Home

‘Ik kom bij mijn leerlingen enorme lacunes in kennis tegen’

De verminderde leesvaardigheid van jongeren hangt samen met hun schermtijd, stelt leraar Nederlands Michelle van Dijk. De schadelijkheid ervan valt met alcoholgebruik te vergelijken. ‘Een terugkeer van boeken in de mediatheken is een begin.’

schrijft voor de Volkskrant over zingeving.

‘Tegen mijn leerlingen zeg ik altijd: je taalniveau moet op het peil zijn van je intelligentie. Dan ben je in staat de juiste woorden aan je gedachten te geven. Anders kun je nog zo goed denken, maar lukt het je niet je goed in de maatschappij staande te houden. Wanneer je baas bezuinigingsplannen aankondigt die je niet goed kunt lezen, kun je door je ontslag worden overdonderd. Dat lijkt een overdreven voorbeeld, maar het komt voor.’

Als leraar Nederlands gaat de 44-jarige Michelle van Dijk voorop in de strijd tegen gebrekkige leesvaardigheid van jongeren. Maar liefst een derde van de Nederlandse 15-jarigen geldt als ‘onvoldoende geletterd’, bleek uit een Pisa-onderzoek in 2023; zeven jaar eerder was dat 18 procent. ‘Een rampzalige stijging’, vindt Van Dijk, omdat de consequenties dramatisch zijn: leerlingen zakken naar lagere onderwijsniveaus of worden zelfs schoolverlaters. Wie tot de categorie van laaggeletterden behoort, heeft in vergelijking met niet-laaggeletterden een dubbel zo grote kans om onder de armoedegrens te leven.

Het Ideaal
In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.

De leestijd per dag moet terug naar minimaal 20 minuten in hun vrije tijd, is het concrete streven dat Van Dijk in lezingen, podcasts en blogs propageert. Dat is geen geringe opgave: twaalf jaar geleden was de dagelijkse leestijd nog 23 minuten, vijf jaar later, in 2018, 14 minuten en tegenwoordig is daar naar schatting 8 minuten of zelfs nog minder van over. ‘En dan moet je ook nog bedenken dat dat gemiddelde door de groep veellezers wordt opgekrikt, dus velen zijn helemaal met lezen gestopt.’ Niettemin blijft ze strijdvaardig: ‘Ik wil geloven dat die twintig minuten haalbaar zijn.’

Taal- en leesvaardigheid maken voor haar deel uit van een groter ideaal. ‘Ik wil dat jonge mensen op school voldoende bagage meekrijgen om stevig in de wereld te staan. Dan gaat het om kennis, vaardigheden en attituden. Lang niet alle kinderen krijgen die vanuit huis voldoende mee.’ Zelf kan ze daarover meepraten. Ze werd geboren in een evangelisch gezin in Vlaardingen, met een vader die bij de Sociale Dienst werkte en een moeder die voor de vijf kinderen zorgde (van wie zij de middelste is). Door haar jeugd herkent ze zich in de term ‘spreidstandburger’ die Tim ’S Jongers in zijn vorig jaar verschenen boek Armoede uitgelegd aan mensen met geld reserveert voor mensen die, in haar woorden, ‘met één been in de wereld van hoger opgeleiden en veel welvaart staan, met het andere in een minder welvarende wereld waarin ze zijn opgegroeid. Door hun studie en loopbaan zijn ze in die spreidstand terechtgekomen.’ Voor haar eigen ontwikkeling voelt ze bovenal dankbaarheid jegens haar middelbare school, een christelijk gymnasium in Rotterdam. ‘Ik heb ervaren dat de wereld door onderwijs open kan gaan. Door mijn middelbare school werd mijn wereld zoveel groter. Dat gun ik iedereen.’

Hoe zag uw jeugd eruit?

‘We werden beschermd opgevoed. We hadden thuis de EO-gids (met informatie over tv- en radioprogramma’s van de EO, red.), dus kende ik bijvoorbeeld niet de VPRO-kinderprogramma’s en ik keek ook niet naar soaps. Van cabaret had ik nog nooit gehoord. In materieel opzicht kwamen we niets tekort, maar mijn wereldbeeld werd door mijn evangelische opvoeding wel beperkt. Door het geloof waren we wel een talig gezin, er was veel aandacht voor teksten. Na het avondeten las mijn vader uit de Bijbel voor. Ik was leergierig, tot mijn 12de was Bijbelvastheid echt aan mij besteed; ik kan nog alle veertig boeken van het Oude Testament opdreunen. Ik was bijdehand en las veel. Er waren dagen dat ik vier bibliotheekboeken op een dag verslond.’

Wat gebeurde er op uw 12de?

‘Ik was toen een vroege leerling op het gymnasium. Daar begon ik geleidelijk het geloof niet meer als de waarheid te zien. Op school deed ik met alles mee, met de schoolkrant en toneelstukken. Ik begon boeken te lezen over religies en filosofieën waarin anders over God werd nagedacht. Dat stimuleerde mijn zelfstandig denken. Op een gegeven moment dacht ik over het evangelische geloof: wat is dit voor gekkigheid? Pas veel later ben ik gaan inzien wat het geloof me ook heeft gebracht.’

Dat was uw grote liefde voor taal?

‘Ja, taal is zo belangrijk. Als je leert lezen, gebeurt er ontzettend veel in je hoofd. Door te praten leer je alleen woorden en zinnen, maar door te lezen stel je je brein in staat informatie met een veel grotere snelheid te verwerken. Het is wezenlijk voor je vermogen tot abstract denken, je leert structuren zien, oorzaak en gevolg begrijpen, chronologie doorgronden. Het helpt je bij alle vakken op school, inclusief wiskunde, en bij kritisch reflecteren. Het is van grote invloed op je maatschappelijk succes.

‘Heb je het geluk dat er bij je thuis een rijk gevulde boekenkast staat, dan wordt lezen haast vanzelf gestimuleerd. Maar bij veel kinderen staat die er niet. Dan komt de leraar in beeld. Ik leg de lat dan graag hoog. Leerlingen die van huis uit geen literatuur meekrijgen, wil ik daarmee kennis laten maken. Daarom heb ik een hertaling gemaakt Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan… van Louis Couperus, een roman uit 1905. Hertalen is nodig om dat boek voor jonge lezers aantrekkelijk te maken, vond ik. Daarop heb ik flink wat kritiek gekregen.’

Wat kreeg u te horen?

‘Mensen die in staat waren geweest als tiener Couperus te lezen, vonden mijn hertaling een verarming van zijn taalgebruik. Die kritiek toont de kloof tussen degenen die tot de elite behoren, en leerlingen uit 4 havo of 4 vwo die Nederlands als tweede taal hebben of thuis geen hoogopgeleide ouders met een goedgevulde boekenkast hebben. Ik vind het niet gepast om op hen neer te kijken, alleen maar omdat ze moeite hebben Couperus in de oorspronkelijke versie te lezen.

‘Die elitaire houding kom je ook tegen in de discussie over de verlengde brugklas. Het idee daarvan is dat je pas op 15-jarige leeftijd selecteert. Het is toch krankzinnig kinderen al op 11- of 12-jarige leeftijd in te delen in verschillende niveaus? Dat heeft zo’n grote impact. Voor kinderen uit een achterstandsmilieu wordt het daardoor veel moeilijker zich buiten hun milieu te ontwikkelen. Maar elitaire ouders zeggen dan glashard: ‘Ons kind heeft het vreselijk gehad op de basisschool en kwam pas tot leven toen hij in een klas met gelijken zat.’

‘Een ‘klas met gelijken’, die uitdrukking alleen al. Uit onderzoek weten we dat de minder goede leerlingen gebaat zijn bij de dynamiek en de interactie in een heterogene klas. Dat is goed voor hun ontwikkeling. En voor de betere leerlingen pakt zo’n klas ook niet slecht uit. Maar helaas is er nog altijd te veel weerstand tegen het idee van een verlengde brugklas.’

Terug naar het lezen: komt de sterke daling van het aantal leesminuten volgens u door de opkomst van de smartphone?

‘Het probleem zit onmiskenbaar in de schermtijd, of het nu via de smartphone, tablet of anderszins is. Als je kijkt naar de leesvaardigheid van 15-jarigen, dan zie je die in het Pisa-onderzoek (internationaal vergelijkend onderzoek naar studieprestaties, red.) vanaf het begin van de eeuw achteruitgaan. Maar de echte verslechtering is vanaf 2012, toen tieners door de smartphone continu online gingen zijn. Dat gaat ten koste van hun leestijd. Kleuters krijgen achttien minuten voorleestijd, terwijl hun schermtijd twee uur bedraagt, dus zes keer zoveel. Ik verbaas me over ouders. Ze doen dat om hun handen vrij te hebben, terwijl we weten hoe belangrijk praten en voorlezen voor de ontwikkeling van het jonge brein is. Achter een scherm is er geen sociale interactie, terwijl een kind juist door taal te gebruiken zijn sociale vaardigheden oefent.’

Staat die causaliteit tussen schermtijd en afnemend aantal leesminuten vast?

‘Wat mij betreft is die even duidelijk als tussen alcohol drinken en schade voor je gezondheid. Maar er is een sterke lobby die dat betwist, denk aan grote bedrijven als Google en Microsoft die ons graag aan het scherm binden. Ook heb je ouders die allergisch op dat causale verband reageren, vaak zijn ze zelf aan hun scherm verkleefd. Maar ja, we zien het gelijktijdig gebeuren, dus hoelang wil je met maatregelen wachten? Wat we in ieder geval zeker weten is dat kinderen die met minder schermtijd en met meer lezen opgroeien, het beter doen op school.

‘Ik kom tegenwoordig enorme lacunes in kennis tegen. Tijdens een wiskundeproefwerk van 2 vwo, waarbij ik surveilleerde, werd leerlingen gevraagd iets met een eeuw uit te rekenen. Toen vroeg een meisje me: ‘Wat is een eeuw?’ Dat is een woord dat je vanaf groep 5 van de basisschool hoort te kennen. Bij een 4 mavo-examen werd leerlingen gevraagd ergens ‘kanttekeningen’ bij te maken – een deel van hen sloeg op tilt, ze hadden geen idee wat dat woord betekende.’

Welke maatregelen zijn er tegen schermtijd te nemen?

‘Dat mobieltjes niet meer de klas in mogen op scholen is een goede stap geweest. Verder geloof ik vooral in de kracht van voorlichting. Vergelijk het met alcohol, waarvoor er eerst geen norm bestond. Nu geldt: ‘Niet onder 18’. Dat heeft gewerkt, want jongeren beginnen er inmiddels later mee. We moeten zowel kinderen als hun ouders duidelijk maken: je kunt op een gezonde manier van een scherm gebruikmaken, maar die ongebreidelde omgang, zonder enig toezicht of doel, is echt niet goed wanneer je brein nog in ontwikkeling is.

‘Ouders zijn gevoelig voor dat soort voorlichting. Dat zie je ook bij het stimuleren van het thuis voorlezen. De gewoonte is om daarmee op te houden als kinderen wat groter worden. Maar in mijn ervaring vinden zelfs leerlingen uit eindexamenklassen voorlezen nog fijn. Het helpt ze ook met het opbouwen van een eigen leesroutine. Scholen spannen zich gelukkig steeds meer in om ouders ook bij een taalaanpak te betrekken, vanuit de gedachte: ‘Als je de ouder opvoedt, voed je ook het kind op.’ Ouders pikken het op.’

Is twintig minuten lezen per dag echt haalbaar?

‘Ja, maar dan moet het wel een gezamenlijke missie worden van de overheid, instanties die lezen bevorderen, scholen en ouders. Het gevoel van urgentie is in de afgelopen jaren toegenomen, dat is positief. Ook is er een terugkeer van boeken in de mediatheken, de voormalige schoolbibliotheken. De boeken waren door computers vervangen, maar nu is de Stichting Lezen succesvol in boeken weer in de mediatheken te krijgen.

‘Maar het belangrijkste is dat de overheid het lerarentekort aanpakt. We kunnen nog zo veel plannen bedenken, alles staat of valt met een goede leraar voor de klas. Wat dat betreft zie je helaas enorme verschillen tussen scholen. In mijn stad, Rotterdam, heb je scholen die hun geld moeten uitgeven aan een ontbijt voor hun leerlingen en scholen die reizen naar Indonesië of Zuid-Afrika organiseren. Die rijke scholen worden nauwelijks door het lerarentekort geraakt, de andere scholen enorm. Dat is niet het gevolg van bewust elitair beleid, denk ik, maar de noden van die arme scholen worden simpelweg niet gezien. Ik vind het onbegrijpelijk dat we dit soort verschillen laten voortbestaan. Ik vind dat de overheid er alles aan moet doen om ervoor te zorgen dat de hele bevolking goed geletterd is.’

Boekentip: Drift van Bregje Hofstede

‘De bekende, canonieke coming-of-ageromans, zoals die van Nescio, Wolkers en Grunberg, gaan vaak over jongemannen. Drift is een verhaal over liefde en een terugblik op het volwassen worden, waarbij ik mezelf wél in de hoofdpersoon herkende, het raakte me echt. Ik raad het vele leerlingen aan, niet alleen meisjes.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next