Home

Het is ook helemaal geen simpel karweitje om je veters te strikken

Alledaagse Wetenschap Het is een raadsel waarom je een strik gebruikt om schoenen dicht te houden.

De energieredacteur was uit varen geweest, uit varen met een soort kano. Loosdrecht? Dat zou best kunnen. Veel natuur en plompenbladeren, in ieder geval. Ze stuurde foto’s en je zag meteen: hier is geen woord gelogen. Je zag ook dat het landvast van de kano door het water sleepte, dat een gat in de boot was dichtgeplakt en dat het haar niet was gelukt een behoorlijke strik te leggen in de veters van haar sportschoenen. Het canvas werd bijeengehouden door onoverzichtelijke fantasieknopen.

Toch beheerst ze het strikken wel degelijk al had ze haar veterstrikdiploma tamelijk laat gehaald. „Maar het komt er vaak gewoon niet van.” Leeftijdsgenoten uit de generatie 1990-1995 konden dat wel beamen. De AW-redactie vond een VN-jurist die het strikken helemaal nooit in de vingers kreeg en een jonge arts die het pas op haar negentiende leerde toen ze een mitella moest aanleggen. Hechten kan ze nog steeds niet en van een organieke omgang met de schrijfpen kwam het ook nooit. „De foto waarop je ziet hoe ik mijn artsdiploma onderteken heb ik weggestopt.”

Veters strikken, soms komt het er „gewoon niet van”. Foto Laura Bergshoef

Nu is veters strikken ook niet echt een simpel karweitje. In lijsten van motorische vaardigheden die kinderen tussen hun vierde en zesde moeten leren beheersen staat het tamelijk ver achteraan. Fietsen en het smeren van boterhammen blijkt nog moeilijker. Je vindt de lijsten in hoog-wetenschappelijke literatuur over het clumsy child syndrome – er zijn geleerden die denken dat het nooit meer goed met je komt als je niet op tijd kunt strikken. Of knippen met een schaar. Of een diagonaal tekenen in een vierkant. Zij zelf konden dat al heel vroeg.

Waar Amerikanen op terugvallen

Hoe moeilijk je het strikken destijds vond wordt weer helemaal duidelijk als je besluit het eens met zijn tweeën te doen. De linkerhand van de ene proefpersoon pakt het uiteinde van de linker veter, de rechter hand van de ander het rechteruiteinde. Dan duurt het strikken niet 4 seconden maar 18 seconden. Maar de leercurve is steil, al na 12 keer samen strikken lukt het in 7 seconden. En de curve heeft een bijzondere wiskundige vorm omdat de proefpersonen voortdurend de neiging moeten onderdrukken te gaan strikken zoals ze dat altijd in hun eentje deden. Het was Texaans onderzoek dat deze verrassing naar boven haalde, daarom weten we niet zeker wat voor type strik hier werd gemaakt. Amerikanen vallen gemakshalve nogal eens terug op de bunny ears die wij hier in Europa kinderachtig vinden. Zie Wikipedia.

Waarom je überhaupt een strik gebruikt om schoenen dicht te houden is een raadsel. Er zijn wel tien knopen denkbaar die er meer voor in aanmerking komen, knopen die niet zulke rare lussen opleveren als de strik. Bedenk hoe makkelijk de lussen worden losgetrokken in struikgewas dat door bramen wordt gedomineerd.

Er viel weinig concreets over te vinden maar je zou durven zweren dat de huidige functionele strik een verkeerd begrepen relict is uit de tijd dat de strik een sierstrik was. Schoenstrikken als sierstrikken worden al beschreven in 1687 (in Het Menschen-Eyland). Het kan geen toeval zijn dat de strikken die tot ver in de jaren vijftig op hoogtijdagen werden aangebracht in het haar van jonge meisjes net zo werden samengesteld als die van de schoen (zoals de AW-redactie is duidelijk gemaakt).

Ook buiten het doornig struikgewas wil de schoenstrik nogal eens losgaan, dat is algemeen bekend. Het euvel kreeg in 2016 een technisch-wetenschappelijke verklaring in de Proceedings of the Royal Society A. Er was onderzoek gedaan naar spontane ontstrikking bij sportschoenen van hardlopers. Het bleek dat de strik zich geleidelijk loswerkte onder invloed van de stoot waarmee de hak van de hardloper elke keer de grond raakte in combinatie met het slingeren van de veteruiteinden. In een experimentele setting waren beide effecten, het stoten en het slingeren, van elkaar gescheiden. Het maakte een overtuigende indruk.

Het viel de buitenstaander op dat in het experiment heel andere veters – black (unwaxed) dress laces – werden gebruikt dan in de sportschoenen waarin die hardlopers bezig waren. En dat geen enkele poging werd gedaan om aan te geven hoe stroef de veters waren geweest, dus wat hun wrijvingscoëfficiënt was. Terwijl, zoals in 2020 nog in een Science-artikel werd bevestigd, knopen en steken hangen en houden op hun wrijving. Strikken die worden geconstrueerd uit dikke veters die heel stroef zijn gaan zelden of nooit spontaan los. Van dunne kunststof veters is nauwelijks een bruikbare strik op te bouwen.

Just for fun is van AW-wege een testje bedacht voor het ‘meten’ van de stroefheid. Van een veterpaar span je één veter heel strak horizontaal. Dan sla je de andere veter daar overeen nadat je aan elk van zijn uiteinden een gewichtje van 100 gram hebt vastgemaakt. Daarna laat je de dragende veter (die eerst horizontaal was) langzaam hellen tot de andere veter gaat schuiven. De verschillen zijn enorm.

Het interessantst dat het artikel uit de Proceedings A duidelijk maakte was misschien wel dat de gangbare strik op twee manieren is uit te voeren. Het is niet in woorden samen te vatten, maar het stuk (dat open access is) laat het zien. De ene strik heeft de platte knoop als basis, de ander de oudewijvenknoop. Dat zie je als je de strik ontmantelt door de lussen los te trekken. De strik op basis van de platte knop blijft véél beter zitten dan die ander. Pijnlijk om daar na een leven lang strikken achter te komen. Hoe zijn die twee soorten strik over Nederland verspreid, dat zou je weleens willen weten.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Source: NRC

Previous

Next