Vrijdag om 11.00 uur wordt bekend wie de Nobelprijs voor de Vrede ontvangt. Correspondent Jeroen Visser gaat langs bij het comité in Oslo dat de winnaar kiest. Komt hij achter het grote geheim?
is correspondent in Scandinavië en Finland van de Volkskrant. Hij woont in Stockholm. Voor dit verhaal reisde hij naar Oslo.
Over de wens van de Amerikaanse president Donald Trump om de Nobelprijs voor de Vrede te bemachtigen, spreken we later wel. We gaan eerst naar beneden, zegt Robyn Hardy van het Noorse Nobelinstituut in Oslo. De onderzoeksmedewerker daalt de marmeren trappen af naar een donkere kelder met de geur van oude boeken. Ze klikt het licht aan en loopt een gangetje in, waar een dikke kluisdeur de doorgang verspert. Daarna draait ze met haar sleutel het slot open en zwaait de deur open.
In de kleine ruimte liggen in tientallen kartonnen dozen de geheimen van het Nobelcomité, dat jaarlijks de Nobelprijs voor de Vrede uitreikt. De nominaties, wie wie nomineerde en de gespreksverslagen, het moet hier volgens de statuten minstens vijftig jaar blijven liggen voor ze openbaar mogen worden.
Alles van voor die tijd is niet langer geheim. Hardy pakt de doos uit 1962 en haalt er een brief uit van de Amerikaanse president John F. Kennedy. Die beschrijft over drie kantjes waarom de voormalige first lady Eleanor Roosevelt, die zich inzette voor de mensenrechten, de prijs zou moeten krijgen. ‘En, kijk hier is Churchill’, zegt Hardy. Die nomineerde in 1938 de Tsjechoslowaakse minister van Buitenlandse Zaken Edvard Benes, vanwege zijn ‘bijdragen aan vrede en rechtvaardigheid’. ‘Een welkom gebaar in deze tijd’, schreef de Britse politicus erbij.
Achter Hardy staan de nieuwste dozen, met ‘2025’ erop. Die bevatten vrijwel zeker ook brieven met de naam Donald Trump. De Amerikaanse president werd de afgelopen maanden door diverse volksvertegenwoordigers en regeringsleiders genomineerd. Cambodja, Pakistan, de Israëlische premier Benjamin Netanyahu: allemaal zeiden ze een nominatiebrief te sturen naar Oslo. Families van Hamas-gijzelaars schreven maandag aan het comité dat Trump de prijs verdient vanwege zijn Gaza-vredesplan. Donderdag kwamen Israël en Hamas tot een akkoord over een staakt-het-vuren, en mogelijk worden alle Israëlische gijzelaars snel vrijgelaten.
Trump zelf wil de prijs, die vrijdag om 11.00 uur wordt toegekend, dolgraag hebben. De afgelopen maanden zei hij keer op keer dat hij de Nobelprijs voor de Vrede verdiende omdat hij dit jaar al zeven oorlogen had ‘opgelost’, al gaat het in werkelijkheid om wankele vredesbestanden, zoals die tussen Israël en Iran of Pakistan en India. Toch houdt Trump vol dat ‘iedereen zegt dat ik hem moet krijgen’. Maakt hij daadwerkelijk kans? En wat zijn de criteria?
Het Noorse Nobelinstituut huist in een zachtgeel 19de-eeuws stadspaleis in het centrum van Oslo. Naast de grote houten toegangspoort staat een borstbeeld van Alfred Nobel, de Zweedse uitvinder van het dynamiet die bij zijn dood in 1896 een fortuin naliet voor jaarprijzen voor de beste prestaties in de natuurkunde, scheikunde, geneeskunde, literatuur, en de vrede.
Al deze prijzen worden door Zweedse organisaties toegewezen, behalve de vredesprijs. Nobel bepaalde in zijn testament dat het Noorse parlement hiervoor een vijfkoppig comité diende aan te wijzen. Waarom hij de Noren deze taak toevertrouwde, zei hij er niet bij. Zeker is dat Noorwegen destijds een unie vormde met Zweden, en Noorse politici net als nu probeerden te bemiddelen bij internationale geschillen.
Aanvankelijk zaten Noorse ministers of parlementariërs in het comité, maar dat riep vragen op over de onafhankelijkheid. In 1977 besloot het parlement alleen nog oud-politici of ongebonden experts te selecteren. Wel hebben de grootste partijen de meeste invloed op de benoeming, die voor zes jaar is, met de mogelijkheid tot verlenging. De huidige voorzitter Jørgen Watne Frydnes is ongebonden: hij is voorzitter van de Noorse tak van PEN International, die vrijheid van meningsuiting propageert.
De uitdaging voor de vijf is dat de opdracht van Nobel nogal beknopt en gedateerd is. De dynamietkoning bepaalde dat de prijs moest gaan naar diegene die in het voorbije jaar het meest betekende voor ‘de bevordering van de broederschap tussen naties, voor de afschaffing of afbouw van staande legers en voor het houden en bevorderen van vredescongressen’.
Van die drie is ontwapening het concreetst. Vorig jaar won de Japanse organisatie Nihon Hidankyo, die pleit voor nucleaire ontwapening. De andere twee criteria worden ruim geïnterpreteerd. De afgelopen jaren ging de Nobelprijs voor de Vrede naar de Iraanse mensenrechtenactivist Narges Mohammadi (2023), het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties (2020) en twee journalisten: de Filipijnse Maria Ressa en de uit Rusland afkomstige Dmitri Moeratov (2021). Die laatsten werden gelauwerd voor hun strijd voor de persvrijheid. Nobels eis dat het ging om een vredesdaad ‘in het voorbije jaar’ is nagenoeg losgelaten: het comité kijkt nu vaak iets langer terug.
‘De invulling van Nobels testament is een eeuwig debat en we hebben het er vaak over’, zegt Kristian Berg Harpviken, de secretaris van het comité. ‘Het comité wisselt ook geleidelijk van samenstelling. Je kunt dus zeggen dat we Nobels instructies dynamisch interpreteren.’
De 64-jarige Noor ontvangt het bezoek in zijn werkkamer met wandvullende boekenkast. Een tussendeur geeft toegang tot de kamer van het comité, waar zes stoelen rondom een ovalen tafel staan. Een van de stoelen is voor Harpviken, die als secretaris meepraat maar geen stemrecht heeft. De oud-winnaars kijken toe vanaf de portrettenwand op het groene bloemetjesbehang.
Als de nominaties binnen zijn – de deadline is elk jaar op 31 januari – organiseert Harpviken eerst een seminar om ‘de stand van de wereld te bespreken’. ‘We bekijken de belangrijkste kwesties en de interessantste vredesprocessen. Dat is een manier om vrij te discussiëren over onderwerpen waarvan we denken dat ze goed zijn om in gedachten te houden. Daarna krijgen de leden de lijst met genomineerden.’
Net zoals bij de andere Nobelprijzen maken alleen genomineerden een kans. Parlementariërs van over de hele wereld mogen nomineren, evenals regeringen, hoogleraren, vredesorganisaties en oud-winnaars. Dit jaar bestaat de lijst uit 244 personen en 94 organisaties. Hoewel het elk jaar weleens gebeurt, mag iemand zichzelf niet nomineren. Wat na 31 januari binnenkomt, schuift door naar het volgende Nobeljaar. Bij het beoordelen van de vredesdaden van genomineerden speelt die deadline geen rol.
Op basis van de nominaties maakt het comité een shortlist van enkele tientallen kandidaten, waarna Harpviken experts inschakelt voor evaluatierapporten. In een tiental vergaderingen brengt het comité de lijst terug naar één kandidaat, waarbij steeds weer input van deskundigen op tafel komt. ‘Die input vormt de echte basis voor de discussie’, zegt hij.
De uitkomst krijgt nogal eens kritiek. Zo was er veel onbegrip na de uitverkiezing van de Amerikaanse president Barack Obama (2009) voor zijn inspanningen om ‘de samenwerking tussen volkeren te versterken’. Hij was destijds nog maar net in functie en nam als opperbevelhebber beslissingen – zoals droneaanvallen in Afghanistan – die moeilijk te rijmen zijn met de idealen van Nobel. Minstens zo controversieel waren de prijzen voor de Amerikaanse veiligheidschef Henry Kissinger (in 1973, nog tijdens de Vietnamoorlog) en recenter de Ethiopische premier Abiy Ahmed (2019). Omgekeerd kreeg het comité kritiek dat Mahatma Gandhi, de koning van het geweldloos verzet, de prijs nooit kreeg.
Harpviken benadrukt dat de winnaar geen heilige hoeft te zijn. Op de burelen wordt wel gegrapt dat de enige oud-winnaar van onbesproken gedrag Moeder Teresa (1979) is. ‘Het gaat om mensen die echt een verschil hebben gemaakt. Een politiek leider kan dingen doen die niet passen bij een vredesprijs, maar tegelijkertijd een beslissende daad stellen die wel volledig binnen de criteria past. Dan kun je de prijs krijgen. Maar natuurlijk kijkt het comité altijd naar de balans tussen de twee.’
Trump maakt dus kans? ‘Geen commentaar’, zegt Harpviken. Het comité spreekt zich nooit uit over individuen. Later geeft hij aan dat het comité doorgaans ergens tussen midden augustus en eind september een beslissing neemt. Dat donderdag Israël en Hamas het eens werden over een staakt-het-vuren, heeft dan ook geen invloed.
In theorie maakt Trump kans. Maar liefst vier voorgangers van Trump kregen de prijs. Naast Obama waren dat Theodore Roosevelt (1906), Woodrow Wilson (1919) en Jimmy Carter (2002). Trump is vrijwel zeker voor de deadline van 31 januari genomineerd. Dat gebeurde – zo maakten ze zelf wereldkundig – door een Republikeins Congreslid en door de Oekraïense parlementariër Oleksandr Merezjko, die hoopte dat het Trump zou aanzetten om een vredesakkoord met Rusland te smeden. Merezjko wilde de nominatie later intrekken, maar dat is volgens de statuten niet mogelijk. Op die manier werd Adolf Hitler ook eens genomineerd, in 1939, een (mislukte) grap van een Zweedse politicus.
Ambassadeurs in Oslo lobbyen nog weleens bij de comitéleden. Trump doet dat zelf. Medio augustus belde hij volgens lokale media de Noorse minister van Financiën Jens Stoltenberg op zijn mobiel om zijn kansen te wegen.
Dat kan ook tegen hem werken, zei vicevoorzitter Asle Toje onlangs tegen persbureau Reuters. ‘Sommige kandidaten dringen er heel sterk op aan en dat vinden we niet prettig. Het is al moeilijk genoeg om onderling tot overeenstemming te komen, zonder dat mensen van buitenaf ons proberen te beïnvloeden.’
De kans dat Trump de prijs dit jaar wint, is nihil, zegt Nina Graeger, hoofd van het Vredesonderzoekscentrum Prio in haar kantoor in Oslo. ‘Het comité kijkt ook naar wat een kandidaat op andere terreinen doet. Trump heeft de Verenigde Staten teruggetrokken uit internationale fora als de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het Klimaatakkoord van Parijs. Hij heeft gezegd dat hij Groenland wil afpakken van een Navo-bondgenoot en in eigen land doet hij dingen die tegen de vrijheid van meningsuiting ingaan. Het zou dus een vreemd signaal zijn om de prijs aan Trump te geven.’
Het ongemak blijkt ook in het Nobel Vredesmuseum, gelegen in een monumentaal oud-treinstation aan de Oslofjord. Dit museum organiseert elk jaar een tentoonstelling over de winnaar, waar honderdduizenden bezoekers op af komen. Schoolkinderen spelen hier de Nobelprijsversie van het spel Wie is het? en het museum organiseert ook dialoogtrainingen voor organisaties en bedrijven, op basis van inzichten van oud-winnaars als Nelson Mandela (1994). Elke vrijdag om 12.00 uur laat een medewerker een witte duif uit het raam als een symbool van vrede.
Medewerker Ingvill Bryn Rambøl laat een nieuwe tentoonstelling zien, War is Peace?, over de vraag of vrede meer is dan het ontbreken van conflict. De foto’s, teksten en kunstwerken moeten bezoekers eraan herinneren dat vrede ook nog een optie is. ‘Er wordt nu zoveel gepraat over oorlog, mensen hebben ook andere inspiratie nodig’, zegt Rambøl.
Aan het slot wordt de Nobelrede van de Keniaanse milieuactivist Wangari Maathai (2004) geciteerd, die sprak over momenten in de geschiedenis waarop de mensheid wordt opgeroepen een stap te zetten naar een hoger moreel besef. ’Een moment waarop we onze angst moeten afleggen en elkaar hoop moeten geven.’
Vanuit die gedachte is een vredesprijs voor Trump wellicht moeilijk voorstelbaar. Toch is het volgens vredesexpert Graeger ook niet ondenkbaar dat de Amerikaanse president de prijs in de toekomst krijgt. ‘Als hij vrede weet te bewerkstelligen in Gaza én Oekraïne, dan is het moeilijk hem niet te overwegen.’
Zelf houdt Trump er rekening mee dat het onbegonnen werk is. ‘Ik zal geen Nobelprijs krijgen, wat ik ook doe’, schreef Trump op zijn socialmedium-account op Truth Social. ‘Maar de mensen weten het, en dat is wat telt.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant