Home

Vijandig vuur doof je met regenlaarzen aan

Fascisme Hoe je een land uit handen van fascisten houdt, dat weet Carolina Trujillo niet – haar familie probeerde het in Uruguay. Maar het vuur móét toch te doven zijn.

Toen ik de vlammetjes van aangewakkerde migrantenhaat over het Malieveld zag trekken, gingen mijn gedachten meteen naar onze populisten. Ik vraag me dan af hoe ze staan te kijken als ze de haatsoufflé waar ze in hun keukentjes aan werkten compleet de pan uit zien rijzen. Gaan de vuisten de lucht in als bij een langverwacht succes? Of kijken ze eerder bedremmeld toe zoals mijn zusje en ik deden toen we bijna de zolder, waarna mogelijk het hele pand, in lichterlaaie zetten?

Carolina Trujillo is schrijfster.

We waren een jaar of acht, negen, en op zolder aan het tekenen bij het licht van waxinelichtjes. Ik weet niet meer wat er gebeurde, het kan zijn dat de kat erbij betrokken was, maar een waxinelichtje ging om, kaarsvet stroomde over de tafel, een tekenpapiertje vatte vlam en viel brandend op de grond. Halsoverkop renden wij de zolderkamer uit. Vanaf de overloop bleven we door een kier in de deur kijken naar de vlammetjes die vol zelfvertrouwen vanaf het papier optrokken naar de vloerbedekking. Zo stel ik me voor dat een populist naar een Malieveld, een Capitool in Washington of het Braziliaanse parlement kijkt. Even, want dan pakt hij zijn telefoontje weer en gaat hij haat rondpompen alsof hij wil dat na de zolder, de hele wereld in de fik vliegt.

Wat mijn zus en mij, met de stuipen op het lijf, de zolder uit joeg, was de angst voor de vlammen die we ons verbeeldden, voor het vuur in ons hoofd – mijn moeder had er goed in gestampt hoe gevaarlijk vuur was. De feitelijke vlammetjes waren niet zo imponerend. Dat het vloerkleed al ging fikken, zei meer over de kwaliteit van het vloerkleed dan over de kracht van dat vuurtje. Dit geldt ook voor fascisten en democratieën.

Van de smeltende zwarte plek op de vloer volgde ik de lijn naar mijn voeten. Bleek dat ik, net als mijn zus, mijn regenlaarzen nog aan had. In een flits begreep ik dat die tegen wat hitte bestand moesten zijn. Ik joeg de angstbeelden van lichamen die in vlammen smelten weg, verzamelde al mijn negenjarige moed, rende naar binnen en stampte als een malle op de brandhaard. Mijn zus stond meteen naast me, want net als angst werkt moed aanstekelijk. Met strategisch kindergetrappel doofden we het vuur.

Dat fascisme gevaarlijk is, hoefde mijn moeder er niet in te stampen. Dat deden de militairen zelf. Mijn vader zat vast in de gevangenis van de dictatuur. Mijn oma, opa, tante en moeder hadden het land uit moeten vluchten, eerst naar de regio en toen die ook viel, naar verder weg. In Uruguay werden mensen vermist, vervolgd, opgesloten en vermoord. Sommigen alleen vanwege hun ideeën, anderen omdat ze de moed hadden zich tegen het fascisme te verzetten.

Een steen door de ruit

Dat huis waarvan mijn zus en ik bijna de zolder in de fik staken, was ons eerste huis in Nederland. Mijn moeder had het waarschijnlijk met voorrang gekregen. Wij waren immers statushouders of wat daar destijds voor doorging. In de woorden van het nieuwe rechtse Nederland had mijn moeder een huis van een hardwerkende Nederlander gepikt. Daar kom ik nu pas achter, dat die moeder van mij maar moraliserend liep te doen over niet met vuur spelen en niet stelen, maar ondertussen.

Heel relaxed is het niet, weten dat zo’n groot deel van de Nederlandse bevolking ons als huizenpikkers ziet, als mensen die weg moeten. Ik vind het ook niet makkelijk om dit op te schrijven want dan weten rechts-populisten en hun fascistische volgers dat het ze lukt om, zij het met mate, angst te zaaien in het hoofd van ten minste deze migrant. Dan twijfel ik of het veilig is om te schrijven dat wij statushouders waren. Straks vliegt in mijn huidige huis – dat ik in hun visie, zij het zonder voorrang, waarschijnlijk ook van een Nederlander heb gepikt – een steen door de ruit. Straks lok ik dat uit door dit op te schrijven en raken ze net de hond die vlak bij het raam slaapt. Straks moedig je ze alleen maar aan als je ze laat weten dat hun vlaggen, hun marsen en hun vuurwerk beelden in hoofden kunnen oproepen. Beelden die ik allang kwijt dacht te zijn. Beelden van bewapende militairen die bevelen naar je moeder schreeuwen, van gewelddadige, illegale arrestaties, van tralies, van huis na huis moeten verlaten en van een kaalgeschoren vader met een nummer op zijn borst. Het vuur is groter in je hoofd dan op het vloerkleed, houd ik mezelf voor.

En dan zijn er ook de momenten waarop ik me weer thuis voel in Nederland, bijvoorbeeld als mijn oer-Hollandse uit de Groningse klei getrokken jeugdvriendin, na de Algemene Politieke Beschouwingen, de dag inluidt met een bericht in de groepsapp: „Antifa verboden, boerka’s verboden, geen zieke of gewonde kinderen uit Gaza. VN zegt genocide, kabinet gaat daar niet in mee.” Het leest of ze harder door het fascistoïde afglijden wordt geraakt dan ik, en dat is op een kromme manier hartverwarmend. Net als wanneer een goede vriend, ondernemer, oer-Hollands en levenslange VVD’er, zegt liever zijn Porsche de gracht in te rijden dan ooit weer op die club te stemmen. Het helpt ook als Jimmy Dijk van de SP compleet uit zijn pan gaat omdat „ze weer door de straten marcheren! Fascisten!” Het helpt dat landgenoten hier ontdaan over zijn.

Naar angst luisteren

Nederland is van ons! riepen fascisten op het Malieveld en roepen ze nog steeds bij moskeeën, AZC’s en gemeentehuizen. Nederland is ooit van fascisten geweest, maar nu is het niet van hen. Nog niet. Dit vuurtje moet te doven zijn. Hoe je een land uit handen van fascisten houdt weet ik niet. Mijn familie probeerde dat, faalde erbarmelijk en betaalde daarvoor een prijs in eenheden van ballingschap, migratie en opsluiting. De dictatuur in Uruguay hield twaalf jaar stand. Van de keer dat ik met succes een vijandige vuurtje doofde, weet ik alleen dat je dat doet met regenlaarzen aan je voeten, een zuster aan je zijde en door niet naar je angst te luisteren.

Als het vuur is gedoofd, moet je nog wel een goed excuus bedenken om je moeder die grote brandplek op de vloer uit te leggen. Ze had nog zo gezegd dat we niet met vuur moesten spelen.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next