Het stroomnet zit zo goed als op slot. Arnhem heeft een list verzonnen met het aftappen van de aloude bovenleiding van het trolleynet. ‘We hebben in Nederland een campingnetje.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.
Op de dag dat blijkt dat de file op het stroomnet (met veertienduizend bedrijven in de wacht) nog groter is dan gedacht, weet kraanmachinist Marc Ermstrang die opstopping via een sluiproute te omzeilen. Hij heeft zojuist zijn elektrische graafmachine afgekoppeld van het trolleynet, het web aan bovenleidingen boven de Arnhemse straten om stadsbussen van stroom te voorzien.
Arnhem is de laatste stad met trolleybussen. Een op het oog verouderd systeem, dat eind vorige eeuw in navolging van andere plaatsen ook uit de Gelderse hoofdstad dreigde te verdwijnen. En zie nu eens: het web aan stroomdraden, vergelijkbaar met de tramsystemen in de grote steden, is een uitkomst in tijden van energietransitie.
Voor de start van de proef met het opladen van elektrische machines aan het busnet is verantwoordelijk wethouder duurzame mobiliteit Nermina Kundić naar het laadpunt gekomen. Dat ligt in Arnhem-Zuid, waar straks het Olympuskwartier moet verrijzen.
De elektrische bouwmachines zijn nodig vanwege de ligging van Arnhem nabij Natura 2000-gebieden, de Veluwe boven en de Rijn onder de stad. Met stinkende dieselmotoren is het vanwege stikstofproblematiek lastig een vergunning te krijgen voor bouwprojecten. ‘Dat we dankzij ons trolleynet hier nu kunnen beginnen met de bouw van 250 woningen is echt geweldig’, zegt wethouder Kundić.
Op meer plekken in Nederland wordt al gewerkt met elektrisch materieel. Maar bij gebrek aan laadmogelijkheden moeten de machines vaak grote afstanden afleggen om de accu weer vol te krijgen. Ritjes die veel stroom kosten vanwege het gewicht van de batterijen. Het gebeurt ook dat grote batterijcontainers worden neergezet op bouwplaatsen, maar ook dat geeft tijdverlies en extra vervoersbewegingen.
In Arnhem kan de afstand naar een laadpunt voor aannemers op veel plekken sterk worden verkort. Van de vierduizend palen waaraan de trolleykabels zitten, is de helft geschikt om met een kleine aanpassing ook machines mee op te laden. Voor de proef wordt begonnen op tien tot vijftien plekken.
In Den Haag en Rotterdam werken ze ook aan andere toepassingen voor hun tramleidingen. Ze moeten wel, want in heel Nederland is het vrijwel onmogelijk om zware elektriciteitsaansluitingen te krijgen.
‘We hebben in Nederland een campingnetje, is er weleens gezegd over de Nederlandse stroominfrastructuur’, zegt David Smeulders, hoogleraar energietechnologie aan de TU Eindhoven. ‘Gekscherend, maar helaas zit er een kern van waarheid in: ons net is lang niet zwaar genoeg om op korte termijn te kunnen overstappen van olie en gas naar duurzame elektriciteit. Leunend op goede gasvoorzieningen hebben we ons stroomnet te lang verwaarloosd. Daar plukken we nu de zure vruchten van, want het weerhoudt bedrijven ervan om te investeren in elektrische machines.’
Maandag maakte minister Sophie Hermans (Klimaat en Groene Groei) bekend dat het aantal bedrijven dat wacht op een aansluiting sinds april is gestegen van elf- naar veertienduizend. Hoogleraar Smeulders wijst op de capaciteitskaart van Netbeheer Nederland, die toont waar nog ruimte op het net is. Op een paar regio’s na rond onder meer Dordrecht, Vlieland en stukken van Drenthe, kleurt de kaart rood. De netbeheerder kan op sommige plekken nog wel de aansluiting leggen, maar dan is het in veel gevallen alsnog tot wel tien jaar wachten op transportcapaciteit van Tennet.
De ‘truc’ van Arnhem is meeliften op de transportcapaciteit van een ander. Transdev, het ov-bedrijf met de busconcessie in Arnhem, gebruikt de eigen aansluiting overdag. Het idee is dat aannemers hun machines vooral ’s nachts aan het trolleynet koppelen, als de bussen tussen een en vijf uur in de ochtend toch niet rijden.
Landelijk gezien is het een druppel op de gloeiende plaat, maar wel slim bedacht, vindt hoogleraar Smeulders. ‘Dit soort lokale combinaties moet veel meer gemaakt worden, maar het is niet gemakkelijk voor bedrijven om elkaars overcapaciteit te benutten. Voor twee bedrijven die op heel andere momenten stroom gebruiken, is het nu ook nog lastig om samen een aansluiting te delen. Gelukkig adviseert de Autoriteit Consument en Markt om het systeem flexibeler te maken.’
Bij de proef in Arnhem wilde vervoerder Transdev wel garanties dat het openbaar vervoer geen hinder ondervindt van elektrische bouwmachines. ‘Mocht er iets gebeuren, dan hebben wij voorrang’, zegt Alexander ten Have van Transdev. ‘De bussen moeten blijven rijden.’
Ten Have legt uit dat Arnhem zich om nog een reden gelukkig mag prijzen dat het trolleynet behouden is gebleven. Voorheen konden de trolleybussen alleen ‘onder de draad’ rijden. Inmiddels zijn er twaalf bussen met een accu, die rijdend laden aan het trolleynet en ook zonder de bovenleiding verder kunnen rijden. Volgend jaar kunnen 79 bussen dit, en gaat Transdev met de trolleybussen de komende tien jaar ook het streekvervoer in 24 gemeenten rond Arnhem verzorgen.
Zo is het eens archaïsche, na de oorlog opgerichte trolleynet, dat in Arnhem in de plaats kwam voor de verwoeste traminfrastructuur, ineens een energiehub voor de regio geworden, stelt wethouder Kundić tevreden vast. Arnhem is het ook wel aan haar stand verplicht, vindt ze, als stad waar energie-instanties als Kema, Liander en Tennet zijn gevestigd.
‘We keken al langer of we meer konden met het trolleynet en tegelijkertijd waren we druk aan het zetten op aannemers om de binnenstedelijke bouwwerkzaamheden sneller te elektrificeren’, zegt ze over de achteraf ogenschijnlijk simpele combinatie die is gemaakt. ‘Maar ja, dan moesten we natuurlijk wel zorgen dat ze hun graafmachines en shovels konden opladen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant