Crisis Asielcrisis, klimaatcrisis, wooncrisis: te vaak wordt de crisis uitgeroepen, ziet Femke van Hout. Zo vaak kan de mens niet op een kantelpunt staan.
De crisis is alom aanwezig. Je kunt geen krant openslaan zonder over meerdere crises te lezen. Sociologisch onderzoek laat zien dat het gebruik van het woord ‘crisis’ in het parlement deze eeuw drastisch omhoog schoot: in vijftien jaar tijd viel het woord crisis twee keer zo vaak als in de honderdtwintig jaar daarvoor. Zijn er zoveel crises, of wordt er vooral veel over gepraat? De zorgen zijn onmiskenbaar: klimaatverandering bedreigt het voortbestaan van de mens als soort, er vindt een genocide plaats in Gaza, mondiale machtsverhoudingen verschuiven, veel landen kampen met hardnekkige problemen in de woon- en zorgsector, en Europa is zich in rap tempo aan het herbewapenen wegens oorlog op het Europese continent.
Volgens de Duitse filosoof en historicus Reinhart Koselleck dient het begrip crisis sinds de moderniteit als hét middel om mensen aan te zetten tot actie. De term stamt van het Oud-Griekse krino – beslissen, oordelen – en heeft iets apocalyptisch: in crisistijd is het pompen of verzuipen, de dood of de gladiolen. Maar omdat de mens invloed heeft op de uitkomst, biedt crisis ook de kans op een andere, betere toekomst. Nog steeds zien we een crisis vaak als een keerpunt, een reset, waaruit we belangrijke lessen kunnen trekken. Zo verschijnen er nog steeds artikelen die reflecteren op de lessen van de coronacrisis, en zien veel mensen een ‘identiteitscrisis’ als iets positiefs voor je persoonlijke ontwikkeling: pas als het echt goed misgaat, zie je wat er anders moet. Het is volgens Koselleck dan ook niet voor niets „altijd de eigen tijd die men als crisis ervaart”. De moderne mens heeft altijd het gevoel dat hij aan de rand van de afgrond staat, en daar iets aan moet doen. Een crisis spreekt in ons een verlangen aan te leven in grootse, beslissende tijden.
Crisis is dus geen objectieve stand van zaken in de wereld. Het is een oordeel over de wereld; een retorisch middel om jezelf en anderen ervan te overtuigen dat het nu echt anders moet. Maar er schuilt gevaar in het te ruimhartig gebruiken van het begrip.
In haar essay Crisis! (2022) laat historicus Beatrice de Graaf zien dat veel Europese overheden sinds de Tweede Wereldoorlog een beschermender, haast paternalistische functie hebben gekregen. Het gebruik van een ‘crisis’ dient dan om ingrijpende maatregelen tegenover burgers te verantwoorden. Socioloog Mark van Ostaijen wijst erop dat de term vaak wordt gebruikt door politici of activisten om macht naar zich toe te trekken. Denk aan de poging van kabinet-Schoof om een asielcrisis uit te roepen, of aan klimaatactivisten die flirten met het idee van een ecodictatuur: een crisis vraagt immers om uitzonderlijke actie.
Ondertussen verliest de crisis zijn activerende potentieel. Hoewel ‘crisis’ oorspronkelijk verwijst naar een kortdurende noodtoestand, blijven veel hedendaagse crises maar voortduren – zo lang dat we het inmiddels gewoon vinden te spreken van een ‘permanente crisis’. Dat werkt verlammend. De Britse psychoanalyticus Lisa Baraitser ziet het als volgt: crisis produceert hoop, maar het is een wanhopige hoop, een hoop aan de rand van de afgrond. Als een radicale ommezwaai uitblijft slaat de hoop op een betere toekomst al snel om in uitputting en wanhoop of cynisme – er verandert toch niks. Wie voortdurend in crisisstand staat, kan ten prooi vallen aan een gevoel van ‘non-stop-inertie’: een nerveuze inactiviteit. Je moet iets doen, maar wat?
Door een toestand van ‘nu of nooit’ uit te roepen, vertroebelt de crisis langdurige processen en de concrete maatregelen die we kunnen nemen om die processen te veranderen. De Nederlandse ‘asielcrisis’, die werd gebruikt als argument voor het wetsvoorstel Asielnoodmaatregelenwet, is veelzeggend. Verschillende commentatoren wijzen erop dat de problemen in asielopvang voortkomen uit structureel falend beleid, niet uit een plotselinge vluchtelingenstroom. Klimaatactivisten maken een vergelijkbaar punt over de ‘klimaatcrisis’: klimaatverandering is geen onverwachte ramp, maar een proces dat al sinds de industriële revolutie gaande is. We zitten nu op meerdere kantelpunten, de leefbaarheid van de planeet staat onder druk – maar er is geen snelle oplossing. Zelfs als we vandaag stoppen met CO2-uitstoot, blijft de aarde voorlopig opwarmen. We moeten dus snel én langdurig optreden.
Hoe kunnen we de urgenties van deze tijd begrijpen zonder in de val van de crisis te stappen? Het verleidelijke van het crisisverhaal is dat het uitgaat van één collectief kantelpunt. Maar feit is dat geen crisis collectief beleefd wordt. Wannéér een situatie onhoudbaar is, verschilt sterk per persoon en sociale klasse: zo werd in Nederland pas van een woningcrisis gesproken toen de middenklasse geen huis meer kon vinden, en werd er pas een drinkwatercrisis uitgeroepen toen Spanje in 2023 zware tekorten kreeg, terwijl landen als Ethiopië al jaren kampten met droogte.
Daarbij zijn veel urgente problemen makkelijk te negeren: mensen raken snel gewend aan een ‘nieuw normaal’, of problemen lijken simpelweg niet groots en spectaculair genoeg. Denk aan het verdwijnen van eilandstaten, het uitsterven van insectensoorten, moderne slavernij of chronische vormen van armoede. Dus terwijl we op de algemeen erkende crisis blijven wachten voor we in actie komen, blijft de mogelijkheid tot actie in de toekomst liggen.
De uitdaging is om onze aandacht van de toekomst naar het ‘nu’ te verplaatsen: hoe richten we het heden zo in dat we langdurige, slepende problemen rechtvaardig en effectief kunnen aanpakken? In een crisisverhaal is die vraag ondergeschikt. Crisis berooft ons van het heden, en belooft een betere toekomst – maar alleen in relatie tot een onhoudbare noodsituatie. Het leert ons te overleven in plaats van te leven.
De ongemakkelijke waarheid is dat de wereld daadwerkelijk veranderen een verbazingwekkende hoeveelheid repetitief en onspectaculair werk vereist. Werk waarvan de impact vaak pas veel later zichtbaar wordt: onderwijzen, puinruimen, schoonmaken, verzorgen, onderzoek doen, gedegen onderzoeksjournalistiek bedrijven, biodiversiteit herstellen, buurtinitiatieven opzetten, politiek bedrijven die gericht is op de lange termijn, duurzame protestgroepen organiseren, steeds opnieuw het gesprek aangaan met andersdenkenden in de hoop dat je nader tot elkaar komt.
Het zijn vormen van actie die misschien niet groots zijn, maar wél impact hebben: denk aan ‘Omas gegen Rechts’, een burgerinitiatief in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland, waarbij oudere vrouwen met jongere generaties in gesprek gaan over de gevaren van extreemrechts gedachtegoed. Of aan buurtinitiatieven waarbij mensen samen de buurt vergroenen, bibliotheken oprichten, buurthuizen bouwen. Dit zijn maar kleine voorbeelden. Maar deze vormen van actie delen een besef van duur. Echte verandering is een volgehouden praktijk, geen kortstondig, spectaculair moment van crisis.
Femke van Hout
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC