Home

Kaapverdië moet WK-droom nog even uitstellen, maar in Rotterdam overheerst de trots

Voor het eerst in de geschiedenis kan Kaapverdië zich plaatsen voor het WK voetbal, volgend jaar in de VS, Canada en Mexico. In Café Patricia in Rotterdam schreeuwen Kaapverdische Nederlanders hun ploeg naar voren. ‘Voor iedereen in Cabo is het WK een droom. Maar ik ben nu al trots.’

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Verslag vanuit Rotterdam.

Wanneer een aanvaller van Kaapverdië de bal in de absolute slotfase achter de doelman van Libië schuift, ontploft het Rotterdamse Café Patricia van vreugde. De ongeveer twintig gasten, van wie een deel gehuld in de Kaapverdische kleuren, schreeuwen het uit, vallen elkaar in de armen en kussen het logo op hun borst. Heel even weten zij hoe het voelt als hun land naar het WK gaat.

Heel even, want de goal die Kaapverdië voor de eerste keer in de geschiedenis naar het WK zou brengen, wordt onterecht afgekeurd wegens buitenspel. De toeschouwers in het café slaan op tafel en schreeuwen naar de televisie in een mix van creools, Portugees, Nederlands en zelfs Engels. Erg lang duurt hun teleurstelling niet, want Cabo (naar Cabo Verde, de officiële naam van het land) heeft plaatsing nog altijd in eigen hand. Daarvoor moet het maandag in eigen huis winnen van het nietige Eswatini.

Dat Kaapverdië zo dicht bij het WK is dat komende zomer plaatsvindt in de VS, Canada en Mexico, mag een klein wonder heten. Er wonen slechts 600 duizend mensen in de tien eilanden tellende archipel voor de Afrikaanse westkust. Kaapverdië zou na IJsland in 2018 qua inwonersaantal het kleinste land ooit worden op een WK.

Jerzy Rocha Livramento (31) en Emerson Akachar (33), beter bekend als Jerr en Emms van de vijfkoppige muziekgroep Broederliefde, zijn zich ervan bewust dat het land waar hun ouders werden geboren, geschiedenis kan schrijven. ‘Van jongs af aan hebben we moeten horen dat mensen vragen of Kaapverdië iets is dat je kunt eten’, zegt Emms voorafgaand aan de wedstrijd via een videoverbinding. ‘Nu voelen we ons echt gezien, dat hebben we zelf afgedwongen. Ongeacht wat er gebeurt op het WK, als we ons plaatsen neemt niemand dat van ons af.’

Blauwe haaien

Aan de Kaapverdische ploeg zit een sterk Rotterdams tintje. Zes spelers uit de selectie zijn geboren in de havenstad, waar het gros van de ongeveer 20 duizend Kaapverdische Nederlanders woont. Vanwege hun Kaapverdische roots mogen deze spelers uitkomen voor de ‘Blauwe Haaien’, zoals de bijnaam van het elftal luidt.

De 56-jarige Maria Brito Goth heeft ‘iedereen gebeld en geappt’ om deze woensdagmiddag om 15.00 uur naar de wedstrijd te komen kijken in Café Patricia. Al bijna dertig jaar is de kleine vrouw met de grote glimlach eigenaar van deze bruine kroeg met Kaapverdische invloeden aan de Nieuwe Binnenweg. Ze kent vrijwel alle gasten en begroet hen bij binnenkomst met een high five of een omhelzing.

De 52-jarige Isaurinda Pinto is vandaag samen met een vriendin gekomen om de wedstrijd te kijken. Met een sjaal in de Kaapverdische kleuren (blauw met witte en rode accenten) om de schouders rookt ze vlak voor de aftrap nog een sigaretje tegen de zenuwen.

Pasteitjes van Maria

‘Ik leef meer hier dan daar, maar Kaapverdië betekent alles voor mij’, zegt ze. In 1989 kwam ze naar Nederland en sindsdien woont ze in Rotterdam, maar de band met Kaapverdië is nooit minder geworden. Ze hoopt vurig dat het land volgend jaar debuteert op het wereldtoneel. ‘Voor iedereen in Cabo is het WK een droom. Maar ik ben nu al trots. Kijk hoe ver ze het al hebben geschopt.’

Aan de muur van het Rotterdamse café hangen foto’s van de tien eilanden van de archipel, een sjaal in de nationale kleuren en natuurlijk de menukaart met Kaapverdische lekkernijen. De absolute hardlopers zijn de pasteitjes met vis of garnalen die Maria zelf maakt, het liefst geserveerd met een glaasje grogue, een Kaapverdische sterkedrank gemaakt van suikerriet.

Ook Jerr van Broederliefde is trots op Kaapverdië, en in het bijzonder op zijn broertje Dailon Livramento, die vorige maand nog de winnende goal maakte in de cruciale wedstrijd tegen Kameroen. ‘Ik kan niet meer van de zenuwen, dus ik ben net nog even naar de gym geweest’, zegt hij. ‘Maar dat heb ik eigenlijk altijd als mijn broertje moet spelen.’

Migrantenkinderen

Net als de mensen in Café Patricia voelt ook Jerr zich sterk verbonden met de eilandstaat. ‘Ik ben in Nederland geboren, heb hier op school gezeten en heb hier gevoetbald’, zegt hij via de video. ‘Maar we zijn allemaal migrantenkinderen. Daarom voelen we ook een bepaalde verantwoordelijkheid om het goed te doen, om onze ouders het gevoel te geven dat het het waard was, wat ze hebben opgeofferd. Dit zijn de momenten waarop we daarbij stilstaan.’

Aan vertrouwen bij Emms in ieder geval geen gebrek. Wanneer Jerr zijn twijfels uitspreekt over een goede afloop, valt zijn vriend hem in de rede. ‘Boefie, deze is niet nodig. Wij gaan 100 procent. Als wij niet gaan, eet ik deze croc’, zegt hij, wijzend naar zijn rubberen schoen.

Of Emms spijt krijgt van die uitspraak, zal maandag moeten blijken. In het Rotterdamse café druipen de meeste mensen na het laatste fluitsignaal af. Toch blijven ze positief. Ook Pinto, die na de afgekeurde goal ongeveer een minuut lang haar hand vol ongeloof voor haar mond hield. ‘Het maakt niet uit wat er maandag gebeurt’, zegt ze. ‘Ik blijf trots op die jongens.’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next