Donderdagmiddag werd bekendgemaakt dat de Hongaarse schrijver László Krasznahorkai (1954) de Nobelprijs voor de Literatuur ontvangt. In zijn bijzondere, naar binnen gekeerde stijl geschreven oeuvre schetst hij werelden waar angst welig tiert.
De meeste romans van de Hongaarse schrijver László Krasznahorkai (1954) spelen zich af in een troosteloze provinciestad die waarschijnlijk (maar ook niet meer dan dat) in het zuidoosten van Hongarije kan worden gesitueerd. Het zijn kleine werelden waar de angst welig tiert. Angst voor de vreemdeling, angst voor het naderend onheil. Het wachten is op de sterke man, de verlosser, of op z’n minst op iemand die zich als zodanig voordoet.
Voor dit bijzondere, in hallucinerende stijl geschreven oeuvre heeft Krasznahorkai, zo werd vanmiddag bekendgemaakt, de Nobelprijs voor Literatuur gekregen. In het Nederlands verschenen tot nu toe zijn grote romans Satanstango, De melancholie van het verzet, Baron Wenckheim keert terug, Oorlog en oorlog en meest recent Herscht 07769, stuk voor stuk virtuoos vertaald door Mari Alföldy.
Geboren in het plaatsje Gyula, dicht bij de Roemeense grens, studeerde Krasznahorkai rechten aan de universiteit van Szeged en daarna Hongaarse taal en literatuur in Boedapest. Hij studeerde af met een scriptie over de ballingschap van zijn minstens zo beroemde landgenoot Sándor Márai. In 1985 verscheen zijn eerste grote roman, Satanstango, die zijn landgenoot Béla Tarr inspireerde tot een zeven uur durende zwart-witfilm.
In de jaren negentig begon Krasznahorkai te reizen, meestal oostwaarts, richting China en Mongolië. Het reizen inspireerde hem tot verhalen en essays over oosterse filosofie. Met de in 2016 verschenen roman Baron Wenckheim keert terug pakte hij de draad van zijn eerdere thematiek weer op.
Krasznahorkai is het soort schrijver dat van zijn lezers wel enig doorzettingsvermogen verwacht. Zijn zinnen zijn complex, bevatten allerlei interrupties en naar een verlossend punt is het lang, soms heel lang zoeken. Of zoals hij in een interview met Györgyi Dandoy liet weten: ‘Korte zinnen heb ik altijd als buitengewoon manipulatief ervaren, of als een slechte gewoonte, mensen praten niet in korte zinnen.’
Met dit weinig tot geen lucht toelatende taalgebruik wil Krasznahorkai laten zien dat zijn personages een weliswaar druk innerlijk leven hebben, maar dat ze ook gevangen zitten in hun eigen denkbeelden. Zo trekt meneer Eszter, de gepensioneerde muziekschooldirecteur in De melancholie van het verzet, zich steeds verder terug in zijn kleine wereld om maar te ontkomen aan de chantage door zijn echtgenote, die: ‘rasechte soldate (...) die slechts één ritme kende, dat van de mars, en slechts één melodie, die van het alarm.’ Zij, mevrouw Eszter, heeft een politieke partij opgericht om de ‘algehele verloedering’ tegen te gaan, de straten schoon te vegen en de vreemdelingen weg te jagen. Het is maar een kleine stap naar het populisme van de sinds 2010 regerende Hongaarse premier Orbán.
Ook in Satanstango heerst de angst. De angst voor de terugkeer van twee dood gewaande dorpsgenoten, voor de machthebbers in de hoofdstad, voor het waarom van een door geheimen omgeven zelfmoord door een gehandicapt meisje. Maar om welke angst het ook gaat, de dreiging komt altijd van buiten, of zoals een kapitein van de Afdeling Zedendelicten het formuleert: ‘Maar als u de krant zou lezen, zou u weten dat het hierbuiten crisis is. En wij willen niet toestaan dat de crisis hier naar binnen sijpelt en onze verworvenheden afbreekt. (…) We staan de luxe niet toe dat figuren zoals u in vrijheid rondscharrelen, want voor dit soort gescharrel is er geen plaats meer.’
In vergelijking met het vroegere werk is Baron Wenckheim keert terug humoristischer, al was het maar omdat de inhoudsopgave plaats heeft gemaakt voor een ‘Dansschema’. Maar in de onvergetelijke slotscène zet een helse brand de stad alsnog in vuur en vlam en de enige overlevende is een idioot die boven op de watertoren een liedje zit te zingen.
Zijn meest recente roman Herscht 07769 speelt zich niet in Hongarije af, maar in het oosten van Duitsland. De uit een psychiatrische inrichting afkomstige bodybuilder Florian Herscht is bezeten van de naderende Apocalyps. Meermaals probeert hij de Duitse bondskanselier Angela Merkel te waarschuwen, maar zijn brieven blijven onbeantwoord. Gelukkig voor de teleurgestelde Florian verschijnen er wolven aan de rand van de stad. Vanaf dat moment verspreidt de angst zich als een olievlek. Niet alleen voor de wolven, maar ook voor de geheimzinnige explosies die, de van haat vervulde bewoners weten het zeker, het werk zijn van vreemdelingen. Aan de zwakzinnige Florian de taak om orde op zaken te stellen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant