Home

Maakt Trump, met zijn fragiele ‘vredesdeals’, een serieuze kans op de Nobelprijs?

Nobelprijs Donald Trump hengelt al jaren naar de Nobelprijs voor de Vrede, die deze vrijdag weer wordt toegekend. Waar komt deze obsessie vandaan? En wist de Amerikaanse president werkelijk al zeven oorlogen te beëindigen?

President Donald Trump zit samen met zijn vice-president JD Vance, minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio en minister van Defensie Pete Hegseth in de Oval Office tijdens een bijeenkomst met de Turkse president Erdogan, eind september.

Wereldleiders die erom vragen, worden overgeslagen. Wie de Nobelprijs voor de Vrede wil krijgen, doet er verstandig aan daar niet openlijk voor te pleiten bij het vijfkoppige Noorse comité, dat deze vrijdag om 11 uur ’s ochtends weer de jaarlijkse laureaat bekendmaakt. „Sommige kandidaten dringen er echt op aan en dat vinden wij niet leuk”, legde vicevoorzitter Asle Toje van het comité vorige maand uit aan persbureau Reuters. „We sluiten ons op in een kamer. [..] Het is al lastig genoeg om het onderling eens te worden, zonder dat andere mensen ons proberen te beïnvloeden.”

Toch is bedelen om de Nobelprijs precies wat Donald Trump al jaren doet. Al voordat zich in deze Nobelweek de contouren van een mogelijk bestand in Gaza begonnen af te tekenen, pochte hij regelmatig als president van de Verenigde Staten reeds zeven oorlogen te hebben beëindigd en daarvoor gelauwerd dient te worden: „Iedereen zegt dat ik de Nobelprijs voor de Vrede hoor te krijgen voor al deze prestaties”, stelde hij vorige maand bijvoorbeeld in zijn toespraak tot de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, ,,maar voor mij zou de echte prijs zijn als zonen en dochters opgroeien met hun moeders en vaders, omdat ze niet langer omkomen in eindeloze, niet glorieuze oorlogen. Ik geef niet om het winnen van prijzen, maar om levens redden.”

De Vredesprijs bestaat fysiek uit een 175 gram wegende medaille van 18- en 24-karaats goud. Hoewel Trump sinds zijn terugkeer het Witte Huis almaar meer laat vol hangen met bladgouden of vergulde ornamenten, lijkt bij zijn obsessie met de Nobelprijs meer te spelen dan platte goudzucht. Dat zijn directe voorganger Barack Obama de prijs in 2009 kreeg toegekend, motiveert de president overduidelijk zeer.

De Democraat was in 2009 krap negen maanden aan de macht, toen de Noren hem al beloonden voor zijn „buitengewone inspanningen de internationale diplomatie en de samenwerking tussen volkeren te versterken”. „Slechts zeer zelden”, stelde het juryrapport, „heeft een persoon in dezelfde mate als Obama de aandacht van de wereld weten te vangen en haar bevolking hoop geboden op een betere toekomst.”

Deze aanmoedigingsprijs, die ook de laureaat zelf compleet verraste, bleek uiteindelijk geen gelukkige keuze. In de daaropvolgende zeven jaar zou Obama de VS niet volledig terugtrekken uit de slepende oorlogen in Irak en Afghanistan. Amerikaanse drone-aanvallen op vermeende terroristen zouden onder zijn leiding worden opgevoerd. Ook Geir Lundestad, de toenmalig secretaris van het Nobelcomité, moest in 2015 in zijn memoires bekennen dat de prijs voor Obama niet het beoogde, vredestichtende effect had.

Voor Trump was dit in 2019 reden om te mopperen dat Obama „niet eens wist waarom hij hem kreeg. Hij zat er ongeveer vijftien seconden en hij kreeg de prijs al.” Waarna hij in 2024, tijdens zijn derde campagne voor het Witte Huis, stelde: „Als ik Obama had geheten hadden ze me de prijs in tien seconden gegeven. [..] Hij werd gekozen en kreeg de Nobelprijs al toegekend. Hij kreeg hem voor niets, voor gekozen worden, maar ik werd ook gekozen.”

Barack Obama was in 2009 krap negen maanden aan de macht, toen hij beloond werd voor zijn „buitengewone inspanningen de internationale diplomatie en de samenwerking tussen volkeren te versterken”.

Zeven vredes in zeven maanden

De zeven opgeloste oorlogen die hem recht zouden geven op de vredesprijs, woedden al jaren, zo niet decennia, en „met ontelbare duizenden doden”, aldus Trump in zijn VN-toespraak. Hij somde ze zelf op: tussen Cambodja en Thailand; Kosovo en Servië; Congo en Rwanda; Pakistan en India; Israël en Iran; Egypte en Ethiopië; en Armenië en Azerbeidzjan. Van al deze conflicten, stelde hij, „zei men dat ze on-beëindigbaar waren, dat je ze nooit kon oplossen. [..] En ik heb het in slechts zeven maanden gedaan.”

Lang niet alle veertien landen waartussen Trump zegt vrede te hebben gesticht, onderschrijven die claim echter.

