Home

1.800 partijpolitieke maatregelen zetten de campagne op scherp

Tweede Kamerverkiezingen Nu de doorrekening van het Centraal Planbureau er is, weten partijen waar ze elkaar op kunnen aanvallen. De verkiezingscampagne zal een andere toon krijgen.

Zandbanken in het deel van de Rijnhaven in Rotterdam dat wordt gedempt om de bouw van drieduizend woningen mogelijk te maken. Alle politieke partijen willen meer huizen bouwen, vooral door woningbouwcorporaties financieel te steunen.

Wie betaalt de rekening voor de forse investering in de nationale veiligheid? Want ja zeggen tegen een nieuwe NAVO-norm van 3,5 procent van het bruto binnenlands product, zoals de Tweede Kamer voor de zomer deed, is één ding. Die rekening daarvan netjes betalen, oplopend tot 19 miljard euro in 2035, vereist miljarden aan bezuinigingen en lastenverhogingen elders op de begroting.

Met de vrijdag gepresenteerde doorrekening van het Centraal Planbureau in de hand is duidelijk dat acht van de tien deelnemende partijen in elk geval voor de komende kabinetsperiode hun NAVO-belofte nakomen. Dat betekent in 2030 grofweg 6,3 miljard euro vrijmaken elders op de begroting, en structureel 9,4 miljard euro. Alleen NSC en JA21 doen deze periode minder dan nodig is voor de NAVO-norm.

Duidelijk is dat onder druk van de nieuwe NAVO-norm één Haags taboe is gesneuveld: alle partijen behoudens GL-PvdA grijpen fors in de oplopende zorgkosten in om de defensierekening te kunnen betalen.

Vooropgesteld, de partijen die hun plannen aanboden aan CPB en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zijn met een beetje goede wil allemaal als middenpartijen aan te duiden. JA21 zit het meest rechts op het politieke spectrum, Volt en GL-PvdA zijn de meest linkse fracties. Dat betekent dat radicaal-rechts (PVV, FvD) en uiterst links (SP en Partij voor de Dieren) ontbreken. Die concentratie in het midden betekent ook dat op een enkele uitzondering na de resultaten zich binnen beperkte bandbreedtes bevinden. De effecten van de plannen op belangrijke economische indicatoren als het begrotingstekort, de hoogte van de staatsschuld en de gemiddelde koopkrachtontwikkeling ontlopen elkaar grosso modo niet veel.

Weinig radicale keuzes

De tien partijen die hun plannen lieten doorrekenen (in totaal beoordeelden CPB en PBL 1.800 individuele maatregelen) hebben op basis van de meest recente peilingen ongeveer twee derde van de stemmen. Vorige keer hadden de acht partijen die hun plannen destijds lieten doorrekenen minder dan de helft van de stemmen in de peilingen voorafgaand aan de verkiezingen. Het kabinet-Schoof van PVV, VVD, NSC en BBB werd uiteindelijk geformeerd met vier partijen waarvan er drie hun plannen niet hadden voorgelegd aan het CPB.

Sowieso valt op dat maar weinig partijen écht radicale keuzes durven te maken. Van de kleinere partijen is Volt degene die het hardst ingrijpt in zowel de uitgaven als de lasten: die schieten beide met vele miljarden omhoog. Dat komt voornamelijk door de invoering van een basisinkomen voor alle huishoudens (60 miljard euro extra uitgaven). Ook GroenLinks-PvdA en D66 verbouwen per saldo voor miljarden extra in zowel de uitgaven (respectievelijk 15 miljard en 20 miljard) als de lasten (respectievelijk 13 en 7 miljard). De VVD hangt aan de andere kant en snijdt zowel in de uitgaven (9 miljard eraf) als in de lasten (8 miljard minder). En bij JA21 nemen de lasten zelfs met 14 miljard euro af (en de uitgaven met 6 miljard). De overige partijen wijken in zijn totaliteit maar marginaal af van het al ingezette begrotingsbeleid.

Het gevolg van deze keuzes is dat de koopkracht, die gemiddeld met 0,6 procent per jaar zou toenemen, bij GL-PvdA fors extra toeneemt tot 2,3 procent per jaar. Bij de andere partijen stijgt de koopkracht ook wel, maar veel minder. De armoede, geraamd op 2,6 procent van de bevolking aan het eind van de kabinetsperiode, loopt bij de VVD op tot 3,5 procent. De andere partijen weten het armoedepercentage in elk geval de komende kabinetsperiode ofwel gelijk te houden (bijvoorbeeld BBB en CDA) of te verminderen (GL-PvdA en ChristenUnie).

Munitie voor de campagne

Met de ruim driehonderd pagina’s van de doorrekening in de hand zullen de laatste twee campagneweken er anders uitzien dan de wat zielloze ‘wie-wil-(niet)-met-wie?’-stemmenstrijd tot nu toe. Waar partijen hun eigen positieve punten zullen uitvergroten, bieden de cijfers ook de kans om hun tegenstanders juist met hun zwakheden te confronteren. Zo is GL-PvdA kwetsbaar op het gebied van de defensieuitgaven (de partij dekt de extra uitgaven alleen tot 2030 en niet tot 2035) en een afname van het arbeidsaanbod in het totaal gewerkte uren. De VVD scoort door de bezuinigingen op hoger onderwijs als enige partij slecht op het gebied van menselijk kapitaal (opleidingsniveau). Bij D66 verslechtert het begrotingssaldo, bij de SGP, Volt en NSC loopt de staatsschuld op lange termijn (de houdbare schuld) het meest op. BBB en JA21 laten het liggen op het gebied van klimaat: zij brengen de klimaatdoelen verder weg in plaats van dichterbij. JA21 wil ook dat er weer naar gas geboord gaat worden in Groningen: er is een opbrengst van 300 miljoen ingeboekt in 2030, maar de kosten voor het weer openen van de boorputten plus de juridische risico’s (denk aan schadeclaims) zijn niet meegenomen, stelt het CPB expliciet.

