Home

Advies aan kabinet: kijk bij overheidsbedrijven niet alleen naar het financieel rendement

Overheidsdeelnemingen De overheid moet als aandeelhouder minder naar financieel rendement van haar bedrijven kijken en meer naar maatschappelijke belangen. Anders doe je de leefomgeving tekort, zegt adviseur Rli tegen het kabinet.

Als de overheid bij Schiphol (70 procent in handen van het Rijk, 20 procent van de gemeente Amsterdam) meer het accent zou leggen op internationale treinverbindingen zoals naar Frankfurt, zouden mogelijk meer korte vluchten worden geschrapt, suggereert het Rli-rapport.

Overheidsbedrijven kunnen veel meer voor de maatschappij betekenen als de overheid zich als aandeelhouder minder eenzijdig op de financiën richt en meer oog heeft voor het maatschappelijke rendement. „Uiteindelijk moet een overheidsdeelneming het publieke belang dienen. Nu is het contact tussen onderneming en staat vooral gericht op de financiën. Daarmee doe je de leefomgeving tekort", stelt voorzitter Jan Jacob van Dijk van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli).

Concrete gevallen zijn er genoeg, zegt Van Dijk in een toelichting op het advies Deelnemen zonder dogma’s dat donderdag aan minister Tieman (Infrastructuur en Waterstaat, BBB) is uitgereikt. Neem de problemen met de gasboringen in Groningen. „Daar was veel te weinig oog voor de leefomgeving. Maar als de aandeelhoudende overheid vooral het belang van het financieel rendement benadrukt, moet je niet vreemd opkijken dat dit leidend wordt.”

Infrastructuur

Nederland kent bijna 550 overheidsdeelnemingen die meestal volledig in handen zijn van het Rijk, provincies of gemeenten, of een combinatie daarvan. Bij elkaar zijn die zo’n 88 miljard euro waard, en bijna driekwart van de overheidsbedrijven zit volgens kabinetsadviseur Rli in het „fysieke domein”, zoals in stroom (Tennet, Liander), infrastructuur (Schiphol, Havenbedrijf Rotterdam), regionale afvalverwerkers of transport (NS, KLM). Juist die bedrijven kunnen op het gebied van de leefomgeving, waar het bijvoorbeeld gaat om verduurzaming, het verschil maken.

De financiële focus van de overheid blijkt al uit de [formele] aandeelhoudersinstructies aan het adres van het bedrijf, zegt Van Dijk, voormalig Tweede Kamerlid voor het CDA (2002-2010 ). Als voorbeeld noemt hij Schiphol (70 procent in handen van het Rijk, 20 procent van de gemeente Amsterdam). Naast financieel rendement ligt wat de overheid betreft de focus op de hubfunctie [knooppunt] van Schiphol ten behoeve van de Nederlandse economie. Opvallend is dat de publieke aandeelhouder gezondheid en veiligheid niet noemt, constateert de Rli.

Van Dijk: „Wanneer je als Schiphol meer oog moet hebben voor de leefomgeving, zou dit tot ander beleid leiden. Dat bij het streven naar een hubfunctie bijvoorbeeld een zwaarder accent wordt gelegd op internationale treinverbindingen zoals naar Frankfurt.” Dat zou veel korte vluchten schelen.

Ook in de stroomwereld was meer aandacht voor maatschappelijk rendement welkom geweest, aldus Van Dijk. „Investeringen in de infrastructuur hingen lange tijd af van de vraag of die wel intensief gebruikt zouden worden; anders zou het rendement dalen. Als op een andere manier naar deze belangen was gekeken, zou wellicht een deel van de huidige netcongestie [onvoldoende capaciteit op het stroomnet] voorkomen zijn.”

Tijdgeest

Dat die nadruk decennia lang op financieel rendement lag, heeft volgens Van Dijk vooral met de tijdgeest te maken. Na de RSV-enquête begin jaren tachtig – over vergeefse staatssteun aan de scheepsbouwer – wilden bewindslieden vooraf weten wat het rendement van publiek geld zou zijn. „Daarnaast ontstond in de jaren negentig de gedachte dat de markt efficiënter was als de overheid niet betrokken was. Sinds het begin van deze eeuw zien we dat het maatschappelijke sentiment meer aandacht vraagt voor andere belangen, zoals een goede leefomgeving.”

In de huidige tijdgeest zou het dan ook logisch zijn als de overheid vaker een belang neemt in een bedrijf. Maar dat ziet Van Dijk nog niet gebeuren. „Het lijkt er op dat het instrument van overheidsdeelneming helemaal onderaan het lijstje staat. Wij zeggen nu: je kunt ook met dat instrument meer doelen bereiken, neem het gewoon mee in je afwegingen.”

Als voorbeeld noemt de Rli-voorzitter staalproducent Tata Steel, waaraan de overheid overweegt 2 miljard euro subsidie te verlenen. In ruil daarvoor, is een van de afspraken in een conceptovereenkomst, verduurzaamt het bedrijf een deel van zijn productie. „2 miljard is een serieus bedrag. Waarom is ook niet overwogen een belang in het bedrijf te nemen? Dan kan je op termijn ook meeprofiteren van het rendement. Ik zeg niet dat je het moet doen, maar waarom heb je het niet overwogen?”

Hetzelfde zag Van Dijk gebeuren bij de investeringen van het Rijk in windenergie op zee. „Als overheid hebben wij 5 miljard geïnvesteerd in wind op zee, en dat geld gaat nu naar buitenlandse bedrijven. Bij een overheidsdeelneming was toekomstig rendement óók onze kant opgekomen. Die afweging is niet aan bod gekomen en misschien is dat wel een gemiste kans.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next