In de aanloop naar de verkiezingen onderzoekt de Volkskrant uitspraken van politici: wat zeggen ze, waarom zeggen ze dat en wat hopen ze te bereiken? Vandaag: Joost Eerdmans en de ambtenaren.
is chef van de politieke redactie.
JA21 voert campagne met de wens om flink te snijden in de overheid en zo een forse belastingverlaging mogelijk maken. Dat kan makkelijk, zei partijleider Joost Eerdmans dinsdag bij Vandaag Inside: ‘We zitten nu met 50 procent meer vet op de organisatie van de overheid, in de afgelopen periode van Rutte.’
Of dat juist is, ligt er om te beginnen aan om welk deel van de periode-Rutte (2010-2024) het gaat. In de eerste jaren van Ruttes premierschap, toen zijn kabinetten een harde bezuinigingsdoelstelling hadden, daalde het aantal ambtenaren namelijk gestaag, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
De kentering zette in rond 2016, toen de overheidsfinanciën sterk verbeterden en er weer geld kwam voor nieuw beleid. Het derde en vierde kabinet-Rutte kozen voor groei: tussen 2015 en 2023 is het openbaar bestuur (het Rijk, lagere overheden en de uitvoeringsorganen samen) met bijna 90 duizend voltijdbanen gegroeid. Dat is een toename van 31 procent, rekent het ministerie van Binnenlandse Zaken voor. De Nederlandse bevolking groeide in die jaren met 6 procent.
Bovendien was er in dezelfde periode een forse groei van de inhuur van het aantal ‘externen’. Die kostenpost ging van 1,1 miljard euro in 2014 naar 3,2 miljard in 2023, rapporteerde Binnenlandse Zaken eerder dit jaar.
Opvallend: de gemeenten maakten in die periode een groei door van 36 duizend voltijdbanen. Zij kregen dan ook veel meer werk te verstouwen. De kabinetten-Rutte droegen immers veel taken over aan de gemeenten, zoals de organisatie van de jeugdzorg en de zorg voor langdurig zieken en ouderen. Daar staat echter geen krimp van de Rijksoverheid tegenover. Integendeel: die groeide in dezelfde periode gewoon door, met 39 duizend voltijdbanen.
‘Wij willen het aantal ambtenaren structureel terugbrengen’, stelt JA21 dan ook in het verkiezingsprogramma. Daar komt wel een belangrijk voorbehoud bij: bezuinigen op de overheid is ingewikkeld, leert de ervaring. Het kabinet-Schoof, bijvoorbeeld, sprak af dat de ministeries het aantal ambtenaren met 22 procent moesten verlagen. Het resultaat tot nu toe: in de eerste helft van 2025 kwamen er bijna vierduizend rijksambtenaren bij, meldde demissionair minister Rijkaart van Binnenlandse Zaken deze week.
De verklaring daarvoor ligt grotendeels op het Binnenhof: een overheid die zichzelf kleiner wil maken, zal ook taken moeten schrappen. Dat lukt af en toe – het kabinet-Rutte I zette bijvoorbeeld een streep door de zelfstandige departementen voor Ruimtelijke Ordening en Landbouw – maar als zich vervolgens problemen aandienen in die sectoren, eist de Tweede Kamer doorgaans onmiddellijk meer overheidsbemoeienis. Landbouw en Ruimtelijke Ordening zijn dan ook alweer terug. Teken aan de wand: Rutte I had twaalf ministers, Rutte IV had er twintig, alle met hun eigen overhead.
Bij uitvoeringsorganen als de Belastingdienst en uitkeringsinstantie UWV, waar in de afgelopen jaren na aanvankelijke bezuinigingen grote problemen ontstonden, zoeken politici de oplossing doorgaans ook in meer personeel.
Het Centraal Planbureau, door schade en schande wijs geworden, is dan ook zeer terughoudend om geplande bezuinigingen op het overheidsapparaat mee te nemen in de prognoses. In de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s in 2023 kregen bezuiningsvoorstellen van meer dan 0,5 procent per jaar op het overheidsapparaat het stempel onrealistisch. Het bureau telt ze simpelweg niet mee.
Hoewel Eerdmans overdrijft met zijn 50 procent, zal hij aan de formatietafel – waar hij vurig hoopt te belanden – niet worden uitgelachen als hij zegt dat het wel wat minder kan. Als hij daar echter niet aan toevoegt welke overheidstaken moeten worden geschrapt, is zijn kans op succes niet groot.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant