Maxim Emelyanychev Pianist en dirigent
Op de koorschool in het Russische Nizjni Novgorod noemden klasgenoten hem Mozart. Dirigent en pianist Maxim Emelyanychev groeide uit tot een fenomeen. Dit seizoen staat hij in de Spotlight-serie in het Amsterdamse Concertgebouw.
Maxim Emelyanychev: „Noten waren er eerder in mijn leven dan woorden, openbaren meer.”
Nee, glimlacht hij, zijn ouders vernoemden hem niet naar de Russische schrijver Maxim Gorki, wiens achternaam zijn geboortestad Nizjni Novgorod droeg toen hij eind jaren tachtig ter wereld kwam. Daar groeide pianist en dirigent Maxim Emelyanychev (37) al vroeg uit tot een muzikaal fenomeen. Op de plaatselijke koorschool doopten zijn klasgenoten hem om tot Mozart, omdat hij er zijn hand niet voor omdraaide op gehoor even een muziekstuk uit te schrijven en als het moest voor een andere bezetting dan het oorspronkelijke instrumentarium.
„Het internet stond in de kinderschoenen en in steden buiten de muzikale centra Sint-Petersburg en Moskou kon het lastig zijn om partituren te krijgen”, zegt hij. „En dat vroeg om vindingrijkheid. Trouwens bijna iedereen op school droeg een bijnaam. Ik herinner me ‘Beethoven’, een jongen die steevast met een ernstige gelaatsuitdrukking – tegen het boze aan – op de vleugel hamerde.”
Emelyanychev nadert de veertig, maar op zijn studentikoze verschijning lijken de jaren nog geen grip te hebben. Hij lurkt aan een waterfles en kijkt vanuit het raam van de dirigentenkamer in het Concertgebouw naar het zomerse terras verderop. Het is half juli en over een uur zal hij met Orchestre de Chambre de Paris werk van Beethoven, Haydn en Mozart vertolken.
Dit seizoen staat Emelyanychev in Amsterdam in de Spotlight-serie met vijf optredens. Deze week dirigeert hij het Concertgebouworkest in onder meer Vents et lyres – een wereldpremière van de Finse componist Lotta Wennäkoski voor blokfluitist Lucie Horsch – en Tsjaikovski’s Zesde Symfonie ‘Pathétique’.
„Ja, Tsjaikovski”, verzucht hij. „Met zijn muziek groeide ik grotendeels op. Zoveel tragiek, zoveel hoop, soms tegen beter weten in. Hij schildert het leven, laveert tussen verdriet en vreugde. En in zijn laatste werken, met de Pathétique als zwanenzang, verdiept Tsjaikovski zich in het noodlot. Hoe de mens hiermee in gevecht is. Het is zijn verhaal, zijn eigen strijd. Tsjaikovski is de held van de Zesde Symfonie, die niet eindigt met het vreugdevuur van de overwinning zoals bij Beethoven, maar met een uitdovende hartslag.”
Maxim Emelyanychev. Foto Simon van Boxtel
Hij speelt, leeft en droomt muziek, zegt Emelyanychev. Zijn moeder zong in een koor, zijn vader was trompettist in een orkest, dus de vroegste herinneringen aan de kindertijd spelen zich af in concertzalen. Als eerste album kreeg hij van zijn ouders het Requiem van Mozart. „Een uitvoering van de Amerikaanse dirigent Leonard Bernstein”, zegt hij, traag zwaaiend met zijn hand. „Langzaam, maar mooi.”
Emelyanychev belichaamt een andere Mozart-school: geen groot, log orkest zoals bij Bernstein, maar een klein en wendbaar gezelschap. Hij brengt zijn ideaalbeeld tot klinken met onder meer het Zwitsers barokensemble Il Pomo d’Oro. Onlangs verscheen een nieuw deel uit hun reeks Mozart-symfonieën, waarmee ze twee jaar geleden een Edison wonnen.
„In mijn ogen is muziek de taal van alles. Noten waren er eerder in mijn leven dan woorden, openbaren meer. In veel stukken van Mozart of Bach hoor ik het universum, iets allesomvattends, en soms bereiken ze een volmaaktheid die ik vergeefs zoek in andere kunsten of wetenschappen. Want muziek beroert niet enkel het verstand, maar ook het hart. Zij heeft zoveel lagen.”
Die opvatting komt deels voort uit de koorschool waar hij zijn jeugd doorbracht. „De dagen draaiden er om muziek. En de leraren begrepen ons verlangen om die droom te verwezenlijken en daarin een toekomst te vinden. Dus knepen ze een oogje toe wanneer wij een andere vak verwaarloosden. Dat hadden we immers later niet meer nodig. Maar de jongens die geen musicus werden, betaalden een hoge prijs. Hun kennisniveau was te laag voor de universiteit. Dus die kans ging in rook op of ze moesten enkele jaren lang bij privé-docenten hun achterstand zien in te halen. Maar ik beleefde een geweldige tijd, waarin ik me geheel aan muziek kon wijden – mijn venster op de wereld – en bijna dagelijks concerten bezocht.”
Nizjni Novgorod was traditioneel een podium van de avant-garde, de plek waar uit Moskou en Petersburg ‘verbannen’ componisten in de Sovjet-periode toch hun werken mochten uitvoeren. De barokmuziek, waar Emelyanychev de laatste jaren vooral naam mee maakt, kwam pas op zijn veertiende op de radar, toen hem werd gevraagd om het Russisch Jeugd Orkest te dirigeren.
„Het ging om een Mozart-symfonie. Een betrokken leraar van het Moskouse conservatorium leende me tal van opnamen van Weense klassieken, gespeeld door de pioniers van de oude muziekstijl: Trevor Pinnock, Roger Norrington, Frans Brüggen en John Eliot Gardiner. Hoe inspirerend vond ik het te luisteren naar die andere aanpak: darmsnaren, natuurhoorns, de retoriek, en al die voor mij onbekende kleuren. Een nieuwe taal.”
In Moskou openden zich zodoende nieuwe werelden en ontdekte Emelyanychev dat alles en iedereen een leraar kan zijn in het leven. „Zelfs mensen die je nooit hebt ontmoet”, beaamt hij. „Mijn belangrijkste invloeden waren Norrington en Brüggen van wie ik alleen opnamen had gehoord. Maar beiden toonden me een andere invalshoek dan ik kende. Aan de oude muziek zitten twee kanten. Eerst gaat het om geschiedkundig onderzoek: hoe klonken Mozart en Bach in hun eigen eeuw? Maar vervolgens wil je luisteraars nieuwe en frisse noten geven, wil je de illusie wekken dat deze stukken van onze tijd zijn, dat ze gevoelens weerspiegelen die nu bij mensen leven. En op dat pad komt een musicus de nodige paradoxen tegen.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC