Home

Wie hem écht probeert te begrijpen, zal zien: Memphis Depay is de nuchterste Nederlander

Rolls-Royces, spraakmakende hoofdtooien: menig landgenoot ziet in Memphis Depay niet bepaald een ‘nuchtere Nederlander’. Gelukkig houdt de spits zich doof voor al die meningen. Maar, vraagt schrijver Dan Afrifa zich af, wat betekent het dat de vaandeldrager van het vaderlandse voetbal geen toonbeeld is van het nationale zelfbeeld?

Dat Memphis Depay zijn felbegeerde 51ste (en 52ste) doelpunt voor Oranje tegen Litouwen maakte, en afgelopen donderdag alweer zijn 53ste tegen voetbaldwerg Malta, zien veel Nederlanders (online) als tekenende voorbeelden van zijn vertekende Oranje-statistieken. Zijn voorgangers in de spits, met minder doelpunten, zouden vaker beslissend zijn geweest tegen sterkere tegenstanders en in belangrijkere wedstrijden.

Dit wordt een eeuwige voetbaldiscussie, zoals ‘Messi of Ronaldo’, ‘Pelé of Maradona’ en ‘Ajax of...’ – sorry, dat is geen discussie. Zoals Ajax onbetwist de populairste én meest gehate club van ons land is, zo roepen weinig Nederlandse voetballers zulke uiteenlopende gevoelens op als Depay. Zozeer zelfs dat de Volkskrant zich na Nederland-Malta afvroeg of dat komt doordat hij een eigenheimer is in het land van bloemkool en spruitjes.

Nuchtere Nederlanders

Volgens filosoof Kwame Anthony Appiah zijn identiteiten leugens die groepen elkaar en anderen vertellen om te bepalen wie (niet) bij de ‘we’ hoort en wat de groep bindt. In zijn boek De leugens die ons binden bespreekt deze zoon van een Ghanese vader en een Engelse moeder het ‘normatief belang’ dat mensen hechten aan hun groepslidmaatschap, welk standaardgedrag zij op hun identiteit projecteren. Denk, als Nederlander, aan ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’.

Toen Depay in 2014 zijn eerste goal voor Oranje maakte, zat zijn jeugdidool Patrick Kluivert als assistent-bondscoach op de bank. Kluivert was tot 2013 tien jaar lang topschutter van Oranje, en ook hij kreeg verwijten van sterallures, arrogantie en ijdeltuiterij, kritiek die er in zekere mate aan appelleerde dat hij zou afwijken van het nuchtere Nederlanderschap.

Net als Kluivert bracht Depay al als twintiger een autobiografie uit. In 2021 verscheen daarnaast Memphis Depay: met beide benen, een documentaire waarin we hem volgen tijdens zijn revalidatie na een zware blessure. Na de tv-première volgde kritiek: Depay toonde te veel blingbling en te weinig innerlijke sprankeling, aldus schrijver Daan Heerma van Voss bij Spraakmakers op NPO-radio 1. De docu had al zijn vooroordelen bevestigd én versterkt.

De zwarte oester

In hetzelfde radiofragment zei journalist en presentator Catherine Keyl dat ze nog nooit zo’n ‘oester’ had gezien. Volgens haar bleef dé grote vraag onbeantwoord: waarom hing Depay de zwarte cultuur zo aan, terwijl zijn zwarte vader zijn witte moeder in de steek had gelaten? Ook de meest Memphis-gezinde stem in de studio, Human-hoofdredacteur Marc Josten, wilde vooral méér weten over Depays ‘fascinatie voor de black culture’.

Is Depay niet zwart genoeg om zich zonder verantwoording ‘zwart’ te gedragen? Ging het om zijn vermeende fascinatie, of projecteerden de sprekers hún fixatie op hem?

Hoewel ongemakkelijk, waren deze reacties zo vergezocht nog niet. Er verschijnen immers geregeld producties over de identiteitsworstelingen van dubbelbloed Nederlanders met een afwezige Ghanese vader. Zoals de documentaire Fufu met appelmoes en de podcast Een Ghanees op Schokland. En in de laatste aflevering van de serie Back to the Roots sprak jongerenzender FunX met rapper Bokoesam over opgroeien met vooral zijn Nederlandse moeder.

Nuchtere roots

Sinds Depay zíjn vader in 2017 vergaf, ontwikkelde hij een diepe band met zijn vaderland. Zo helpt zijn stichting dove en blinde kinderen in Ghana, nam hij rapnummers op met Ghanese titels en teksten, en gaat hij geregeld op audiëntie bij de Asantehene, de koning van het Ashanti-volk uit Ghana, waartoe Depays vader en ook mijn ouders behoren.

En toen Depay vorig jaar in Brazilië ging voetballen, belichtte hij de culturele verbinding tussen het Braziliaanse Salvador en het Ghanese Elmina, een lijn die terugvoert tot de trans-Atlantische slavenhandel.

Ik besluit de Depay-docu opnieuw te kijken, nu ook met een identiteitsloep. Ik zie de scène waarin de voetballer zichzelf humble noemt terwijl hij in een Rolls-Royce rijdt. Schrijver Heerma van Voss vond dat een belachelijke, ongemakkelijke contradictie. Ik denk dat Depay erop doelde dat hij met een jeugdvriend op de achterbank onderweg was naar zijn broer in een tbs-kliniek. Depay vond het misschien juist bescheiden dat hij zich, ondanks zijn sterrenstatus, bleef bekommeren om een getroebleerd familielid en nog steeds optrok met vrienden van vroeger.

Ook rapt Depay in zijn Rolls-Royce over hoe hij flopte bij zijn vorige club. Zulke zelfkritiek kun je óók beschouwen als humbleness. In de reactie van Heerma van Voss zie ik dat Depays Rolls-Royce, en in het algemeen zijn (opzichtige) extravagantie, wordt aangewezen als voorbeeld dat hij niet nuchter is. Dat is in mijn ogen een erg Nederlandse manier van kijken. Die Nederlandse blik mag er zijn, maar in bijvoorbeeld Ghana kun je alle pracht en praal van de wereld bezitten én tonen, en toch als nuchter worden gezien.

Nuchterheid is voor zowel Ghanezen als Nederlanders een deugd, waarschijnlijk zelfs wereldwijd, maar de invulling ervan verschilt. In Nederland vinden we het prachtig mooi als de koning meedoet aan koekhappen. Maar in te opzichtige kostuums vinden wij hem waarschijnlijk geen toonbeeld van onze nuchtere volksaard.

Van de Asantehene, de koning van de Ghanese Ashanti, wordt juist verwacht dat hij zich tooit in weldadig goud. Hij wordt nuchter gevonden zolang hij zich koninklijk afstandelijk gedraagt en vooral geen gekke of lompe dingen zegt. Hoewel Depay topscorer is van Oranje en niet van de Black Stars (het Ghanese elftal), kun je óók met een Ghanese blik naar hem kijken, als je hem probeert te begrijpen. Op basis van zijn docu zie je dan dat Depay een nuchtere vent is die zijn woorden zorgvuldig weegt.

De pratende klasse

Aan die geslotenheid kleeft ook een klassecomponent. De ‘pratende klasse’ van de NPO-radio nam het ‘oester Depay’ kwalijk dat hij zich in zijn docu onvoldoende uitsprak. Die geslotenheid stamt uit zijn moeilijke jeugd, maar laat ook zien dat Depay ‘van de straat komt’.

De straat leert je onder meer belang te hechten aan sociale terughoudendheid. Niet vrijgevig zijn met het delen van zielenroerselen; niet zomaar iemand je nieuwsgierigheid opleggen en vanzelfsprekend binnendringen in andermans mentale coulissen. Het gaat niet om het criminele ‘wie praat die gaat’, maar om het vermijden van het stempel ‘hij praat veel’.

Zelf ben ik niet zo straat, ik sta (helaas) bekend als notoire veelprater. Dat wijt ik deels aan plekken zoals de universiteit, waar het loonde om je al pratend zichtbaar te maken; eloquentie leek er soms een vrijbrief om ruimte te mogen innemen. Maar laatst beleefde ik een cultuurshockje, toen een van mijn broertjes erg streetwise uit de hoek kwam. ‘Wat ga je doen?’, vroeg ik. ‘Eten.’ ‘Met wie?’ ‘Die en die.’ ‘Waar?’ ‘In de stad.’ ‘Waarom dat restaurant?’ ‘Je praat véél.’

In De leugens die ons binden schrijft filosoof Appiah dat de leugens die ten grondslag liggen aan onze identiteiten niet per se slecht zijn. Het zijn verhalen die breed herkenbare gevoelens vastleggen en bijdragen aan een gemeenschapsgevoel. Tegelijkertijd ageert Appiah tegen het rigide vasthouden aan die verhalen, omdat identiteiten anders keurslijven worden waar niet iedereen in past. Zo wil niet iedere Nederlander een nuchtere of praatgrage Nederlander zijn.

Gelukkig hebben we met Depay een nieuwe topscorer die laat zien dat je de Nederlandse identiteit op verschillende, eigen manieren kunt invullen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next