Home

Nooit was iemand minder geschikt voor het coalitielandschap dan Marjolein Faber

Tommy Wieringa is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

Om u de tijd en de moeite te besparen, las ik Mij krijgen ze niet klein van Marjolein Faber. Oud-asielminister Faber (‘Het waren elf fantastische maanden’), de slagersdochter die het opnam tegen de bestuurderselite, zoals ze zelf zegt.

Haar politieke memoires zijn zowel een debuut als een zwanenzang, al zijn dat misschien wat grote woorden voor het gebodene. Het is meer een afrekening in het politieke milieu. Alles en iedereen spande tegen haar samen om het strengste asielbeleid ooit te saboteren, de Grondwet en internationale verdragen voorop, dan de NSC, gevolgd door de linkse oppositie, balsturige ambtenaren en de laaghartige pers. Elke dag hees ze zich in het harnas voordat ze naar ‘de Haagse kaasstolp’ toog, om daar vanuit haar loopgraaf politiek te bedrijven. (Harnas en loopgraaf stammen beide uit Fabers oorlogszuchtige vocabulaire.)

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ze liet zich door alle tegenwerking niet uit het veld slaan, want ze is, ik citeer: a) niet iemand die confrontaties uit de weg gaat, b) recht voor zijn raap, c) goed bestand tegen druk, d) niet van suiker, e) iemand die van duidelijkheid houdt en f) iemand op wie het werkwoord doordieselen goed van toepassing is. ‘Een Van de Klashorst (haar meisjesnaam, red.) loopt niet weg als het moeilijk wordt.’

Alles even afgemeten en gesteld in het oubollige Nederlands van Ot en Sien. Als er iets misgaat krijgt ze ‘de broek tussen de ketting’, veel zinnen beginnen met ‘Ik zeg altijd…’

‘Ik zeg altijd: een allemansvriend is geen vriend.’

Wat ze ook altijd zegt, is ‘kanselparel’ als ze mensen van kleur bedoelt en ‘asieltsunami’ en ‘heel Nederland één groot azc’ als het over instroomcijfers gaat. Haar departement noemt ze het ‘ministerie van Geluk’, omdat het verantwoordelijk is voor zeventigduizend asielzoekers. Snerend in de stijl van Geert Wilders zijn ook asielslurpers, Verweggistan, deugmeute en subsidietrog.

Zelf vindt ze dat niet grievend of smakeloos, maar duidelijk. Boter bij de vis en aan mijn lijf geen polonaise. Onze-Lieve-Heer heeft veel botte rechtlijnigheid in Marjolein gestopt, maar geen snipper verbeelding of wellevendheid.

Met insinuaties over het World Economic Forum, de vijfde colonne en de omvolkingstheorie is het radicaal-rechtse repertoire compleet. Wanneer ze ook nog Tom Zwitser citeert, uitgever van extreemrechtse publicaties en een notoir complotdenker voor wie zelfs de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid waarschuwt, dan is duidelijk hoe diep Marjolein Faber het konijnenhol in is getuimeld.

Nooit was iemand minder geschikt voor het coalitielandschap dan zij: compromis is verraad, samenwerking collaboratie, uitruil chantage. Ze wil slechts haar rigide wil laten gelden, met plannen die indruisen tegen de wet of, zoals in de Lintjesaffaire, tegen de goede smaak.

Paginalang lepelt ze alle mislukkingen en affaires rond het strengste asielbeleid ooit nog eens op. Die samenvatting maakt de werkelijke omvang van haar ongeschiktheid voor het ministerschap nog eens duidelijk. Ze is wellicht een capabele uitvoerder, geschikt als opzichter bij kleine bouwprojecten, maar als bestuurder een pijnlijke vergissing. Haar politieke bemoeienis had op z’n best een marginaal, lokaal verschijnsel kunnen blijven, maar werd het brandpunt van nationale ophef en het gezicht van een falend kabinet.

Voordat we dit testimonium paupertatis met schele hoofdpijn dichtslaan, lezen we nog dat ze het desondanks opnieuw zou doen. Voor Nederland. Laten we bidden dat het zover niet komt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next