Cambodja en Thailand hebben sinds begin deze eeuw een slepend grensgeschil, dat in juli escaleerde tot schermutselingen tussen de legers van beide Zuidoost-Aziatische landen. Er vielen tientallen doden en honderdduizenden burgers raakten ontheemd. Op 28 juli werd na bemiddeling van de Maleisische premier Anwar Ibrahim een staakt-het-vuren gesloten. Trump stelde twee dagen daarvoor dat beide landen moesten stoppen met vechten omdat hij anders niet meer met ze wilde praten over handel. De situatie in de betwiste grensregio blijft ondertussen volatiel.

Tussen Kosovo en Servië woedt sinds eind jaren negentig geen gewapend conflict meer. In zijn eerste termijn sloot Trump wel het ‘Washington Agreement’, een bovenal economisch akkoord tussen beide Balkanlanden. Politieke verschillen, zoals erkenning van Kosovo door Servië, werden hier niet in geregeld. De relatie blijft gespannen.

Die tussen Congo en Rwanda, „dat was pas een gemene, gewelddadige oorlog”, stelde Trump bij de VN. Ook in dit conflict deed zijn regering eerder dit jaar een bemiddelingspoging. Dit leidde tot een tijdelijke gevechtspauze in Oost-Congo en een eind juni in het Witte Huis getekend voorlopig vredesakkoord. Maar het staakt-het-vuren dat Congo en de door Rwanda gesteunde M23-rebellen in juli vervolgens sloten in Qatar, viel in augustus alweer in duigen. Het akkoord draaide ook meer om Amerikaanse toegang tot Congo’s vele bodemschatten dan om duurzame vrede en verzoening.

Verzoening tussen India en Pakistan zou zeker een vredesprijs verdienen. De twee kernmachten zijn gezworen aartsvijanden en raakten meermaals slaags, vooral over betwist Kasjmir, het recentst nog dit jaar. Volgens Trump was het aan zijn bemiddeling te danken dat er een staakt-het-vuren kwam. Dit fragiele bestand is een terugkeer naar de aloude status quo. En: in tegenstelling tot Pakistan, ontkent India stellig dat Washington een rol speelde. Trumps relatie met de Indiase regering-Modi is mede hierdoor bekoeld.

President Trump en de Israëlische premier Netanyahu hielden op 29 september samen een persconferentie op het Witte Huis, ze waren volgens Trump toen „erg dichtbij” het sluiten van vrede in Gaza.

Israël en Iran vochten deze zomer een twaalfdaagse oorlog uit, nadat de regering-Netanyahu besloot om Teherans uraniumverrijkingsprogramma te bombarderen. Trump schaarde zich achter die Israëlische aanval door de zwaarste Amerikaanse ‘bunkerbusters’ af te werpen op ondergrondse kerninstallaties. Zelfs als die Irans atoomprogramma daadwerkelijk uitgeschakeld hebben, zoals Trump na afloop beweerde, kan dit het ayatollah-regime ook sterken in zijn veronderstelde wens een eigen kernbom te ontwikkelen, waarmee de regio op termijn nog instabieler zou worden.

Het conflict tussen Egypte en Ethiopië draait om de Renaissancedam in de Nijl. De Ethiopiërs begonnen eerder deze eeuw met de bouw van deze stuwdam, zeer tot onvrede van Soedan en Egypte, die stroomafwaarts liggen en vrezen dat de rivier hen minder water zal bieden. Het is onduidelijk hoe Trump dit waterconflict zou hebben opgelost. Ethiopië nam de dam in augustus volledig in gebruik en zijn beide buurlanden hebben er nog steeds bezwaren tegen.

Azerbeidzjan en Armenië hadden al decennia ruzie, toen ze in 2020 weer slaags raakten in en rond de betwiste regio Nagorno-Karabach. Volgens Trump beslechtte hij dit conflict in augustus. Zo zou er een corridor komen, de ‘Trump Route voor Internationale Vrede en Welvaart’ genoemd, maar verder kende de vredesdeal vooral veel open eindjes, zoals de terugkeer van ontheemde Armeniërs. Recent verhaspelde Trump de namen van de landen meermaals door te stellen dat hij vrede sloot tussen Azerbeidzjan en Albanië, dan wel tussen Albanië en Armenië.

President Donald Trump met de Azerbeidzjaanse president Ilham Aliyev (links) en de Armeense premier Nikol Pashinyan op 8 augustus in het Witte Huis in Washington bij de ondertekening van een gezamenlijke verklaring om vrede te bereiken, na jarenlang conflict rond de regio Nagorno-Karabach.

Geen vredesduif

De ‘vredesdeals’ die Trump opeist, blijken in het gunstigste geval vooral tijdelijke gevechtspauzes in veelal bescheiden brandhaardjes. Zijn pogingen om vrede te stichten in twee grote oorlogen van dit moment blijven ondertussen vruchteloos. Trumps initiatief om de Russen en Oekraïners aan tafel te krijgen, verzandde deze zomer in een impasse. Voor Gaza is sinds deze week een staakt-het-vuren tussen Hamas en Israël in de maak, maar het vredesplan kent ook nog talloze onzekerheden. Aan een derde grote oorlog (Soedan) waagt Trump zich niet eens.

Op zijn eigen westelijk halfrond en in eigen land is de president daarnaast allesbehalve een vredesduif. Hij dreigde deze tweede termijn met annexatie van Groenland (een Deens territorium), opperde inname van het (eerder Amerikaanse) Panamakanaal, lanceerde deze zomer een omstreden marine-operatie tegen vermeende drugsbootjes uit Venezuela, bepaalde dat het ministerie van Defensie voortaan weer ministerie van Oorlog mag heten, en dreigt steeds vaker met een ‘oorlog’ tegen ‘binnenlandse vijanden’.

In zijn testament bepaalde Alfred Nobel dat de vredesprijs elk jaar moet gaan naar de persoon of organisatie „die het meest heeft betekend voor de broederschap tussen volkeren”. Een president die zijn land terugtrok uit meerdere internationale organisaties en verdragen en de naoorlogse liberale wereldorde in rap tempo afbreekt, lijkt daar niet meteen voor in aanmerking te komen.

Mocht Trump de komende tijd in Gaza en/of Oekraïne alsnog vrede stichten, dan maakt hij wellicht wél een kans. Maar dit jaar niet meer: de termijn voor nominaties in 2025, sloot al op 31 januari – elf dagen na zijn aantreden.

Dat weerhield een reeks politici de afgelopen maanden er niet van bij Trump in het gevlei te komen en zijn ego te strelen door hem openlijk voor te dragen voor de prijs. Pakistan nomineerde Trump, waarna veldmaarschalk Asim Munir, de feitelijke machthebber van het land, mocht komen lunchen op het Witte Huis. Ook de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en diens Cambodjaanse ambtgenoot Han Munet droegen Trump voor. Evenals een onbekende Republikeinse afgevaardigde uit Georgia die hengelt naar een politieke steunbetuiging van Trump.

Trump zelf lijkt er bij vlagen al niet meer op te rekenen. In juni jammerde hij op zijn platform Truth Social dat „ik de Nobel Vredesprijs toch niet krijg, wat ik ook doe, zelfs niet met Rusland/Oekraïne of Israël/Gaza”. Maar, besloot hij: „De mensen weten wel beter, en dat is alles wat er voor mij toe doet!”

Wedkantoren Op welke winnaar wordt er gegokt?

Een replica van de voor- en achterzijde van de medaille die de ontvanger van de Vredesprijs krijgt; die weegt 175 gram en is van 18- en 24-karaats goud.

Het Nobelcomité, dat bestaat uit vijf Noorse ex-politici en academici, weet de laureaat doorgaans strikt geheim te houden. Bij wedkantoren kan elk jaar gegokt worden op de persoon of organisatie die zij zullen lauweren met de Vredesprijs. Hoewel het comité in de praktijk vaak weet te verrassen, zou van deze inzetten een ‘wisdom of the crowds’-achtige voorspellende waarde uitgaan.

De volgens veel experts kansloze Trump staat bij gokkers toch op de tweede plaats, maar de beste kansen worden toegedicht aan de Soedanese ‘Emergency Response Rooms’, een netwerk van lokale hulporganisaties. Hiermee zou het comité de aandacht vestigen op een grote oorlog die het Westen veel minder beroert dan die in Gaza en Oekraïne.

Als het comité zich wel aan een van die twee oorlogen wil wagen, heeft het meerdere opties. Veel mensen zetten geld in op UNRWA (VN-agentschap voor Palestijnen) en op het Internationaal Gerechtshof (wegens zijn baanbrekende tussenvonnis over genocide in Gaza). Evenals op de Oekraïense president Zelensky en op Yulia Navalnya, de weduwe van de vergiftigde Poetin-plaaggeest Alexei Navalny.

Ook hoog scoren VN-organisaties als het Wereldvoedselprogramma (WFP), vluchtelingenorganisatie UNHCR en Unesco (cultuur en onderwijs). De Noren zouden hiervoor kunnen kiezen om de wankele naoorlogse wereldorde te steunen, nu de VN in het tachtigste jaar van hun bestaan toenemend onder druk staan.

Trump schrapte tientallen miljarden dollars aan ontwikkelingshulp, wat leidde tot een wereldwijde kaalslag in deze sector. Het Nobelcomité zou een bekende ngo, zoals Artsen zonder Grenzen of het Internationale Rode Kruis, kunnen lauweren. Maar bijvoorbeeld ook de Spaans-Amerikaanse sterkok José Andrés die met zijn World Central Kitchen in de lastigste gebieden gaarkeukens opzet.

Behalve Trump in weerwil van al zijn smeekbedes over te slaan, zouden de Noren de politiek brisante keuze kunnen maken een Amerikaanse organisatie of persoon de prijs te geven. Op voormalig speciaal aanklager Jack Smith (die de rechtszaken tegen Trump aanvoerde) en popzangeres Taylor Swift (geen fan van de president) kan bij de bookies worden ingezet, maar zij lijken geen grote kans te maken.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Amerika

Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet

Source: NRC

Previous

Next