nieuwsbriefNRC Voorkennis
NRC Voorkennis Moeten we ons zorgen maken over de toenemende rol van ‘schaduwbanken’ in de economie? Als het aan onze financiële toezichthouders ligt in ieder geval wel.
Skyline van de financiële sector van Frankfurt.
Al sinds ik zes jaar geleden begon te schrijven over banken, klinkt de waarschuwing: de volgende crisis zal geen crisis zijn van traditionele banken, zoals de kredietcrisis van 2007-2008, maar een crisis van ‘schaduwbanken’. Dat klinkt onheilspellend – alsof er in steegjes allemaal spaargeld en leningen van eigenaar wisselen. Maar achter de investeringsfondsen die ‘schaduwbank’ zijn, zit gewoon het geld van pensioenfondsen, verzekeraars en vermogensbeheerders die goed aan leningen verstrekken kunnen verdienen.
Twee keer per week schrijven wij over economische ontwikkelingen die op de redactievloer tot opwinding leiden. Inschrijven (voor Plus-abonnees) doe je hier:
Inschrijven voor NRC Voorkennis
Waar zit het verschil dan in met een ‘gewone’ bank? Dat zit er vooral in dat deze financiële instellingen bij hun kredietverstrekking aan veel minder kapitaal- en liquiditeitseisen moeten voldoen dan banken. Waar banken ‘om het spaargeld te beschermen’ in het volle zoeklicht van de toezichthouders moeten acteren, staat wat deze niet-bancaire financiële instellingen (nbfi’s) allemaal aan geld aantrekken en weer uitlenen veel minder op de radar van de financiële waakhonden.
Waar zit precies het gevaar? Door het schaduwbanken te noemen, lijken deze partijen een hele aparte wereld. Maar het geld waarmee zij beleggen, komt zoals gezegd van onze pensioenfondsen, verzekeraars en andere partijen die geld van particulieren en bedrijven investeren. En ook banken spelen een hele belangrijke rol in de financiering van nbfi’s. In de eurozone zijn de blootstellingen van banken aan niet-banken aanzienlijk: gemiddeld bedragen ze ongeveer een tiende van de totale activa van de grootste Europese banken. En dus heeft wat de nbfi’s doen, effect op de financiële sector als geheel.
Toezichthouders zouden geen goede toezichthouders zijn als ze zich daar geen zorgen over maken. Vorige week, tijdens het afscheidssymposium van Klaas Knot bij De Nederlandsche Bank, was de groeiende rol van ‘non-banks’ in kredietverstrekking het hoofdonderwerp van een speech van Christine Lagarde, president van de Europese Centrale Bank.Ze constateerde dat het aandeel van niet-banken sinds 2008 is gegroeid van 250 procent van het bbp van de eurozone tot 350 procent nu. Ze ziet ook dat er banken klagen over de ‘oneerlijke’ concurrentie: omdat zij aan veel strengere regels moeten voldoen, moeten ze vaak leningen met hogere opbrengsten (en hogere risico’s…) aan de nbfi’s laten.
Het Internationaal Monetair Fonds waarschuwde dinsdag voor de grote rol van nbfi’s op de wereldwijde valutamarkt. Volgens de VN-organisatie speculeren de nbfi’s daar op wisselkoersschommelingen met riskante, door schulden gefinancierde transacties. “Ze hebben geen toegang tot de centrale banken wanneer ze een tekort hebben aan liquiditeit”, schreef collega Mark Beunderman daar over. “Speculaties van beleggingsfondsen die verkeerd uitpakken kunnen leiden tot grote verliezen, die het ook het bredere vertrouwen in de financiële systeem een knauw kunnen geven.”
De Britse toezichthouder, de Bank of England, trok vorig jaar ook aan de bel. Een jaar geleden presenteerde die de resultaten van een stresstest van het financiële systeem, waarin óók de nbfi’s waren meegenomen. De conclusie: als door een plotselinge toename van de geopolitieke spanningen de rentes op staats- en bedrijfsleningen oplopen, kan dat tot grote verliezen leiden voor non-banks.
Dat leidt er dan waarschijnlijk toe dat schaduwbanken massaal die leningen en beleggingen van de hand willen doen, op zoek naar cash om aan hun verplichtingen te kunnen voldoen. Precies zo’n verkoopgolf kan een financiële crisis verergeren. De BoE besloot daarop om nbfi’s toegang te geven tot het soort noodfinanciering dat tot dan toe alleen voor banken beschikbaar was.
De ECB wil nu ook de stresstest voor banken uitbreiden voor non-banks, maar de centrale bank roept vooral de beleidsmakers (lees: Brussel) op om met maatregelen te komen. “Het is essentieel dat beleidsmakers de regelgeving en het toezicht aanpassen aan deze uitdagende omgeving”, zei Lagarde bij Knots afscheid. Maar niet door de normen voor banken te verlagen, voegde ze daar meteen aan toe, “maar door ze te verhogen voor niet-banken die betrokken zijn bij bankachtige activiteiten”.
Moeten ook non-banken onderworpen worpen aan strengere regels, want anders wordt de kans op een crisis te groot? Of is het wellicht ook goed als ergens in de financiële sector er meer risico mag worden genomen? Mail mij op eva.smal@nrc.nl.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC