Joyce Roodnat De Grand Tour hoorde bij de opvoeding van adellijke jongelui en was bedoeld om cultuur en levenservaring op te doen. Maar de tentoonstelling erover in het Mauritshuis is wel erg weinig creatief, vindt Joyce Roodnat.
De 18de-eeuwse Grand Tour – daar heeft het Mauritshuis in Den Haag een mooi thema te pakken voor een expositie. Het residu van die in aanvang Engelse coming-of-age-traditie zag ik in de landhuizen die ik ooit een zomer lang bezocht als fanatiek lid van de National Trust. De Grand Tour hoorde bij de opvoeding van adellijke jongelui en was bedoeld om cultuur en levenservaring op te doen. En als ze de mazzel hadden zwak gechaperonneerd te zijn, beleefden ze avonturen die thuis verboden waren – zie voor een glimp daarvan de verrukkelijke film A Room with a View (met Maggie Smith op haar best als verongelijkte chaperonne). Of lees Daisy Miller van Henry James over een Amerikaanse socialite die haar Italiaanse aanbidder bij nacht ontmoet onder de muren van het Colosseum. In deze 19de-eeuwse novelle is de Grand Tour geëvolueerd tot massatoerisme op stand, maar hij geeft een indruk van de enorme schaal van zulke reizen: de route begon met sightseeing in Parijs. Dan volgden Avignon, Marseille, Genua en Venetië. Daarna Pisa, Florence en Rome. En voor wie dan nog niet geveld was door het Stendhal-syndroom, ging het nog naar Napels. Decennialang reisde men met paard en koets, vanaf 1860 per trein, en altijd met bedienden en hutkoffers vol kleding en huisraad.
In de Engelse landhuizen sluimeren de herinneringen van de Grand Tourists in collecties souvenirs, van prullaria tot fantastische artistieke vondsten. Ik herinner me sieraden. Sculpturen. Prenten. Liefderijk verzamelde schelpen en koralen en veertjes. Hoogtepunt trof ik in Devon, in ‘A la ronde’, een zestienhoekig kabouterhuis dat Mary en haar nicht Jane Parminter na hun reis (1784-’88) lieten bouwen om hun verzamelingen uit te stallen.
Het Mauritshuis mikt op de kunst die er werd vergaard. Het toont schilderijen, vooral portretten van de reizigers. Die zijn aardig en vaardig, maar zelden bijzonder. Het ging duidelijk om de toeristische ervaring: ik was echt in Rome, kijk maar. Uit Venetië zijn er de bekende vedute van Canaletto, verfijnd geschilderde stadsgezichten met zwierige gondels, een soort kostbare ansichtkaarten. Aandacht trekt een curieus schilderijtje van de Vesuvius, met figuurtjes die zich nieuwsgierig naar de toestromende gloeiende lava spoeden.
En dan is het klaar. „Is dit echt alles?”, vraag ik na één zaal plus twee alcoven. „Ja mevrouw, dit is het.” „Oh. Hm.”
Ja, dat was het dan. Een uitstalling van brave kunst, zonder een spoor van de koortsdroom die de Grand Tour voor de reizigers betekend moet hebben. Ging de Haagse elite eigenlijk op Grand Tour? Wat is daarvan over? Het Mauritshuis maakt me niet wijzer.
Hoe dat kan? Doordat dit geen creatief opgezette expositie is, maar een grote-stappen-gauw-thuisopstelling van de Grand-Tour-kunst uit drie Engelse landhuizen, „bij uitzondering” uitgeleend, pocht de website, door „de imposante Britse landhuizen Burghley House, Holkham Hall en Woburn Abbey”. Daar wil ik niets aan afdoen. Maar er iets bij doen, dat deed het Mauritshuis dan weer niet. En dat is eeuwig zonde.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC