Rechtspraak Bewijs dat door Israël werd verzameld in de Gazastrook mag voorlopig niet worden gebruikt tegen een Nederlands-Palestijnse man die miljoenen euro’s naar Hamas zou hebben gestuurd. Het gaat om gevoelige stukken die Israëlische militairen zouden hebben aangetroffen op computers van Hamasstrijders.
Het Al Shifa-ziekenhuis in Gaza, oktober 2023.
De rechtbank Rotterdam weigert bewijsmateriaal toe te laten in de strafzaak tegen de Nederlandse Palestijn Abou Rashed, die ervan verdacht wordt meer dan 11 miljoen euro te hebben doorgesluisd naar Hamas. De bewijsstukken werden verzameld door het Israëlische leger tijdens de oorlog in Gaza, maar over de betrouwbaarheid van de stukken is volgens de rechtbank te veel onduidelijkheid.
Dat blijkt uit een recente beslissing van de rechtbank naar aanleiding van een tussentijdse zitting in september. Door deze beslissing – ingezien door NRC – wordt het gebruik van bewijsstukken die het Israëlische leger tijdens de oorlog in Gaza verzamelde, nagenoeg onmogelijk gemaakt voor het Openbaar Ministerie.
Amin Abou Rashed, die geen bezwaar heeft tegen het noemen van zijn volledige naam, en zijn dochter werden in de zomer van 2023 in Leidschendam aangehouden. Via Stichting Israa (voluit: ‘Internationale Steun Rechtstreeks Aan Armen’) zouden zij miljoenen hebben overgemaakt naar goede doelen die zijn gelieerd aan Hamas. Dat is verboden omdat zowel de politieke, militaire als maatschappelijke tak van Hamas op de sanctielijst voor terroristische organisaties staat.
Voor de onderbouwing van de beschuldiging dat geld naar Hamas ging, leunt het OM deels op bewijsstukken uit Israël. Die documenten werden in juli 2024 verstrekt door het Israëlische National Bureau for Counter Terror Financing (NCBTF): onderdeel van het Israëlische ministerie van Defensie. De stukken zijn volgens Israël na de aanslagen van 7 oktober 2023 aangetroffen op computers in de Gazastrook.
Het betreft onder meer een overzicht met namen van vermeende Hamas-organisaties dat in het Al Shifa-ziekenhuis zou zijn gevonden. Dit document is opgemaakt op blanco briefpapier zonder logo’s. De organisaties op de lijst werden ook door Stichting Israa gesteund. In een ander vermeend Hamas-kantoor zou een financieel ‘ontwikkelplan’ zijn aangetroffen met daarin 128 liefdadigheidsinstellingen die „worden bestuurd door leden van de beweging”. Ook dit document linkt organisaties die Stichting Israa financierde aan Hamas.
De documenten zetten Abou Rashed – die een jaar in voorarrest doorbracht – tevens neer als een belangrijke figuur. Een conceptverslag van een tweedaagse bijeenkomst van de Hamas-top in september 2023 leert dat de arrestatie van Abou Rashed er op de agenda stond. In de vergadering, voorgezeten door de in 2024 vermoorde Hamas-leider en voormalige premier van de Palestijnse Autoriteit, Ismail Haniyeh, wordt de Nederlandse Palestijn Hamas’ Europese „broeder” genoemd en zijn arrestatie een „uitdaging voor de beweging in Europa”.
In aanloop naar de zitting in september wierpen deskundigen in NRC de vraag op of de door Israël tijdens de Gaza-oorlog verzamelde stukken wel als bewijs kunnen dienen in de Nederlandse rechtszaal. Tijdens haar pleidooi verwees advocaat Jill Leyten naar deze deskundigen en stelde ze dat Israël tijdens de Gaza-oorlog niet vies is van liegen en bedriegen en dat daarom de nodige scepsis bij het in Gaza verzamelde bewijs op zijn plaats is.
De advocate van Abou Rashed haalde onder meer hoogleraar internationaal recht André Nollkaemper aan die tegen NRC zei: „Je kunt moeilijk zeggen: Israël houdt zich systematisch niet aan fundamentele beginselen van het recht, maar bij de betrouwbaarheid van dít bewijs stellen wij geen vragen.”
Verwijzend naar jurisprudentie van de Hoge Raad en het recht op een eerlijk proces bepleitte Leyten dat juist in deze zaak de betrouwbaarheid van de buitenlandse stukken onderzocht moet kunnen worden. Daarom verzocht zij (opnieuw) om de Israëlische soldaten die het bewijsmateriaal in Gaza aantroffen te mogen ondervragen, alsmede ‘Avi’: het hoofd van de onderzoeksafdeling van het National Bureau for Counter Terror Financing dat de documenten verstrekte.
De raadkamer van de Rotterdamse rechtbank, zo leert de beslissing, acht dat niet nodig omdat de rechtbank rapporten van de Israëlische diensten niet als bewijs zal gebruiken, vanwege de vraagtekens bij de waarheidsgetrouwheid van de onderliggende stukken. De verdediging van Abou Rashed heeft volgens de rechtbank dan ook geen belang bij het verhoren van getuigen en ander nader onderzoek naar de wijze waarop de stukken zijn verkregen en hun authenticiteit.
Formeel beslist de rechtbank pas na de inhoudelijke behandeling van de strafzaak in april 2026 of het van Israël afkomstige bewijs wordt toegelaten. Leyten bevestigt desgevraagd dat de positie van de rechtbank kan veranderen als het OM nog met aanvullende stukken komt die een nieuw licht op de betrouwbaarheid van het Israëlische bewijs werpen. „Maar bij deze stand van zaken is het bewijs niet bruikbaar.”
Een woordvoerder van het Functioneel Parket stelt dat het OM de beslissing van de rechtbank heeft bestudeerd, maar dat het niet in de media op de beslissing mag reageren. Een discussie over het bewijs dient volgens het OM in 2026 bij de openbare behandeling van de strafzaak plaats te vinden. In een reactie op eerdere vragen van NRC over de strafzaak wees het OM erop dat het bewijs tegen Abou Rashed uit veel meer dan alleen Israëlische stukken bestaat, zoals materiaal dat bij de doorzoeking van zijn woning is aangetroffen en geldstromen die zijn onderzocht.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC