Home

Misschien is het geen toeval dat Nobelprijswinnaars geregeld onbereikbaar zijn

Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

Op 12 oktober 2007 zo rond de middag stapt Doris Lessing voor haar huis uit een taxi. Ze heeft zojuist boodschappen gedaan, ondanks een armblessure is haar metgezel belast met het dragen van een streng uien en een losse artisjok. Op de stoep voor haar huis: fotografen en cameraploegen.

‘Are you photographing something?’
‘We are photographing you. Have you heard the news?’
‘No.’
‘You’ve won the Nobel Prize in Literature.’
‘O, Christ.’ En, terwijl de taxi wegrijdt: ‘I’m sure you would like some uplifting remarks of some kind.’

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het beste nieuws van deze week was dat van Fred Ramsdell, een van de winnaars van de Nobelprijs voor Geneeskunde. Het duurde bijna een etmaal voor Ramsdell hier zelf van op de hoogte werd gesteld; hij was bezig met een bergwandeltocht. Toen zijn vrouw haar telefoon aanzette en een gil slaakte, vreesde hij dat zij een grizzlybeer had gezien.

Een van de wetenschappers met wie Ramsdell de prijs dit jaar deelt, Mary Brunkow, had het telefoontje uit Zweden wel zien binnenkomen, maar ging ervan uit dat het ‘spam’ was en schakelde haar telefoon uit.

(Zelf werd ik ooit gebeld tijdens een mondeling tentamen ‘kunstenaarsromans’. Het was een Frans nummer. Spam, dacht ik, want soms ben ik even scherp als een Nobelprijswinnaar, en drukte het weg. Maar het nummer bleef me lastigvallen. Na drie keer nam ik op. Het was Henk Spaan, de Alfred Nobel van Hard Gras, die me vanuit zijn Franse buitenhuis meedeelde dat ik was genomineerd voor, nou ja, iets wat ik destijds ervoer als de Nobelprijs voor Sportjournalistiek.)

Nobelprijswinnaars zijn notoir moeilijk bereikbare types. Ze trekken de stekker uit hun telefoontoestel (ze hébben kennelijk nog een telefoon met stekker), zodat partners of buren hen moeten komen verwittigen. Bob Dylan reageerde in het geheel niet; hij negeerde zijn winst zoals anderen een pukkel op hun neus negeren. Misschien gaat het dan vanzelf weer weg.

In de woensdagkrant vertelde Tonie Mudde het verhaal van Gerard ’t Hooft, die jaren geleden in Italië een lezing gaf op het moment dat bekend werd dat hem de prijs was toegekend. Het nieuws baande zich een weg door zijn gehoor, rij na rij, fluisterdefluister. Tegen de tijd dat ’t Hoofts speech erop zat, kreeg hij een daverend applaus.

Een geïmproviseerde surpriseparty midden in Bologna, waarop je lekker veel aan het woord bent, waarvoor je geen zaaltje hoeft af te huren en waarbij de kans op schunnige liedjes of ongewenste cadeaus praktisch nul is – kan het feestelijker?

Ik denk nog geregeld aan Doris Lessings artisjok, en vanaf deze week zal ik ook af en toe even een gedachte wijden aan de fantoomgrizzly van mevrouw Ramsdell. Misschien is het geen toeval dat mensen die uitblinken in wat ze doen geregeld off the grid zijn, op een berg, of op een markt. Het is heilzaam af en toe even een paraplu op te steken tegen de permanente stortbui van contact met anderen, de regen van z.s.m. en asap. Misschien kun je beter bepalen waar je heen moet als af en toe niemand weet waar je bent.

Het schijnt dat Donald Trump zich momenteel warmloopt voor de Nobelprijs voor de Vrede. Mogelijk kan iemand hem uitleggen dat hij zijn kansen danig vergroot als hij rustig gaat zitten wachten, alleen, op een berg zonder bereik.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next