Home

Zelfverzekerde albums van Eefje de Visser en Sophie Straat

Nieuwe albums Eefje de Vissers tweede album in twee jaar is zelfverzekerder dan haar voorganger, met een warm en gelaagd geluid dat evengoed analoog als elektronisch kan zijn. Een stuk minder omfloerst is de tweede plaat van Sophie Straat, waarop ze zich ontpopt tot een rolmodel, waar je bij kunt schuilen.

Soms heb je net dat ene nummer nodig op een album. Je geniet al, ook zonder echt actief op te letten, maar dan komt dat ene nummer en, knal, je bent bij. Op Vlijmscherp, het nieuwe album van Eefje de Visser, is het ‘Net Na de Val’, waarin de stem van De Visser traploopt over een melodie die ergens aan jaren zestig folk doet denken, en tegelijk tijdloos en helemaal nu is, en zachte toetsen ook ruimte en locatie uitwissen.

Pop

Eefje de Visser

Vlijmscherp

Vlijmscherp is de zusterplaat van het vorig jaar verschenen Heimwee. Deze jongeling is directer en aangrijpender dan zijn grote zus. Heimwee is sterk en mysterieus, maar toch ook – zeker nu na een jaar – een album dat moeilijker dichtbij lijkt te komen. Niet kil, maar toch ook niet met het achterste van de tong erg aanwezig. Helemaal niet erg, de discografie van De Visser heeft al genoeg platen die je vanaf de eerste seconde omwikkelen als een deken (en soms als een wurgslang, maar wel een hele lieve die het goed bedoelt), een album waar je meer je best voor moet doen past daar heel goed tussen.

De Visser lijkt evengoed zekerder te weten wat dit tweede album in twee jaar moest zijn, en wat het niet moest zijn. De al jaren in België wonende muzikant wil telkens iets nieuws, iets authentieks en toch fijn, dansbaar en meeslepend, en iets dat raakt – geef het je te doen. Heimwee was dat zeker, maar Vlijmscherp is dat nog meer. Het gevaar is dat het nu klinkt alsof Heimwee een vingeroefening voor Vlijmscherp was, maar dat is niet zo: ze sluiten juist op elkaar aan en met dit tweede album begrijp je het eerste beter. Eerst een Eefje met worstelingen, verdriet, pijn, waar ze eigenlijk niet over wil praten en tóch iets over kwijt wil. Deze tweede een Eefje als open boek: „Pablo blaast bellen ze rinkelen zacht / Kan de toekomst voorspellen zo hoort hij de wereld” in dat wonderschone ‘Na de Val’, over haar zoontje. „Willen van god los leven, we staren over de rand van de vulkaan die gaat barsten in jou en mij / barst tussen jou en mij”, in ‘God Los’. Zelfs het instrumentale ‘…’, een kort intermezzo met rustig wandelende basnoten, verwaaide synths en heel ver weg spelende kinderen, heeft iets betoverends.

Het geluid is even analoog als elektrisch. Typisch De Visser dat je niet precies de vinger kunt leggen op die grens. Maar of het nu polyester of wol is, het is in elk geval warm, en gelaagd: toetsen, subtiele gitaarakkoorden, drums die er bescheiden doorheen prikken en overal baslijnen als stevige steunbalken. Soms zakt haar stem wat weg tussen die lagen. In haar wens de tekst weg te laten vloeien in de muziek zodat die ook aankomt als je de betekenis niet begrijpt, krijg je als liefhebber van die teksten soms het gevoel dat haar stem je ontglipt. Juist als je de woorden als een spons wil opnemen, drijven ze weg. Zie vooral de eerste drie nummers, maar dat vergeet je dus snel bij ‘Net Na de Val’ en verder.

Natuurlijk kun je van alles zeggen over De Vissers schrijftalent. Haar teksten, haar composities, de sound, het is allemaal sterk, dat wisten we. Het is de energie van Vlijmscherp die deze plaat zo aantrekkelijk maakt: een album dat je lekker hard moet zetten, de basloopjes suizend om je hoofd, de beats stuiterend op je oren, de teksten kloppend in je hart.

Peter van der Ploeg

Liefdesverdriet en aanklachten tegen hypocrisie op nieuw album Sophie Straat

Sophie Straat is bekend als voorvechter van de Palestijnse zaak, genderonderwerpen, anti-kolonialisme, feminisme, en als zangeres. Naar die veelzijdigheid vernoemde ze haar tweede album: Wie de fak is Sophie Straat. Geen vraag, maar een statement.

Sophie Straat is een rolmodel vermomd als underdog. Vanuit die positie spreekt, zingt en vecht ze zich een weg naar boven, door dikke lagen weltschmerz – zoals te horen in het aangrijpende nummer ‘Vlinders’. Op een bedrieglijk kalm ritme en koele elektronica bezingt ze haar frustraties en verdriet over de oorlog in Gaza: „Geloof je nog in vrijheid/ Als in Rafah de grond trilt”.

Rock

Sophie Straat

Wie de fak is Sophie Straat

Haar eerste album Smartlap is niet dood (2023) maakte ze met vaste producer Wieger Hoogendorp. Op deze tweede werkte Straat met meerdere producers, zoals Jacob van Benthem, Yannick Witvoet (alias Elijah Waters) en Ricky Cherim (Meetsysteem). Ook de teksten schreef ze samen met vele collega-auteurs, zoals Kourosh Noshad Sharifi, Mayo Hoppen, Ray Fuego en Froukje. Het leidt tot een divers en stekelig album – minder een eenheid dan het debuut waarop soepele meezingers domineerden. Dit tweede is een reis door het muzikale landschap, langs punkerupties en dance-feestjes.

Bij Sophie Straat mogen de thema’s uitwaaieren, van intiem persoonlijk tot woedend maatschappijkritisch. Die twee komen samen in ‘Om 6 gaan we eten’. Zoals ze ooit de aanklacht ‘Wat is het kut om agent te zijn’ bouwde rond een zoetgevooisd sample van Fleetwood Macs ‘Everywhere’, is dit nummer gebaseerd op een deinend fragment van ‘Canto de Ossanha’, van de Braziliaan Toquinho. ‘Om 6 gaan we eten’ gaat over de dagen na 7 november 2024 toen Straat demonstreerde naar aanleiding van de Maccabi-rellen. Ze memoreert de behandeling door politie („Een agent slaat me neer”), maar tegelijk sijpelt liefdesverdriet door in het verslag: „Ik word gearresteerd en ik mis je nog meer”.

We horen een Straat die ouder en wijzer wil zijn (‘Old and Wise’), een die zich verplaatst in een elfjarige die bang is voor de dood (‘Dansen met de dood’), en een die zich boos maakt over hypocrisie in Nederland: „Small in size but we managed to colonise” (in ‘Let me tell you something ‘bout my country’), waarbij ze haar zangstem schril laat ontsporen.

Ze bezingt ook weer mannengedrag. Op haar debuut was er ‘Mooier als je lacht’, nu maakte ze ‘Mannenbaby’, een kaal electronummer waarin ze komisch tiert over „kleine grote uitgerekte jammerende mannenbaby”. Het wordt thematisch gevolgd door het antiliefdeslied ‘Liefdesliedjes’, een stormachtige duet met Ray Fuego, uitgevoerd door zijn punkband Ploegendienst.

Soms kunnen zorgen worden weggedanst, maar steeds gaan de nummers over de kronkels in het levenspad. Sophie Straat ziet risico’s en neemt risico’s. Dat maakt haar méér dan een zangeres of een voorbeeld, bij haar kun je schuilen.

Hester Carvalho

‘There is a bomb in my car!’ krijst Cameron Winter maniakaal over een dronken trompet en chaotische groove in het openingsnummer van Geese’ nieuwe album. Het jaar 2025 gevat in een paniekerig refrein. Even lekker ontspannen de plaat binnen rollen zit er niet in. Bewuste sabotage, alsof de band een hindernis wil opwerpen voor de pracht die volgt. Geese zit nog in de braniefase van hun carrière, maar met Getting Killed zet de band een enorme stap.Getting Killed is onnavolgbaar. De band laat zich inkaderen door uitbundige maar strakke ritmesectie. Het zorgt ervoor dat de manische wiebelzang, onverwachte samples als die van een Oekraïens koor en de nummers die klinken fragmenten van eindeloze jams, toch samenkomen in zweterig spannende liedjes waarin alle gekte ruimte heeft om te ademen.De hele band ademt de chagrijnige coolheid van Lou Reed, Patty Smith, Television of The Strokes en de grenzeloosheid van Talking Heads. Het is op een of andere manier ondenkbaar dat de band niet uit New York zou komen. Grote stad, grote referenties, maar het is dan ook een groots album. (Ralph-Hermen Huiskamp)

Het vijfde studioalbum van Doja Cat klinkt als funky bubblegum. De eerste helft van het werk pompt een soort 80’s-synthpop vibe op, retro, lollig, uptempo. Het Kylie Minogue gehalte is hoog, maar op ‘Take me Dancing’ met SZA, is het stoer genoeg om nieuw te klinken. De tweede helft zakt íets in, en begint te kabbelen. Gelukkig redt haar scherpe manier van rappen daar de boel. (Jonasz Dekkers)

Avant-gardist Pierre Boulez zou dit jaar honderd zijn geworden. Specialist Ralph van Raat zette voor het eerst twee van diens vroege pianowerken (1945) op cd en documenteert zo een cruciale stap in Boulez’ ontwikkeling. In de netelige klankwereld, scherpe contrasten, felheid en virtuositeit tekent bovendien diens latere handschrift zich af, al is de scheppingsdrift soms nog wat ongepolijst. (Joep Stapel)

Meer albums: nrc.nl/albums

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next