Home

De vader van deze theatermakers was geheim agent. ‘Veel is er niet gezegd en zal nooit worden gezegd’

De vader van Klemens en Klavertje Patijn werkte als spion bij de geheime inlichtingendienst. Broer en zus maakten er een theatervoorstelling over. In Mijn geheime vader onderzoeken ze de weerslag van een jeugd vol leugens en geheimen. ‘Wantrouwen is je tweede natuur geworden.’

schrijft voor de Volkskrant over theater.

Toen Klemens en Klavertje Patijn naar de middelbare school gingen, riep hun vader ze even apart. Hij moest iets belangrijks met ze bespreken. Als hun nieuwe klasgenootjes straks zouden vragen wat hun vader voor werk deed, moesten ze zeggen: ‘Hij werkt op de administratieve afdeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken.’

Dat betekende dus: geen woord over de wekelijks wisselende auto voor de deur. Over de zwart-witte telelensfoto’s die soms naast zijn gele typemachine op tafel lagen. De verschillende schuilnamen die hun vader gebruikte. Het stapeltje met de vier paspoorten en zes rijbewijzen. De vreemde talen die hun vader leerde: Pools, Farsi, Russisch. De rolletjes met briefjes van 100 gulden die soms op tafel lagen.

Nee, geen filmische achtervolgingsscènes naspelen op het schoolplein. Het was eind jaren tachtig, de Koude Oorlog liep ten einde en hun vader werkte in de administratie.

Saai. En dat was precies de bedoeling.

Kaken op elkaar

Inmiddels zijn Klemens en Klavertje Patijn volwassen veertigers, beiden werkzaam in de theaterwereld en hebben ze – vinden ze zelf – lang genoeg hun kaken op elkaar gehouden. In de openhartige theatervoorstelling Mijn geheime vader vertellen ze eindelijk over het echte beroep van hun vader: hij werkte veertig jaar lang als spion bij de geheime dienst.

In de voorstelling staan broer en zus als zichzelf op het podium en reflecteren ze op hun jeugd en de band met hun vader. Want het beroep van hun vader was aan de ene kant avontuurlijk en heroïsch, maar aan de andere kant trok het een flinke wissel op het gezin.

In een Amsterdamse repetitiestudio omschrijven ze hun vader als een onopvallende doorsneeman. Klemens Patijn: ‘Hij is een observerend type. Als er vroeger een feestje was, plaatste hij zichzelf altijd net buiten de kring. Hij knoopte zelf niet snel een gesprek aan.’

Stilletjes

De grootouders van Klemens en Klavertje kwamen in de jaren vijftig vanuit Indonesië naar Nederland. De Tweede Wereldoorlog en de onafhankelijkheidsstrijd hadden het gezin getekend: hun opa had als KNIL-militair in een jappenkamp gezeten, hun oma had als buitenkamper traumatische ervaringen opgelopen onder de Japanse bezetter. In Nederland kwam hun opa te werken op de luchtmachtbasis Gilze-Rijen.

Hun vader werd in Tilburg geboren in een gezin met vier broers. Veel gepraat werd er thuis niet, zeker niet over de tijd in Indië. Op zijn 16de ging hun vader bij de marine, waar hij tien jaar lang als morsecodetelegrafist op zee werkte.

Daar circuleerde op een gegeven moment een cryptische advertentie: een ‘Haags kantoor van een grote instelling’ zocht ‘intelligente jonge mensen’ met belangstelling voor sociale en staatkundige onderwerpen.

Het bericht zou best wel eens afkomstig kunnen zijn van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD, de latere AIVD), werd gefluisterd bij de marine. Een collega kondigde met veel bombarie aan dat hij zou solliciteren: zo’n leven als spion zag hij wel zitten. Hun vader was ook geïntrigeerd, maar solliciteerde stilletjes, zonder er ruchtbaarheid aan te geven. De collega werd afgewezen, hij kreeg de baan. Dat was vlak voordat Klemens werd geboren.

Emotioneel op afstand

Zijn eerste grote klus was tijdens de treinkaping bij De Punt in 1977, waar negen gewapende Zuid-Molukse overvallers drie weken lang een trein bezetten en ruim vijftig passagiers gegijzeld hielden. Hun vader verstopte microfoontjes in houten kratjes met voedsel en water, die hij vervolgens bij de kapers in de trein afleverde. Zijn Maleise achtergrond kwam hem daarbij ongetwijfeld goed van pas.

Bij de BVD maakte hij snel carrière. Hij werkte op verschillende afdelingen en belandde uiteindelijk op de buitendienst, afdeling contraspionage: iemand die eropuit gaat om ‘onder aliassen’ contact te leggen met personen die werden verdacht van spionage. Klemens: ‘Kennelijk was hij goed in zich anders voordoen, had hij een flair om anderen makkelijk om de vinger te winden en contacten te leggen. Ik heb later vaak gedacht: o ja, had je dat?’

Want met hun moeder vormden Klemens en Klavertje een hechte drie-eenheid, maar hun vader bleef emotioneel steevast op afstand. Hij was soms dagen van huis zonder dat ze wisten waar hij was, of hij onderbrak halverwege halsoverkop een vakantie. Wat hij precies deed wisten ze niet, maar ze voelden haarfijn aan dat het niet altijd zonder gevaar was. Als de dingen niet liepen zoals gepland, kon hij thuis gestrest zijn. Dan trok hij zich in de weekenden stilletjes terug, zichtbaar gefrustreerd. Er waren perioden dat hij veel dronk en snel onredelijk werd.

Het was dus lang niet altijd makkelijk voor de opgroeiende kinderen, die graag door hun vader wilden worden gezien. Klavertje: ‘Hij was vaak afwezig en onleesbaar, ook naar ons toe. Als kind dacht ik soms: wat vind je nou, wat voel je nou? Zie je niet dat ik een knuffel nodig heb, een vaderlijke arm om mijn schouder? Even uithuilen doe je niet snel bij iemand die emotioneel vrij vlak blijft. Dat is een gemis dat ik als kind heb gevoeld en nog steeds weleens ervaar. Hij heeft nooit hardop gezegd: ik ben trots op je.’

Wat er is gezegd

Vijf jaar geleden werd hun vader met spoed opgenomen in het ziekenhuis, even zag het ernaar uit dat hij zou komen te overlijden. Klemens: ‘Dat was de eerste keer dat ik hem even heb vastgehouden.’

Dat was het moment waarop ze dachten: in hoeverre kennen we deze man, onze vader? Klemens: ‘Ineens vroeg ik me af: als ik nu afscheid van hem zou moeten nemen, is alles dan gezegd? En het antwoord is: nee, veel is er niet gezegd en zal nooit worden gezegd.’

In die periode besloten de theatermakers een voorstelling te maken over hun vader. Op die manier konden ze ook onderzoeken hoe dat hen heeft gevormd, opgroeien in een wereld vol leugens en geheimen, vertelt Klemens: ‘We voelden allebei: we moeten hier iets mee, met die spanning die dat zwijgen oplevert.’

Impact op het privéleven

De verregaande impact op het privéleven van een geheim agent, beschrijft ook Kees Jan Dellebeke, een oud-collega van hun vader die ze ter voorbereiding hebben gesproken. Dellebeke werkte veertig jaar lang als inlichtingenman bij de geheime dienst, waar hij meerdere undercoveroperaties uitvoerde. In zijn eerder dit jaar verschenen memoires Niet alles blijft geheim, waarin hij uitvoerig verslag doet van zijn ervaringen bij de dienst, omschrijft hij zijn werkzame leven als verslavend, maar ook als een ‘eenzame, soms beklemmende’ reis.

‘Ik mocht nooit vertellen over de inhoud van mijn werkzaamheden, in welk kantoor in de stad ik werkte en al helemaal niet wat ik deed. Dit resulteerde erin dat ik moeilijke gesprekken, ontmoetingen en (langduriger) contacten uit de weg ging.’

Vertekend wereldbeeld

Het werk heeft zijn beeld van de buitenwereld onmiskenbaar vertekend, schrijft hij. ‘Dat is niet vreemd wanneer je elke dag, jaar na jaar op zoek bent geweest naar normafwijkend gedrag in de maatschappij, waardoor je onvoldoende afstand hebt kunnen nemen van reële dreigingen en minder goed hebt kunnen reflecteren op de werkelijkheid.’

Dat vervormde wereldbeeld geef je door aan je kinderen, denkt Klemens. ‘Je krijgt een ander bewustzijn mee dan wanneer je vader bakker is. Ik ben van mezelf standaard op mijn hoede. Op een gegeven moment ging ik onlinedaten en ontmoette ik een Iraanse dame, inmiddels mijn vrouw. Aanvankelijk was ik meteen alert: klopt dit wel, zit er niets achter? Die eerste date werd bijna een soort verhoor: waar woon je, hoe zijn je ouders naar Nederland gekomen? Wantrouwen is je tweede natuur geworden.’

Klavertje knikt. ‘Als ik bij een bushalte sta, check ik altijd automatisch wie er nog meer staan. Die achterdocht heb je als kind geïnternaliseerd.’

Betrokkenheid

Als kinderen van een geheim agent is aan Klavertje en Klemens vanuit de AIVD nooit een vorm van psychologische begeleiding aangeboden. Terwijl er best behoefte was om erover te praten, vertelt Klemens: ‘We hebben later ook geprobeerd om met andere kinderen van oud-AIVD’ers in contact te komen, maar die gingen daar niet zo op in. Het lukte ook niet goed om ze te vinden.’

Klavertje: ‘We waren benieuwd hoe zij in hun gezin zijn omgegaan met dat zwijgen. Ik had daar wel met anderen over willen praten, ervaringen willen uitwisselen.’

Zelf werden ze ook weleens betrokken bij geheime operaties. Toen hun vader in Berlijn iemand moest spiegelen, nam hij zijn vrouw en kinderen mee. Een jong gezin op stedentrip wekt tenslotte minder argwaan dan een man alleen in een Duits hotel.

Klemens herinnert zich ook hoe hij als kind eens met een vriendje een hele middag moest voetballen op een veldje in een woonwijk in Zeeland. ‘Later vertelde mijn vader dat hij op een bankje had gedaan alsof hij zat toe te kijken, maar ondertussen stiekem een flatgebouw in de gaten hield. We kregen er nog wat geld voor ook: mijn eerste bijbaantje.’

Ook Klavertje moest weleens figureren: ‘Ik ging een avond met mijn vader bij een vrouwelijke collega op bezoek, die ik helemaal niet kende. Ik mocht de hele avond chips eten en films kijken, het was heel leuk. Maar ondertussen werden er foto’s van ons gemaakt alsof wij een gezinnetje waren. Later vertelde hij me dat het een ‘cover-upverhaal’ was: die collega speelde zijn vrouw en ik was de dochter van het stel.’

Penvrijheid

Toen ze aan dit project begonnen, hebben Klemens en Klavertje zelf contact met de AIVD gezocht om over het project te vertellen. De reacties waren positief, zegt Klemens: ‘Ze zeiden ook meteen: jullie mogen zeggen wat jullie willen, we willen jullie penvrijheid niet belemmeren.’

Al houdt de dienst het project wel met een schuin oog in de gaten, denkt hij. ‘Nog voordat de speellijst op de website stond, wist de AIVD al in welke theaters we stonden. Er waren meteen al een paar reserveringen, waarvan we vermoeden dat zij het zijn. Ik denk dat ze heel benieuwd zijn wat onze vader allemaal heeft verteld.’

In dat geval kan de geheime dienst gerust zijn: Mijn geheime vader is geen voorstelling waarin de theatermakers ‘de vuile was’ gaan buitenhangen. Dat kúnnen ze ook helemaal niet, benadrukken ze, want hun vader deelt nog altijd geen gevoelige informatie met zijn kinderen. Voor zijn eigen veiligheid, maar ook voor die van de mensen met wie hij als spion te maken kreeg.

In de voorstelling gebruiken ze hun verbeelding om de gaten in de verhalen op te vullen. Ze bedenken geheime missies in het buitenland en spelen langdurige undercoveroperaties uit waarin hun vader contact met buitenlandse families moet onderhouden. Soms fluiten ze elkaar terug als ze het werk te veel romantiseren (‘Het is geen James Bond, Klemens, het is de AIVD’). En soms fabuleren ze over de gevaren die hij liep, in spannende missies waarin ook doden vielen.

Fantasie natuurlijk, maar de spanning die hun vader soms mee naar huis nam, hoefden ze niet te verzinnen. Klemens: ‘Papa was echt anders als zaken hem frustreerden. Maar als kind konden we daar niets mee. Je kunt hem niet troosten, er niet naar vragen. Dat moet voor hem ook heel eenzaam zijn geweest.’

Psychische hulp

Ook hun vader heeft nooit psychologische begeleiding gehad tijdens zijn werk of na zijn pensioen. Klavertje: ‘Al kan dat ook een generatiedingetje geweest zijn: we lossen onze problemen zelf wel op.’

Een woordvoerder van de AIVD, die alleen per mail op vragen van de Volkskrant wil reageren, laat weten dat er ‘sinds jaar en dag, dus ook in de BVD-tijd, volop aandacht is voor psychische hulpverlening aan collega’s. Die is bij de AIVD zelf beschikbaar.’

Er is daarbij met name aandacht voor de psychische hulp voor medewerkers die praten met menselijke bronnen, zoals de vader van Klemens en Klavertje. ‘Voor het thuisfront is die hulp er ook. Hoe vaak hier gebruik van wordt gemaakt, wordt niet bijgehouden. Als een collega bij de dienst weggaat, dan vindt er altijd een gesprek plaats waarin ook nazorg wordt aangeboden.’

Trots

Dat hun vader zijn kinderen inzette als ‘dekmantel’ noemt de dienst ‘volstrekt ongebruikelijk en onwenselijk’.

Klemens en Klavertje hebben het hun vader nooit kwalijk genomen dat hij hen als kind soms inzette bij geheime acties. Klemens: ‘Ik voel dat het voor de goede zaak was, ik geloof in het belang van de geheime dienst.’ Klavertje sluit zich daarbij aan en bovendien: het is een goed verhaal. ‘Toen ik erachter kwam, dacht ik alleen maar: cool.’

Zo is Mijn geheime vader tegelijkertijd een voorstelling over een onzichtbare held én een afwezige vader. Klemens: ‘We zijn trots op hem en willen hem de credits geven die hij en zijn collega’s nooit hebben gekregen.’ Klavertje: ‘De vrijheid waarin we leven is niet vanzelfsprekend. Daar wordt een prijs voor betaald, door hem en zijn omgeving.’

Onuitgesproken

Ze realiseren zich dat ze uiteindelijk blijven zitten met vragen waarop ze nooit antwoord zullen krijgen. Klemens: ‘In hoeverre vormt het verhaal van je ouders je eigen identiteit? En kun je iemand die zo veel geheimen met zich meedraagt, echt leren kennen? Er zijn veel dingen die we nooit zullen weten. Maar op z’n minst wéten we dat we veel niet weten.’

Zo blijft er wel meer onuitgesproken. Ook hoe ingewikkeld ze het soms hebben gevonden dat hun vader zo op afstand bleef, hebben ze in al die jaren nooit met hem besproken. Klavertje: ‘Ik blijf het lastig vinden om dat aan te kaarten. Omdat hij zo gesloten is.’

De komende maanden spelen Klemens en Klavertje Patijn hun voorstelling in theaters door het hele land. Ergens in die tournee zal ook hun vader in de zaal zitten, stilletjes en schijnbaar onbewogen, vertrouwd observerend vanuit het donker. Klemens: ‘En wie weet, misschien dat er daarna eindelijk een gesprek begint.’

Mijn geheime vader van TG Goed Gezelschap. Regie Ria Marks. Tekst Wessel de Vries. Muziek Sebastiaan Bax. Première 11/10, tournee t/m 27/12.

Kees Jan Dellebeke: Niet alles blijft geheim – Memoires van een spion. Uitgeverij Boom; 288 pagina’s; € 29,90.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next