Simon Kuper | schrijver-journalist Journalist Simon Kuper (55) volgde in zijn loopbaan negen WK’s van nabij. Hij zag hoe politiek en commercie het prestigieuze voetbaltoernooi steeds meer in hun greep namen. „Gastheer zijn van het grootste planetaire feest is iets enorms.”
Simon Kuper: „Moreel zijn we niet langer bepalend. Wij hebben een moreel standpunt, maar de rest van de wereld deelt dat niet.”
Toen de jonge journalist Simon Kuper midden jaren negentig bij de Financial Times werkte, begreep zijn baas niet waarom de krant Euro 96 in eigen land zou moeten verslaan. Voetbal? Kijken mensen daar echt naar? Is dat überhaupt een ding, zo’n groot toernooi? De Financial Times sloeg het gewoon over.
Kuper nam vrije dagen op, reed in de trein door het land, zag ‘zijn’ Oranje pijnlijk met 4-1 verliezen van Engeland op Wembley en hoorde die avond voor het eerst ‘Football is coming home’, het officieuze volkslied van de Engelse fans. Heel Engeland was in de ban van het toernooi, maar de Britse zakenkrant opende de volgende dag met een landbouwbesluit uit Brussel.
Nu is Kuper 55 en een bekend schrijver en columnist, woont hij al dertig jaar in Parijs, maar twijfelt diezelfde werkgever opnieuw. Het is hoogst onzeker of hij komende zomer naar het wereldkampioenschap voetbal in de Verenigde Staten, Canada en Mexico mag. Als hij gaat, wordt het maar liefst zijn tiende eindtoernooi. Over die negen eerdere WK’s maakte hij een dik boek: De wereld aan mijn voeten. „WK’s veranderen de wereld niet”, schrijft Kuper, „maar ze werpen er wel een verhelderend licht op.”
„Gastheer mogen zijn van het grootste planetaire feest is iets enorms. Het geeft status, het is een vorm van uitverkoren zijn, een toekenning van respect. Poetin, bijvoorbeeld, werd in 2018 dankzij het WK in Rusland door de wereld even als gastheer geaccepteerd. Voor hem was dat van groot belang, die erkenning. Afrikaanse landen kregen die eer tachtig jaar lang niet, tot Zuid-Afrika in 2010.
En dan zijn er nog de wedstrijden zelf: de strijd tussen landen, die vaak ook politiek is. Nederland–Duitsland had jarenlang alles te maken met de oorlog, net als Frankrijk–Duitsland of Engeland–Duitsland. Soms gaat het over Europa en kolonialisme. Tijdens het WK van 2022 was de halve wereld even fan van Marokko – een Afrikaans, islamitisch, Arabisch land dat stond tegenover de op papier veel sterkere Europese tegenstanders. Maar het wrange is: Marokko deed dat met een ‘Europees’ elftal, vol met diaspora-Marokkanen. Veertien van de zesentwintig spelers uit de Marokkaanse selectie waren in het buitenland geboren, het hoogste aantal van alle aan het toernooi deelnemende elftallen.”
Kolonialisme, oorlog, macht, status, identiteit en de vraag wie de wereld mag vertegenwoordigen; al die thema’s maken het WK voor Kuper tot veel meer dan alleen voetbal. NRC spreekt hem op het terras van een Franse televisiechocolatier, vlak bij zijn Parijse werkkamer. Daar staan, in een kast, meer dan tweehonderd notitieboekjes (elk met een inhoudsopgave) die zijn hele journalistieke loopbaan beslaan.
Sinds zijn debuut in de jaren negentig reist Simon Kuper de wereld rond langs de machtigen van het voetbal. Toen al vroegen ze hem in welk hotel hij sliep (meestal een jeugdherberg) en waarom zijn jasje gescheurd was. Dertig jaar later lijkt er weinig veranderd: hij draagt nog steeds een blauw overhemd met een gat in de schouder.
In De wereld aan mijn voeten kijkt Kuper terug op negen wereldkampioenschappen, maar nauwelijks op de wedstrijden zelf. Hij spreekt voetballers en trainers, maar ook bestuurders, lobbyisten, diplomaten, stadionbouwers, activisten en fans die het WK van binnenuit meemaken. Bekende namen als Sepp Blatter, Johan Cruijff, Neymar en Piqué komen langs, maar minstens zo boeiend zijn de onbekenden achter de schermen — de makers van bidboeken, FIFA-officials en journalisten uit gastlanden — wier verhalen onthullen hoe voetbal verweven raakte met politiek, geld en macht.
„Het was een geopolitieke clash. Toen het WK aan Qatar werd toegewezen, besefte het Westen: hé, blijkbaar zijn wij niet langer de baas. Dat ging veel verder dan voetbal. Een klein land waar velen nog nooit van hadden gehoord ‘versloeg’ de VS.”
Voor Kuper was het WK in Qatar tegelijk een verademing en een openbaring. Acht stadions, allemaal rond Doha: eindelijk een toernooi zonder nachtelijke vluchten of uitputtende binnenlandse reizen. „In Brazilië of Rusland vloog ik uren en was gesloopt”, zegt hij. „In Qatar kon ik twee wedstrijden per dag zien. In de metro zaten Irakezen, Saudi’s, Engelsen, Mexicanen samen — iedereen in één coupé.”
Maar wat hij zag voelde niet als een wereldkampioenschap, eerder als een strak geregisseerd tv-spektakel, met stadions die tegelijk decor en opnamestudio waren.
„Dan kom je daar aan als journalist en zie je de misstanden, daar móét je over schrijven. Maar dat vond nauwelijks weerklank. Alleen een handjevol Duitsers, Scandinaviërs, Engelsen en Nederlanders maakte zich druk; de rest van de wereld haalde de schouders op. Dan besef je: ook moreel zijn we niet langer bepalend. Dat zie je nu terug in de wereldpolitiek — met Rusland, met Israël. Wij hebben een moreel standpunt, maar de rest van de wereld deelt het niet.”
„Precies. Zodra een westers medium iets zegt, denken veel mensen elders meteen: dan zal het wel niet kloppen. Toen The Guardian fel ageerde tegen Qatar, klonk het in de Arabische wereld: daar heb je die westerlingen weer, die denken alles te mogen bepalen. Die irritatie speelde al in 2010, bij de toewijzing van de WK’s van 2018 en 2022, toen Rusland en Qatar tegelijk werden aangewezen als gastlanden.
Engeland stuurde een sterrendelegatie; prins William, premier Cameron en David Beckham voerden persoonlijk campagne. Maar de stemmen gingen naar Moskou en Doha. De FIFA-officials vonden dat prachtig, en voor veel niet-westerse landen voelde dat als gerechtigheid: eindelijk wonnen anderen. De strijd om het WK werd daarmee ook een strijd om gezag in de wereld.”
Simon Kuper in zijn werkkamer met meer dan tweehonderd notitieboekjes (elk met een inhoudsopgave) die zijn hele journalistieke loopbaan beslaan.
„Tijdens het WK in Zuid-Afrika botsten rijk en arm er frontaal: de welvarende wereld daalde als het ware neer op een arme bevolking. Dat was voor mij heel bepalend, omdat mijn familie er vandaan komt.”
„Voor de officials was het een topervaring, maar voor het land zelf niet. Het WK is uit het nationale geheugen verdwenen; niemand heeft het er nog over. Veel Zuid-Afrikanen schamen zich nu voor het idee dat het toernooi iets zou oplossen. Het had nul impact.
Toch geloofde men erin. Arme Zuid-Afrikanen hoopten op banen en infrastructuur, maar die bleven uit. Daarna ging het van kwaad tot erger: onder president Jacob Zuma bereikte de corruptie een dieptepunt. De beruchte Gupta-broers kochten zich in in staatsbedrijven en overheidscontracten, een systematische overname van de staat door privébelangen. Investeringen droogden op, de groei stokte. Zuid-Afrika ging na 2010 achteruit, meer door het politieke systeem dan door het WK.”
„Enorm. Ze hadden kunnen zeggen: we hebben aidsklinieken nodig – dát wordt ons nationale project. Ik vertelde Zuid-Afrikanen over de Watersnoodramp in Nederland in 1953. Nederland was toen een vrij arm land, economisch niet zo verschillend van Zuid-Afrika in 2010. Men zei hier: koste wat kost, we moeten de dijken herstellen, anders gaan er duizenden mensen dood. Zoiets had Zuid-Afrika ook kunnen doen.
De wereld aan mijn voeten: een reis door het hart van het mondiale voetbal in 9 WK’s
Nieuw Amterdam, 352 blz., 25,99 euro
In plaats daarvan maakten ze van het WK hun nationale project. Dat is zo zonde. Een regering heeft maar beperkte aandacht en tijd. Als die jarenlang opgaat aan het WK, en de bevolking denkt dat dát de oplossing is, dan is dat tragisch.”
„Nee, het WK wordt kwalitatief juist sléchter, maar misschien wel populairder. Dat China maar één keer meedeed, India nooit en Indonesië ook niet, is een gemiste kans. Met 48 ploegen moeten die landen zich binnenkort een keer kunnen plaatsen – dat trekt een enorm publiek. De oude toernooien met zestien teams waren spannender: geen loze wedstrijden, elk duel telde. Maar voor Chinezen of Irakezen was dat minder interessant; hun land deed nooit mee. En het is nu eenmaal leuker als je eigen vlag wappert. De uitbreiding is puur commercieel, maar voor fans buiten Europa voelt het als gerechtigheid. Ooit was het WK een Europees-Latijns-Amerikaans feestje. Nu wil de rest van de wereld ook aanschuiven. De nieuwe FIFA-baas Gianni Infantino wint er stemmen en geld mee, maar het toernooi verliest zijn scherpte.
„We schuiven van een economie van schaarste – zoals het oude WK – naar een economie van overvloed, met eindeloze wedstrijden en tv-productie à la de NBA. En ach, als het toch om kijkcijfers draait, waarom dan niet meteen tweehonderd landen, elk met één thuis- en één uitwedstrijd?”
„Het wordt nog veel erger: Poetin zocht de schijnwerpers niet. Hij wilde zich niet met het matige Russische elftal associeren en werd door collega-leiders gemeden. Trump niet: hij eist de hoofdrol, stuurt het narratief en zal het WK tot zijn podium maken. Verwacht geen bloemrijke voetbalkritieken maar geschreeuwde uitspraken, beschuldigingen en theatrale provocaties. Hij gaat de hoofdpersoon van het toernooi worden.”
Simon Kuper (Kampala, Oeganda, 1969) groeide op in Zuid-Afrika en Oegstgeest. Hij studeerde geschiedenis en Duits aan Oxford en was scholar aan Harvard.
Met zijn debuut Football Against the Enemy (1994) brak hij internationaal door. Kuper schrijft een veelgelezen column voor de Financial Times over macht, elites, cultuur en voetbal.
Hij schreef onder meer Ajax (the Dutch, the War), Chums en Parijs nu. Zijn werk werd bekroond met verschillende prijzen. Hij woont in Parijs samen met zijn vrouw, schrijfster Pamela Druckerman, en hun drie kinderen.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet
Source: NRC