoopt Van der Werff dat leerlingen zelf het gesprek met hun ouders voeren. ‘Ik was ook zo’n kind dat pas over zijn 4 vertelde als die gecompenseerd was met een 7. Dat lukt niet als Magister voortdurend in je nek hijgt.’

Ouders reageerden opvallend positief op het besluit. ‘Toen we het uitlegden tijdens een ouderavond, begon de zaal spontaan te applaudisseren.’

Leerlingen zijn echter verdeeld. Zo zegt Josephine (15) dat het bij haar juist stressverhogend werkt. Ze wil cijfers meteen zien om haar planning bij te sturen. ‘Vorig jaar ging ik bijna niet over, dus dan wil je gewoon zo snel mogelijk weten hoeveel je nog moet doen.’ Als cijfers pas later verschijnen, verschuift de stress naar de avonduren. ‘Dan ga ik piekeren als ik moet slapen.’

Josephine zegt überhaupt veel last te hebben van prestatiedruk. Naast school volgt ze muziekles en doet ze aan sport. Tijd om even niets te doen is er volgens haar nauwelijks. Met rollende ogen somt ze haar dagindeling op: ‘We zijn pas om 16.00 uur thuis. Dan heb je een kwartier om wat te eten, want ja, ik moet ook gewoon nog in leven blijven. Dan moet je leren, eten, verder leren en naar bed.’

Haar vriendin Marilotte, die naast haar in de studieruimte zit, merkt op dat je zulke activiteiten ook als vrije tijd kunt beschouwen, maar Josephine schudt stellig haar hoofd. ‘Het is allemaal moeten.’

Ook op het Mendelcollege, even verderop in Haarlem, zijn de reacties wisselend. George (4 vwo) haalt zijn schouders op over het nieuwe Magisterbeleid: ‘M’n ouders keken toch nooit.’ Havo-4-leerling Matthijs is juist opgelucht: hij werd thuis soms direct na binnenkomst aangesproken op een cijfer dat hij zelf nog niet eens had gezien. ‘Dat vond ik echt vervelend. Ik vind dat ik zelf mag bepalen wanneer ik het vertel.’

Voor vwo-leerling Toon brengt de verandering vooral rust. Hij kan erop rekenen dat hij op zaterdagen geen humeurbepalende meldingen meer op zijn telefoon krijgt. ‘Nu heb ik gewoon weekend.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next