Home

Met hun ijzersterke imago geven de Nobelprijzen wetenschappelijk onderzoek een gezicht

is chef van de wetenschapsredactie van de Volkskrant.

Het Zweedse prijzencircus is een jaarlijkse herinnering dat wetenschappelijke vooruitgang een prestatie is van mensen die er keihard voor werken.

Zelfs voor kenners is het vaak een totale verrassing wie de Nobelprijs krijgt, zoals blijkt uit het verhaal van Fred Ramsdell. De Amerikaanse immunoloog wandelde argeloos met zijn vrouw door de wildernis van Wyoming, op digitale detox, toen maandag bekend werd gemaakt dat hij de Nobelprijs voor de geneeskunde had gewonnen. Pas een dag later kon er contact tot stand worden gebracht.

Als Ramsdell had geweten dat hij tot één van de kanshebbers behoorde, zou hij zijn mobieltje ongetwijfeld eerder hebben aangezet.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Het illustreert één van de kritiekpunten op de Nobelprijzen: al die vakgebieden, al die onderzoekers, en dan wordt er ineens een handjevol wetenschappers als helden op het schild gehesen. De rest heeft het nakijken, terwijl iedereen weet dat wetenschappelijke vooruitgang een teamprestatie is waarbij honderden of zelfs duizenden onderzoekers doorgaans kleine stapjes zetten, en daarbij allemaal voortborduren op elkaars werk.

Opvallend veel grijze haren en kale hoofden ook weer bij de Nobelprijzen dit jaar. De winnaars zijn tot nu toe gemiddeld ruim boven de 70 jaar, de oudste is een 88-jarige chemicus. Geef de prijs – ongeveer 1 miljoen euro per categorie – liever aan een jongere wetenschapper die nog decennia onderzoekswerk voor zich heeft, klinkt het dan al snel.

Ondanks die tekortkomingen pleit er toch ook veel vóór het jaarlijkse Zweedse prijzencircus in zijn huidige vorm. Dat het Nobelcomité niet meesurft op hypes, maar rustig terugkijkt naar het uitlekgewicht van wetenschappelijke doorbraken is juist ook zijn kracht. Relatief oudere laureaten zijn dan haast onvermijdelijk.

De Nobelprijzen bestaan al sinds 1901 en hebben nog steeds een ijzersterk imago. Ondanks de introductie van allerlei wetenschapsprijzen waar minimaal net zo veel geld te verdienen valt, zal de gemiddelde aardbewoner glazig kijken wanneer hij hoort dat er in zijn stad iemand een lezing komt geven die winnaar is van een Stevinpremie, Kavli Award of Breakthrough Prize. De Nobelprijs kent iedereen, ook wie wetenschap niet bovenaan de interesselijst heeft staan, en dat maakt extra nieuwsgierig naar de onderzoeker en zijn of haar verhaal.

Dat is de grootste verdienste van de Nobelprijzen: ze geven wetenschappelijke doorbraken een gezicht voor het grote publiek. Ze zijn een jaarlijkse herinnering dat wetenschappelijke en technologische vooruitgang niet iets is ‘wat nu eenmaal gebeurt’, maar dat er mensen van vlees en bloed achter zitten. Met hard werken en vallen en opstaan proberen ze de menselijke vooruitgang een zetje te geven.

Neem één van de winnaars van de scheikundeprijs dit jaar, Omar Yaghi, in 1965 geboren in Amman, Jordanië, als zesde van tien kinderen. Vers water arriveerde in zijn jeugd maar eens in de twee weken in zijn stad. ‘Ik was me daardoor al jong bewust van de enorme kostbaarheid van elke druppel’, zei hij eerder dit jaar in een interview in de Volkskrant. Hij besloot zich te storten op het ontwikkelen van materialen die water uit droge woestijnlucht kunnen oogsten.

Een schitterende uitvinding, een schitterend verhaal. Nobelprijswaardig.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next