Ik zag een gevel met daarop maar liefst drie borden met het oranje Blokkerlogo, en er
ontsnapte een hoorbare zucht van gelukzaligheid aan me. Hij was er dus tóch nog, Blokker, of de Blokker. Misschien nog een laatste restje winkel. En nu zou ik eindelijk mijn heilige graal kunnen bemachtigen: een zakje mottenballen.
Al weken fladderden er onduidelijke beestjes door mijn kledingkast, van wie het natuurlijk heus wel duidelijk was wat ze waren, en al weken pakte ik de ene trui na de andere uit die kast waarin halverwege de dag ineens op een essentiële plek een gat bleek te zitten.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Motten. Ik ging naar de Hema en vroeg om mottenballen, maar die hadden ze volgens de medewerkster ‘maar een week per jaar, in de zomer, als de motten actief zijn’. Bij mij zijn ze nog steeds actief, mompelde ik zachtjes, en ik wilde er bijna achteraan mompelen dat ik dan wel naar de Blokker ging, maar meteen wist ik: dat kan helemaal niet meer.
‘You don’t know what you’ve got till it’s gone’ en ‘Een man weet niet wat hij mist, een man weet niet wat hij mist, maar als ze er niet is, als ze er niet is, weet een man pas wat hij mist’, allerlei klaaglijke en klassieke songteksten popten aangaande de Blokker in mijn hoofd op. Ik had mijn hele leven de Blokker verfoeid, met zijn onhandig ingerichte gangpaden, zijn foeilelijke lifestyle-afdeling, zijn beklemmende zuurstofloosheid en het bruin-oranje, later oranje, van het logo.
Maar nu bleken ineens de zelfs door mij altijd belachelijk gevonden slogans ‘Fijn dat we er zijn’ en ‘Blokker heeft het in huis’ ineens helemaal niet lachwekkend te zijn, maar gewoon waar. Want welke winkel ging ze anders in huis hebben, die mottenballen, als de Hema ze niet had? De supermarkt had ze niet, daar had ik al gekeken.
Ineens miste ik de Blokker heel erg. Wat had ik al die jaren flauw gedaan over een winkel die tenminste zo nederig en gewoon was dat hij mottenballen verkocht. Althans, ik vermoedde dat Blokker mottenballen zou hebben verkocht, want Blokker was, als het al iets was, een ongelofelijk mottenbalachtige winkel. En soms heb je die nodig. Heel hard zelfs, als je niet al je wollen truien opgegeten wil zien worden.
En toen zag ik tijdens een fietstocht door de stad ineens drie Blokkerborden aan een winkelgevel. Zucht van geluk. Maar bij nadere inspectie zag ik het leeggehaalde winkelpand met zwarte ramen. De oranje Blokkerborden waren alleen een treurige herinnering aan wat er ooit was: een Blokker.
Na een paar dagen treuren deed ik wat ieder mens allang had gedaan: googelen waar je dan wel mottenballen kunt kopen. Bij Action. Natuurlijk. Dat was de dood van die hele Blokker geweest.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant