De Duitse bondskanselier Friedrich Merz heeft openlijk verklaard dat hij wil voorkomen dat de Europese Unie vasthoudt aan een strikt verbod op verbrandingsmotoren in 2035. Hij beloofde tijdens een autotop in Berlijn dat hij zich maximaal zal inzetten om het doel voor nul CO2-uitstoot bij nieuwe auto’s en bestelwagens te versoepelen. De bijeenkomst bracht fabrikanten, vakbonden en bestuurders samen om de zorgen in de sector te bespreken. Volgens Merz is de overgang naar elektrisch rijden onvermijdelijk, maar heeft de industrie meer tijd nodig om de omslag te maken.
Twee jaar geleden bereikten alle EU-landen een akkoord over het verbod, dat gold als een belangrijk onderdeel van de Green Deal. De regel bepaalt dat vanaf 1 januari 2035 geen nieuwe benzine- of dieselauto’s meer verkocht mogen worden. Nu de auto-industrie echter kampt met dalende verkopen, sterke concurrentie uit China en oplopende kosten, groeit het verzet. Duitsland wil, samen met andere landen, dat de EU de regels aanpast of afzwakt. Merz zei dat er "geen harde breuk mag komen in 2035" en nam daarmee een standpunt in dat lijnrecht ingaat tegen de oorspronkelijke plannen uit Brussel.
In de huidige wet is al een opening opgenomen voor alternatieve brandstoffen die CO2-neutraal geproduceerd kunnen worden en bruikbaar zijn in verbrandingsmotoren. Deze technologie is nu nog duur, maar de Europese Commissie heeft eerder beloofd die optie opnieuw te bekijken. Duitse fabrikanten zien hierin een mogelijke ontsnappingsroute. Ook hybride auto’s worden genoemd als alternatief. Ondertussen voert Greenpeace actie in Berlijn om juist versnelling richting elektrisch rijden te eisen.
De druk op Brussel neemt toe. Het verbod was bedoeld om fabrikanten zekerheid te geven, zodat ze konden investeren in nieuwe fabrieken en elektrische modellen. Die zekerheid wankelt nu landen morrelen aan de afspraken. Eurocommissaris Wopke Hoekstra gaf deze week aan dat er ruimte is om "een slimme en werkbare weg vooruit" te vinden, waarmee hij suggereerde dat aanpassingen bespreekbaar zijn. Tegelijk ontstaan binnen Duitsland zelf spanningen: de SPD, coalitiepartner van Merz, reageerde boos toen bleek dat het ministerie van Economische Zaken zonder overleg had gepleit voor aanpassingen.
De achtergrond van dit alles is de razendsnelle opkomst van China. In 2019 exporteerde China 0,7 miljoen auto’s; in 2024 waren dat er al 5,5 miljoen. Door hevige concurrentie tussen Chinese regio’s werden de prijzen gedrukt en innovaties versneld. Europese merken verloren terrein op de Chinese markt en dreigen nu ook thuis overvleugeld te worden. Omdat de auto-industrie in de EU goed is voor 13 miljoen banen, is de kwestie politiek explosief. Nieuwe regeringen en partijen in verschillende landen pleiten voor behoud van de verbrandingsmotor.
Tegenstanders van aanpassing waarschuwen dat versoepeling van de regels de innovatie juist vertraagt. "De Europese consument wil in 2035 een elektrische auto kopen," beweert Europarlementariër Gerben-Jan Gerbrandy (D66) zonder die stelling te onderbouwen, "de markt zorgt daarvoor". Volgens Mohammed Chahim (GroenLinks-PvdA) vergroten aanpassingen alleen de Chinese voorsprong: "Automerken komen en gaan, en vaak heeft dat te maken met een gebrek aan innovatie." De Europese Commissie werkt intussen aan plannen om de productie van compacte, betaalbare elektrische auto’s in Europa te stimuleren.
Een herziening van het verbod lijkt onvermijdelijk. Zo’n wijziging zou onderdeel kunnen worden van een groter politiek compromis over klimaatmaatregelen binnen de EU. Progressieve partijen zouden onder voorwaarden akkoord kunnen gaan met ruimte voor bepaalde hybrides, zolang andere groene doelen overeind blijven. Merz heeft duidelijk gemaakt dat hij wil leveren, en dat maakt het dossier tot een van de belangrijkste dossiers van de komende onderhandelingen in Brussel.
Source: Fok frontpage