Minder piekeren, meer design is het motto van grafisch ontwerper Mieke Gerritzen, die zich verzet tegen wat ‘ontwerpschaamte’ wordt genoemd: onbekommerd iets moois ontwerpen in tijden van crisis. In haar nieuwe boek No Design Manifesto houdt Gerritzen een pleidooi voor vrijgevochten design.
schrijft voor de Volkskrant over grafische vormgeving, productdesign en interieurarchitectuur.
We leven in een tijd vol regels. Een poster die beledigend kan zijn voor een bepaalde bevolkingsgroep. Of een stoel die niet duurzaam genoeg is. Een kinderkamer die genderneutraal moet zijn, of feministisch. Daardoor kunnen ontwerpers angstig en terughoudend worden, wat alle creativiteit blokkeert. Aldus grafisch ontwerper Mieke Gerritzen (1962).
Designschaamte. Je kon erop wachten natuurlijk. Na vliegen, vlees, de barbecue en de thermostaat op 22 graden is design aan de beurt. Mogen we nog wel ongegeneerd genieten van een ontwerp dat mooi, origineel of, nóg erger, gewoon leuk is? ‘Pff... een absurde vraag natuurlijk’, aldus Gerritzen, die deze zomer nog een cover ontwierp voor dit magazine.
Daarvoor is design te leuk maar vooral te belangrijk, vindt ze. ‘Het kán bijdragen aan een betere wereld.’ Maar ook Gerritzen zelf voelt soms designschaamte. Deze week verschijnt haar nieuwe boek No Design Manifesto. Design Beyond Shame. ‘Ik heb mij de afgelopen maanden afgevraagd: moet dat nou, nog een boek waarvoor bomen worden gekapt, dat wordt gedrukt met giftige inkt en met vrachtwagens naar boekhandels wordt gereden? Waarom niet gewoon online publiceren?’ Maar nu dat boek er is, voelt ze vooral trots. Want No Design Manifesto is juist een pleidooi voor de creatieve vrijheid van ontwerpers. ‘Mode, memes en reclames kunnen net zo’n belangrijke inspiratiebron zijn voor verandering als klimaatverandering of de macht van big tech.’ Oftewel: ‘Minder piekeren, meer ontwerpen.’
Het spanningsveld tussen maatschappelijke verantwoordelijkheid en ongebreideld ontwerpplezier is het uitgangspunt van Het Designdebat dat ze op 25 oktober organiseert tijdens de Dutch Design Week – ‘de hoogmis van het deug-design’. Ontwerpers, museumcuratoren en wetenschappers buigen zich over de vraag of de ontwerper armoede, racisme of klimaatverandering kán oplossen? Lachend: ‘Ik hoop op een scherpe polarisatie, met veel oneliners. Een beetje zoals tijdens de grote politieke debatten die nu vlak voor verkiezingen plaatsvinden.’
Het is niet voor het eerst in haar lange loopbaan dat Gerritzen tegen de stroom in zwemt. In de jaren 1990 was ze een van de eerste grafisch ontwerpers die de nieuwe digitale beeldtaal van het internet vertaalde naar de mainstream – en andersom. Haar iconische geel-zwarte logo van de eerste internetprovider XS4All oogde als een nummerbord. ‘Internet heette toen nog de digitale snelweg en het woord zou zo op een nummerbord kunnen staan. Vandaar.’ Met haar bewegende tv-leaders voor de NOS wint ze alle internationale designprijzen. Haar expressieve en effectieve stijl inspireert nog steeds nieuwe generaties ontwerpers.
Gerritzen ontpopt zich daarnaast tot een scherp observator van de beeldcultuur met publicaties zoals Self Design (over hoe we ons lichaam én onze identiteit ontwerpen) en Swipe (over onze toxische relatie met de smartphone). ‘Ik ben gefascineerd door de steeds veranderende rol van technologie in ons leven.’ Ze was directeur van het Museum of The Image; het eerste designmuseum van Nederland in Breda, dat inmiddels niet meer bestaat. In wat inmiddels haar negende professionele leven moet zijn, is ze creatief directeur van het Next Nature Museum in het Evoluon in Eindhoven. ‘Technologie neemt de rol van natuur over als een alomtegenwoordig en oncontroleerbaar fenomeen waar we ons tot moeten verhouden. Neem de smartphone, een vreselijk apparaat, maar het brengt ons ook goede dingen. Op dat laatste ligt onze focus.’
Waarmee we terug zijn bij haar pleidooi voor een positief en vooral ook vrijgevochten design. Daarom wil ze als weekendgids verantwoorde alternatieven aandragen voor verlammende dilemma’s als wel of geen vlees, Facebook of snijbloemen. Maar dan wel met design dat origineel, nieuwsgierig, provocerend en waar nodig ongemakkelijk is. ‘We hoeven niet bij de pakken neer te zitten tenslotte.’
‘Kweekvlees is vlees dat in een laboratorium wordt geproduceerd uit dierlijke cellen, zonder dierenleed of voedselverspilling. Het is duurzaam en gezond. Kweekvlees – en ook vleesvervangers trouwens – hoeft helemaal niet meer te lijken op iets wat ooit van een dier kwam. Met behulp van AI en 3D-printtechnieken kan dit nieuwe voedsel worden ontworpen als een sculptuur: geometrisch, gepersonaliseerd, spectaculair. Je kunt het 3D-printen of organisch in elke gewenste vorm laten groeien. Ontwerper Chloé Rutzerveld laat met haar project Culinair Cellulair zien hoe dit voedsel van de toekomst eruit kan zien. Het zijn kleine gerechtjes die ogen als sierlijke sculpturen, die toch alle benodigde voedingsstoffen bevatten. Rutzerveld pretendeert niet het wereldvoedselprobleem op te lossen. Ze laat ons wel inzien dat we anders naar ons eten moeten kijken.’
‘Ooit was het leuk, Facebook. Je kon er nieuwe vrienden maken aan de andere kant van de wereld, of juist oude vrienden terugvinden. Maar het is inmiddels het symbool van alles wat er mis is met big tech; gebrek aan privacy, nepnieuws en verslavende algoritmes. Maar vertrekken van het platform is niet makkelijk. De persoonlijke berichten en foto’s vormen een intieme tijdlijn van ons leven. Daarbij, als we Facebook allemaal verlaten, wat gebeurt er dan met deze data, die samen een uniek beeld geven van onze samenleving de afgelopen jaren? Om ons bewust te maken van deze dilemma’s opende deze zomer Het Facebook Museum op Utrecht Centraal, een initiatief van het Utrechtse cultureel platform Set Up. Je kunt er je Facebook-data downloaden, zodat je het met een gerust hart kunt verlaten. Dit pop-upmuseum bewaart en toont onze mooie collectieve herinneringen aan en op Facebook, zonder de ogen te sluiten voor de donkere kanten ervan. Door een fysiek museum te openen, wordt zichtbaar gemaakt wat vaak verborgen blijft: de macht van technologiebedrijven over ons gedrag, onze relaties en onze samenleving.’
‘We leven in een tijd van overvloed die ons ziek maakt – fysiek én mentaal. In die omgeving wordt design opnieuw relevant. Niet om de overvloed terug te dringen met een nostalgische soberheid, maar met nieuwe producten en rituelen die ons helpen goed om te gaan met deze overvloed. Bijvoorbeeld door op klimaatvriendelijke wijze na te bootsen wat niet langer verantwoord is. Het bosje sierbloemen op tafel wordt vervangen door een handgemaakte kamerplant van glanzende vegan silk, of een duurzaam sierboeket van 3D-geprinte bloemen van bioplastic. Deze ambachtelijke of technologische esthetiek vervangt een bedreigde en bedreigende natuurlijke schoonheid – hoewel je je kunt afvragen hoe natuurlijk kweektulpen nog zijn. Dit replicadesign biedt een nieuwe luxe die minder schade aanricht en tóch herkenning of zelfs troost oproept. Het brengt schoonheid, symboliek en zingeving terug in het dagelijks leven, maar dan toekomstbestendig.’
‘Ons lichaam is niet langer een biologische erfenis, het is een designobject geworden. Een blanco canvas dat we aanpassen en cureren, net als onze Instagramtijdlijn of kledingstijl. Onze slaap controleren we met een app en ons uiterlijk modelleren we met plastische chirurgie. Wat niet per se slecht is. Het nieuwe wondermiddel van dit ‘self design’ is Ozempic. In plaats van inspanningen als sporten en diëten is een slank lijf nu bereikbaar met één injectie per week. Dat roept ingewikkelde vragen op. Het middel is peperduur. Is slank zijn straks voorbehouden aan de rijken? Daarom zou Ozempic verkrijgbaar moeten zijn als pilletjes van 10 eurocent. Want de voordelen zijn groot. Met Ozempic heb je geen trek meer in junkfood. Op den duur zullen de supermarkten hun aanbod aanpassen aan dit veranderde eetgedrag. Waarna uiteindelijk de hele voedselketen verbetert.’
‘Zitten is dodelijk. Letterlijk. Steeds meer onderzoek toont aan dat langdurig zitten schadelijke effecten heeft: slechte doorbloeding, verhoogd risico op chronische ziekten als diabetes en hart- en vaatproblemen, wat uiteindelijk ook een negatieve impact heeft op het mentale welzijn. Architectenbureau RAAAF heeft met kunstenaar Barbara Visser de installatie The End of Sitting ontworpen, waarin traditionele stoelen en bureaus zijn vervangen door een landschap van schuine, hellende, gebogen en krommende oppervlakken. Gebruikers kunnen in wisselende posities staan, leunen en hangen tegen wanden, zodat iedereen optimale positie kan kiezen. Zo worden we ons weer bewust van ons lichaam. Het lokt bovendien een andere, informele sociale interactie uit. De traditionele vergaderzalen en kantoortafels met de baas aan het hoofd bevestigen hiërarchische rolpatronen en een stereotype gespreksdynamiek. Het daagt ons niet alleen uit om anders te bewegen, maar ook om anders te denken.’
‘Met apps en onlineschema’s houden we tegenwoordig precies bij hoeveel calorieën, koolhydraten en eiwitten we binnenkrijgen. Maar ondertussen stromen onze hoofden vol digitale troep: een uitputtende beeldenbrij en ongevraagde meningen. Daarom heeft het Amsterdamse ontwerpbureau Designpolitie een soort foodtruck ontworpen waar je je schermgedrag kunt laten monitoren. Het is een hyperrealistische fantasie, dat maakt het zo leuk. Met vragenlijsten en quizjes krijg je inzicht in het digitale junkfoodmenu vol notificaties, nepnieuws en eindeloze feeds die je consumeert. Vervolgens helpt deze mobiele eerstehulppost je om een gezond smartphonemenu samen te stellen. Minder ruis en afleiding, meer rust en focus. Het menu is op maat gemaakt en is dus geen streng crashdieet. De Digital Wellness Helpdesk is een diëtist voor jouw online consumptie. Dit humorvolle design legt niet alleen het probleem bloot, maar biedt ook een oplossing.’
‘Het lijkt een grapje, de bumpersticker met ‘I bought this before Elon went crazy’. Maar dit guerilladesign is meer dan een gevat onderonsje voor Tesla-bezitters. In één zin geeft de sticker zowel een individuele distantie als een publieke afkeer weer van de veranderende reputatie van Tesla en haar CEO. Deze elektrische auto, ooit een icoon van vooruitgang en duurzaamheid, wordt via dit kleine stukje grafisch design plots een symbool van ongemak en morele ambiguïteit. Een toegankelijk design wordt gebruikt als een uitlaatklep voor een scherp maatschappelijk commentaar. Dankzij dit visueel activisme kan een persoonlijk statement met een duidelijke politieke lading heel zichtbaar in de publieke ruimte terechtkomen. Hier neemt design de rol aan van commentator, criticus en katalysator van het gesprek. Het wil niet per se mooi maar doelgericht zijn, en dicht op de tijdgeest zitten. In dat opzicht is deze sticker klein in formaat maar groot in impact.’
‘De grootste afnemer van fast fashion is Ghana, waar ons textielafval naartoe wordt verscheept. De bruikbare items in wat letterlijk een enorme kledingberg is, worden door het collectief van Ghanese modeontwerpers The Revival gebruikt om nieuwe kleding van te maken. Elk kledingstuk dat zij lokaal maken is een herinterpretatie van overconsumptie: een remix van de oude wereld, als bouwsteen voor een nieuwe mode. The Revival volgt geen trends maar waarden: duurzaamheid, bewustzijn en inclusiviteit. Het is dan ook geen modemerk dat ‘duurzaam’ probeert te zijn, maar een culturele beweging die mode inzet als vorm van activisme. Door middel van workshops, installaties, performances en dus een circulaire collectie laat The Revival zien dat design niet ten koste hoeft te gaan van de planeet, maar juist een oplossing kan zijn voor een van haar grootste problemen: verspilling. Met afval wordt de lokale economie versterkt.’
‘Het is een enorme winst voor de volksgezondheid dat we steeds minder sigaretten zijn gaan roken na jaren van campagnes, regelgeving en bewustwording. Maar nu voltrekt zich een stille, verontrustende trend: jongeren raken massaal verslaafd aan schadelijke vapes. De industrie weet exact hoe ze deze jonge generatie moet verleiden: niet met rook, maar met dark design. De elektronische ‘sigaretten’ zijn steeds slimmer en aantrekkelijker ontworpen met felle kleuren, verpakt als lifestyle-gadgets en voorzien van slimme snufjes als schermpjes en ledlichtjes. Wat begon als een alternatief voor rokers, dreigt een nieuwe publieke gezondheidscrisis te worden. Het enige alternatief is vooralsnog terug naar sigaretten. Ik wil toch eindigen met een waarschuwing, misschien kun je dit in vet zetten. DESIGN DRAAGT OOK BIJ AAN OVERCONSUMPTIE EN ONGEBREIDELDE ECONOMISCHE GROEI, MET OVERBODIGE PRODUCTEN EN DIENSTEN.’
1962Geboren in Amsterdam.
1982-1987Studie Audiovisueel aan de Gerrit Rietveld Academie, Amsterdam.
1990-2000Richt (met Marjolijn Ruyg) ontwerpstudio NL.Design op.
1997Wint de Rotterdam Designprijs met Leestafel voor Oude en Nieuwe Media voor Waag.
2000 Onderscheiden met de H.N. Werkmanprijs voor de vormgeving van de leaders voor Nederland 3.
2000Publiceert Everyone is a Designer: a Manifest for the Design Economy.
2002-2008Hoofd Design aan het Sandberg Instituut, de masteropleiding van de Gerrit Rietveld Academy, Amsterdam.
2009 – 2016Directeur van het Graphic Design Museum in Breda (vanaf 2011 het Moti, Museum of the Image).
2010Publiceert Everyone is a Designer in the Age of Social Media.
2019Publiceert Designed in California, Made in China and Criticised in Europe.
2020Publiceert Help Your Self! The Rise of Self-Design.
2022Publiceert Swipe. Being Online 24/7.
2022-hedenCreatief directeur Next Nature Museum, Eindhoven.
2025Publiceert het No Design Manifesto. Design Beyond Shame.
Mieke Gerritzen woont in Vinkeveen en Eindhoven met haar partner Koert van Mensvoort.
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant