De toekomst van recensies Recensies halen vaak slechte leescijfers. Om kunst aan de lezer te brengen wordt daarom steeds vaker gekozen voor interviews, tips en trendstukken. Begrijpelijk, maar door niet meer kritisch te beschouwen verliest cultuur aan betekenis, vindt redacteur Toef Jaeger.
Rembrandt van Rijn, ‘Isaak en Rebekka’, bekend als ‘Het Joodse bruidje’ (detail), ca. 1665 - ca. 1669 Rijksmuseum, bewerking NRC
Elke maandagochtend word ik wakker met de leescijfers. De twintig best gelezen stukken over beeldende kunst van de week ervoor staan op een rijtje, met daarachter het aantal keren dat een artikel is aangeklikt en het aantal leesminuten per stuk. De meeste maandagochtenden zie ik dat de recensies het meestal slechter doen dan de trendstukken, de interviews en de museumtips.
De belangstelling voor de bespreking lijkt dalende. Het is niet op elk gebied hetzelfde, maar een artikel over een tentoonstelling van 2000 woorden was begin deze eeuw geen uitzondering, tegenwoordig is de helft gebruikelijker. Het aanbod is ondertussen toegenomen, en daarmee houdt de hoeveelheid recensies geen pas. Dit geldt niet alleen voor beeldende kunst, maar voor recensies in meerdere disciplines. Waarom zou je ze nog (laten) schrijven als lezers er eigenlijk niet op zitten te wachten?
Dat was een vraag die deze zomer ook op de burelen van de Associated Press (AP) werd gesteld en daar besloot men prompt om vanaf 1 september geen gebruik meer te maken van boekenrecensenten. Aan haar medewerkers schreef AP een bedankje voor de verleende diensten met uitleg waarom ze niet meer nodig waren: „Helaas, het publiek voor boekrecensies is relatief klein en we kunnen er daarom niet langer onze tijd en energie aan besteden”. Ook The New York Times, Chicago Tribune, The Washington Post en Vanity Fair namen onlangs afscheid van enkele recensenten.
De betekenis van de recensent in de 21ste eeuw is vaker ter discussie gesteld. De Zwitserse kunsthistorica Bice Curiger stelde twee jaar geleden in de Neue Zürcher Zeitung dat de dagen van de kunstrecensie waren geteld. Het is een observatie die niet alleen voor Zwitserland geldt, in buurland Duitsland wordt de opkomst van de influencer steeds vaker in verband gebracht met het verdwijnen van de rol van de recensent.
Hoe erg is dat? Sociale media maken het makkelijker voor meer mensen om al dan niet aan te geven of ze iets leuk vinden of niet. Een tijdje geleden hoorde ik een boekverkoper tegen een aarzelende lezer zeggen: „Kijk anders even op Goodreads of het boek iets voor je is.” Goodreads is een site waar lezers schrijven wat ze van boeken vinden. Sites als StoryGraph of Hebban.nl hebben een vergelijkbare functie. Op TikTok worden lezers geënthousiasmeerd om boeken te lezen, en online boekhandels plaatsen vaak reacties onder boeken waarbij de potentiële koper weer door middel van een duimpje kan aangeven of die het met die mening eens is. Kortom: meningen te over, en waarom zou die van een recensent meer waard zijn dan die van een consument?
De vrees dat de smaak van de consument die van de recensent verdringt, bestaat al lang. Zo schreef een anonieme recensent in de 19de eeuw in het tijdschrift De Gids: „De stem des publieks heeft er reeds een gunstig oordeel over gestreken, en alle aanprijzing wordt derhalve overtollig. Afkeuring zou den schijn hebben van wangunst.” Hij was van mening dat het belangrijk was dat een criticus zijn (toen hadden slechts mannen een mening over kunst) positie moest bepalen bij elke kritiek die hij schreef.
Het tijdschrift was vanaf de oprichting in 1837 al bezig met reflecteren op de rol van – in dit geval – literaire kritiek. „Lofspraak en verwijt moet ons ’t bewustzijn geven, / Dat wij gevorderd zijn, maar verder moeten streven”, dichtte Potgieter als uitleg. Een goede kritiek maakt de kunst alleen maar beter. En aan goede kritiek ontbrak het: recensies waren in die tijd vaak samenvattingen met een moreel sausje, maar een stevige mening ontbrak. Potgieter en consorten waren tegen „sluimeren”, en riepen op tot „waakzaamheid en scherpheid” zodat de kritiek „het geweten der kunst” kon zijn.
In hoeverre dat gelukt is, daarover valt genoeg te zeggen. Zo vond Potgieter het zelf eigenlijk best eng om zijn mening te geven en liet hij dat liever over aan Conrad Busken Huet, wiens stevige beschouwingen het tijdschrift al spoedig de bijnaam ‘De blauwe beul’ bezorgden, naar de kleur van het omslag van het tijdschrift. Er zullen weinig mensen zijn die nu nog de kritieken uit die tijd opzoeken om te kijken wát Busken Huet eigenlijk goed vond, maar wat hij vond is wel interessant. Hij vond bijvoorbeeld Piet Paaltjens weinig soeps; wat dat betreft gaf de literatuurgeschiedenis hem ongelijk. Waarom Busken Huet toch als belangrijk recensent de geschiedenis inging, is niet zozeer omdat hij streng en „zuur” (een term die toen al werd gebruikt voor critici) was, maar omdat hij werken probeerde te plaatsten in context van zowel een oeuvre als van ontwikkelingen in het buitenland.
Daarin zit wellicht de crux, die te gebruiken is om te formuleren wat de rol van een kunst- of literair criticus zou moeten zijn: het plaatsen van een werk in context. In de Engelse taal is er een nadrukkelijk onderscheid tussen een ‘review’ en ‘criticism’, grofweg het verschil tussen een ‘recensie’ en ‘kritiek’. Een recensie beschrijft wat er in het werk te zien, horen of lezen is, waarbij aan het slot een persoonlijk beargumenteerde mening wordt gegeven. Een kritiek neemt het werk als uitgangspunt, maar plaatst het in een breder verband: waar staat het werk binnen een oeuvre, wat is (inter)nationaal gezien de context, en wat zegt het over de maatschappij waarin het werk wordt uitgevoerd, uitgegeven of tentoongesteld. Een kritiek gaat verder dan een duimpje omhoog, een snelle mening of een rotte tomaat die je naar een toneelgezelschap gooit. Een kritiek plaatst een werk in perspectief.
Nu er niet alleen steeds minder kritieken verschijnen, maar oordelende stukken – zeker over beeldende kunst en literatuur – ook steeds korter worden, zou je kunnen stellen dat de kritiek langzaamaan is vervangen door de recensie. En wanneer je dat onderscheid maakt, kan je gerust stellen dat het niet erg is dat recensies steeds meer uit kranten en tijdschriften verdwijnen. De vraag waarom een mening van een recensent, die door sommigen ook maar gezien wordt als een consument met een mening, er meer toe doet dan die van een consument, wordt dan gerechtvaardigd.
Het werkt dan voor nieuwsmedia inderdaad beter om over te gaan op een voorbeschouwing of een interview, het signaleren van een trend of een talent, domweg omdat een krant of tijdschrift makkelijker toegang heeft tot de maker van een werk dan de gemiddelde consument. Het voordeel is bovendien dat de consument daarna kan overgaan tot een bezoek aan het concert, tentoonstelling of theaterstuk of tot de aanschaf van het boek of het muziekalbum om daarna zelf een recensie te plaatsen op social media.
Het nadeel is dat de kritische component op de tocht staat bij een artikel vooraf. De servicegerichtheid spreekt lezers aan, en dan ben je al snel een dief van de eigen portemonnee als je daar helemaal niet in mee gaat.
Het gevaar is wel dat op die manier het museum, de uitgeverij of de instantie met het grootste pr-budget een grotere rol gaat spelen in te maken keuzes. Een kunstenaar is in de regel beschikbaar voor interviews bij een nieuw verschenen werk, en zo worden de media onderdeel van een publiciteitscampagne. Consumenteninformatie wordt zo gestuurd door adverteerders.
Dat gevaar schuilt ook in artikelen waarin kleinere ‘nieuwe trends’ worden gesignaleerd. Die zijn meestal geliefder dan overzichten over zaken waarvan de kunstwereld afscheid heeft genomen. Wanneer drie kunstenaars hun overleden vader in een roman verwerken, mag het verleidelijk zijn om van een trend te spreken. Er is echter niemand die zich twee jaar later nog afvraagt waar die dode vaders eigenlijk zijn gebleven.
Ook zijn interviews vaak positief getoonzet. En dat is wel begrijpelijk: je wil een kunstenaar spreken uit nieuwsgierigheid naar wat diegene heeft te vertellen over het werk, niet om de maker eens uit te leggen waarom je het werk niks vindt.
En toch… een interview, trendstuk of top-tien met ‘niet te missen’ tentoonstellingen, toneelstukken, boeken of concerten, kunnen niet zonder recensenten. En daarom zit er maar één ding op: meer ruimte voor recensies, zodat ze een kritiek kunnen worden. Criticus is een vak dat je niet alleen kan leren, maar ook moet onderhouden door op de hoogte te blijven van wat er speelt, niet alleen in de kunsten, maar ook in de wereld.
Het is niet zo dat de kritiek alleen in de verdrukking raakt door steeds minder ruimte (of door sociale media, of recensies geschreven door AI), er is ook veel veranderd in de maatschappij. De behoefte aan ongezouten meningen, juist wanneer het om kunst gaat, is gestaag afgenomen.
De econoom Don Thompson merkte in zijn boek The $12 million stuffed shark al op de rol van de criticus zo goed als uitgespeeld is door enerzijds sociale media die de rol van de recensent steeds meer overgenomen. Media merken ook dat recensies er steeds minder toe doen, waardoor er minder ruimte komt voor kunstkritiek, waardoor ze er nog minder toe doen.
Ook de vraag waarom je aandacht zou besteden aan iets wat je niet goed vindt, komt steeds vaker op. Critici die negatief zijn, worden weggezet als zuurpruimen of als gemankeerde kunstenaars/schrijvers die achter hun toetsenbord hun frustraties van zich af tikken. Maar er is meer aan de hand.
Kunst gedijt bij kritiek, zowel positief als negatief. Je zou kunnen stellen dat democratisering van de recensie, de omarming van alles wat mooi is, en het niet willen of durven benoemen van wat minder goed gelukt is, elke cultuur uiteindelijk onderuit haalt. Met het steeds minder ruimte geven aan serieuze literaire- en kunstkritiek en het omarmen van een jubelcultuur verliest kunst namelijk aan relevantie, omdat je haar niet serieus genoeg neemt om kritisch tegen het licht te houden zoals je dat wel doet met andere fenomenen en ontwikkelingen binnen de samenleving. Cultuur verwordt daarmee tot iets wat je kan omschrijven als ‘de krenten in de pap’, terwijl cultuur natuurlijk veel meer is.
Een samenleving is gebouwd op cultuur – het is niet voor niets dat bij verdwenen beschavingen alleen cultuur nog terug te vinden is – en die moet je koesteren en stutten. Dat lukt alleen door ook aandacht te hebben voor en ruimte te geven aan kritiek erop, want wanneer kunstenaars alleen maar worden bejubeld, verliezen ze aan geloofwaardigheid en betekenis. Een ontdekking van een wetenschapper houden we tegen het licht om te kijken of er waar wordt gemaakt wat er wordt beloofd, bij de jaarcijfers van een bedrijf wordt ook gekeken naar wat er liever niet wordt verteld, een politicus die alleen maar wordt bejubeld wantrouwen we extra, omdat de geschiedenis ons heeft geleerd dat wanneer iets of iemand alleen maar wordt toegejuicht er doorgaans een –om het eufemistisch te stellen – luchtje aan zit.
Bovendien: meer ruimte voor kunst- en literaire kritieken is ook oog hebben voor de toekomst. Je behoudt niet alleen de pijlers waarop een samenleving stut, maar je kiest ook de toekomst. Een kunstcanon wordt gevormd door critici, een kunst- of literatuurgeschiedenis kan immers niet zonder de receptie van een werk mee te nemen. Dat gaat ook op als critici ernaast zaten en een werk afschreven terwijl het achteraf een meesterstuk bleek te zijn. Ook geven goed onderbouwde kritieken een schitterend inkijkje in een samenleving en de rol die kunst op dat moment speelt. Kranten kunnen dankzij kunstcritici de plek in toekomstige kunst- en literatuurgeschiedenissen innemen, juist door ruimte te behouden voor serieuze kritieken.
Maar de belangrijkste reden om méér ruimte te maken voor kunstkritiek ligt in het heden. Ja, de leescijfers beloven weinig goeds voor de toekomst van kunstcritici, maar juist doordat iedereen een mening heeft en die ongefilterd op allerlei platforms kwijt kan, is de mening van de criticus relevanter dan ooit. Vanwege de context, het perspectief en het bevragen. Wie extremisme wil tegengaan omarmt de criticus die de cultuur, en daarmee de samenleving, in perspectief plaatst en de betekenis duidt.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC