Home

Vormgeving van Amsterdamse School in 1913: de beloofde eeuw van de vrouw liet nog op zich wachten

Design Juist de Amsterdamse School met zijn liefde voor interieurkunst trok vrouwelijke ontwerpers aan. Museum Het Schip probeert ze uit de vergetelheid te halen met de herdenking van een spraakmakende expositie uit 1913.

Affiche van Wilhelmina Drupsteen voor de expositie ‘De Vrouw 1813-1913’, die in Museum Het Schip wordt herdacht.

Het was 1913 en de verwachtingen waren hooggespannen. Groter dan groot, met allerlei paviljoens, werd in Amsterdam de tentoonstelling De vrouw 1813-1913 opgetuigd. De nog verse 20ste eeuw zou dé eeuw van de vrouw worden, was de gedachte van deze expositie die het honderdjarig bestaan van het Nederlands koninkrijk vierde. Ze toonde door vrouwen ontworpen kunst, die werd gepromoot met merchandising en een catalogus met hengsels om als handtasje te dragen. Wilhelmina Drupsteen ontwierp het affiche met een vergeestelijkt uitziende glorieuze vrouwenfiguur en maakte muurschilderingen met onder meer een openstaand raam, geopend naar de vrijheid. Eén zaal was gewijd aan vrouwenkiesrecht, dat er in 1919 inderdaad kwam. En koningin Wilhelmina bezocht niet een maar twee keer de expositie.

Recensie Tentoonstelling

Ongekend talent. Vrouwen van de Amsterdamse School, t/m 28/6/26 in Museum het Schip, Amsterdam. Info: www.hetschip.nl

Deze feministische tentoonstelling van toen krijgt speciale aandacht in een tentoonstelling nu, ook over vrouwelijke ontwerpers: Ongekend talent, in Museum Het Schip. Dit museum over de Amsterdamse School doet een inhaalslag met vergeten vrouwen. Zoals veel musea nu, en Het Schip doet dat met verve. Ongekend talent belicht zeven ontwerpers met sculpturen, boekomslagen, haardschermen, lampen en keramiek.

Geschikt geacht voor vrouwen

Het is veel interieurkunst. Dat stond centraal in de architectonische gesamtkunst van de Amsterdamse School (1910-1935) en werd geschikt geacht voor vrouwelijke ontwerpers. Dat gold niet voor bouwkunst. Vrouwen werden beschouwd als zenuwzwakke wezens, die niet op steigers konden klimmen of mannelijke arbeiders aansturen. Maar interieurkunst, huisvlijt, dat ging wel.

Wilhelmina Drupsteen aan het werk in 1913. Ze maakte muurschilderingen en het affiche voor de expositie ‘De Vrouw 1813-1913’.

Marie Kuyken maakte vanaf eind jaren tien geëmailleerde wandpanelen zoals ‘Voorspoed’, en later behangsels met gestileerde bloemen in donkere kleuren – typisch Amsterdamse School.

Dat leverde veel op, zo laat de tentoonstelling zien. Marie Kuyken maakte vanaf eind jaren tien geëmailleerde wandpanelen en later behangsels met gestileerde bloemen in donkere kleuren – typisch Amsterdamse School. De experimenterende keramist Cathrien Bogtman legde eierschalen in haar keramiek in, prinses Juliana kocht nog zo’n vaas. Indrukwekkend zijn de borden met abstracte voorstellingen van Lea Halpern die hun tijd vooruit waren, als abstract expressionistische schilderijen uit de jaren vijftig. Ze gaf de borden kosmische titels als Sunburst en Cataclysmic Explosion. Het ging haar om het ‘innerlijke zelf’ zei ze over deze creaties die ze, destijds wereldberoemd maar nu vergeten, tot in New York exposeerde.

Vaandels voor demonstraties

Vrouwen ontwierpen vaandels voor feministische demonstraties en ook andere kunsten vroegen om emancipatie, vooral het interieur. Dat gold, ondanks Drupsteens (geschilderde) openstaande raam, als domein van de vrouw: hoezo zouden mannen dat vormgeven? De organisatie van De Vrouw 1813-1913 zocht naarstig naar een vrouwelijk architect maar wist niet of die überhaupt bestonden in Nederland. Jawel, zo bleek: één. Al kreeg ze nog wel eens een brief met de aanhef ‘Geachte heer Kropholler!’, Margaret Kropholler was toch echt een vrouw.

Architect Margaret Kropholler.

Architect Margaret Kropholler leverde voor de expositie van 1913 het ontwerp van een modern huis. Hier afgebeeld is haar ontwerp voor Holendrechtstraat uit 1922.

Voor de expositie leverde ze een ontwerp van een modern huis met slimmigheden voor de vuilnisbak en een speciale ruimte voor fietsen en kinderwagens. Dit praktisch functionalisme werd geïnterpreteerd als een vrouwelijke eigenschap, wat niet gek is als je bedenkt dat Jan Rietveld eens een keuken vergat te ontwerpen in een huis en dat de villa’s van Le Corbusier notoir konden lekken. Tegelijkertijd ziet alles in Ongekend talent er stilistisch hetzelfde uit als wat de mannen van de Amsterdamse School maakten: een combinatie van een vergeestelijkte stijl met decoratie en naturalisme. Niet beter, niet slechter, gewoon hetzelfde.

De expositie zet de exposanten overtuigend neer, met veel foto’s en kunstwerken. Zoals sculpturen van Louise Beijerman, die veel bouwplastiek maakte voor Amsterdam Zuid, voor de Bijenkorf in Den Haag en voor het watermonument in Venlo. Toch kan dit geen gemakkelijke tentoonstelling zijn geweest om te maken, over een tijd toen alleen al het huwelijk vanzelf een stap in de schaduw betekende.

Neem Pauline Bolken, een van de opvallendste talenten in de expositie. In 1919 was ze de eerste vrouw die een omslag ontwierp voor het tijdschrift Wendingen. Dat deed ze ook voor het jaarverslag van Kunstnijverheidsschool Quellinus. Beide ontwerpen zijn radicaal strak, een ijzersterke dynamiek. Maar verder ligt er niets van haar in de expositie. Want na deze twee ontwerpen loste ook zij op in de vergetelheid. De beloofde eeuw van de vrouw liet toch nog even op zich wachten.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next