Zorgkosten

Een goed deel van de NAVO-defensierekening wordt door veel partijen dus bij de zorg gelegd. Dat klinkt dramatischer dan het is: zonder nieuw beleid stijgen de collectieve zorgkosten de komende jaren al met 16,1 miljard euro (in 2026 kost de zorg de overheid 119,8 miljard). Geen enkele partij schrapt die hele verhoging, maar de verschillen zijn groot. VVD en JA21 romen een kleine 10 miljard euro van de 16 miljard af. Alleen GL-PvdA laat de zorgkosten extra oplopen, naar bijna 18 miljard euro.

De oplopende zorgkosten zijn een hoofdpijndossier in Den Haag. Als gevolg van de vergrijzing en het feit dat mensen steeds ouder worden, lopen de zorgkosten al jaren met vele procenten per jaar op. Op termijn wordt de zorg zo onbetaalbaar, en ook het vinden van genoeg personeel (handen aan het bed) wordt steeds lastiger.

De meeste partijen die de zorgkosten afremmen, kiezen ervoor de halvering van het eigen risico, ingezet door het huidige demissionaire kabinet, terug te draaien. Alleen GL-PvdA en BBB houden het lage eigen risico (170 euro per jaar) in stand, de rest verhoogt het naar 385 of zelfs 440 euro. Ook wordt er beknibbeld op de kwaliteit in de verpleeghuizen en gaat de toegang tot het basispakket van de zorgverzekering dicht, waardoor nieuwe behandelingen niet meer automatisch opgenomen worden in het basispakket. Daar staat tegenover dat zes partijen de tandartscontrole in het basispakket brengen. Alleen VVD, CDA, BBB en JA21 doen dat niet. De meeste partijen kiezen ook voor een extra belasting op vapes (e-sigaretten). Alleen BBB en JA21 doen dat niet.

Hypotheekrenteaftrek

Voor veel kiezers is het tekort aan betaalbare woningen het grootste punt van zorg en het was dan ook geen toeval dat de meeste partijen een prominente plek in hun programma’s voor de huisvestingsproblemen hebben ingeruimd. Nieuwe woningen zijn dringend nodig, daar is wel consensus over, maar het grote probleem is dat de doelstelling van 100.000 per jaar steeds niet wordt gehaald.

De meeste partijen slagen er op langere termijn in met hun plannen meer woningen te bouwen dan met het huidige beleid wordt gerealiseerd. Alleen bij BBB, SGP en JA21 blijft de huidige groei min of meer gelijk. De meeste groei komt uit de plannen van GL-PvdA, D66 en ChristenUnie. Het grotere aanbod wordt onder meer bereikt door woningbouwcorporaties financieel te steunen, door middel van subsidies, btw-verlaging en lagere winstbelasting.

De veelbesproken afbouw van de hypotheekrenteaftrek leidt al weken tot grote politieke verdeeldheid. Als die aftrek inderdaad minder wordt, neemt niet alleen de koopkracht af, maar dempt die ook de prijsstijging van de huizen. Dat laatste is vooral te zien bij Volt. Deze partij wil als enige de aftrek in vier jaar afschaffen. Niet toevallig dalen bij Volt als enige de huizenprijzen (2,1 procent) in deze periode, wat ook te maken heeft met een andere voorgestelde fiscale ingreep: de eigen woning verhuist van box 1 (inkomen uit werk en woning) naar box 3 (vermogen), wat vooral voor mensen met een nagenoeg afgelost huis nadelig uitpakt.

Ook GL-PvdA, D66, CDA en ChristenUnie willen de renteaftrek beperken, maar die nemen daar langer (tot wel dertig jaar) de tijd voor. Bij die partijen zie je een meer gematigde groei van de huizenprijzen, van 0,5 tot 2,3 procent. Juist bij de partijen die tegen de beperking van de aftrek zijn – en vaak ook minder geld in de woningbouwsector steken – blijft de groei van de huizenprijzen hoog. Bij VVD, BBB, NSC en SGP ligt de stijging rond de 2,7 procent die bij ongewijzigd beleid geldt en bij JA21 zal de prijs van koopwoningen zelfs 3,6 procent omhoog gaan.

Geen stemwijzer

Verkiezingen gaan natuurlijk over meer dan de economische gevolgen van het beleid van partijen. CPB-directeur Pieter Hasekamp zei vrijdag dan ook dat de doorrekening op zichzelf niet als stemwijzer gebruikt kan worden. Tegelijkertijd bieden CPB en PBL krap drie weken voor de verkiezingen het meest complete én concrete overzicht van alle politieke plannen. Daarmee liggen zowel de sterke als zwakke punten van de tien deelnemende partijen open en bloot op tafel. Daar kan elke kiezer zijn voordeel mee doen.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next