Jongeren worden voortdurend aangesproken op hun ‘weerbaarheid’, stelt Maud Stamsnijder. Alsof het probleem is dat zij niet sterk genoeg zijn, in plaats van dat de druk buitensporig is.
‘Je hoeft toch niet altijd alles te doen?’ Deze reactie krijgen jongeren standaard te horen wanneer ze klagen over stress. Alsof prestatiedruk een luxeprobleem is, een product dat je zelf in je mandje hebt gelegd en dat je bij de kassa ook gewoon weer had kunnen terugzetten. Alsof prestatiedruk de schuld is van verkeerde keuzes: te veel sporten, te veel studeren, te veel ‘erbij willen horen’.
Maar zo werkt het niet. Prestatiedruk is geen individueel falen, het is een systeem dat jongeren in de tang houdt. En zolang we blijven doen alsof het een zelfgekozen last is, blijven we wegkijken van de werkelijke oorzaken.
Over de auteur
Maud Stamsnijder is student interdisciplinaire sociale wetenschap.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Zeven op de tien studenten in Nederland combineert een studie met een bijbaan. Daarbovenop komt vaak nog een stage, een bestuursjaar, vrijwilligerswerk of internationale ervaring — want dat staat goed op je cv. Ondertussen zijn er tentamenperiodes die in één week alles of niets bepalen. Een (studie)lening die als een openstaande rekening op de achtergrond oploopt. En een woningmarkt die je dwingt om te wonen op tijdelijke kamers.
Wie hier níét in mee wil, komt al snel achter te lopen. Een gat in je cv? Dan ben je ‘niet gemotiveerd’. Geen bestuursjaar? Dan heb je ‘weinig leiderschapservaring’. Een jaar langer over je studie? Dan ben je ‘niet efficiënt’. In een samenleving die jong zijn gelijkstelt aan productief zijn, is nietsdoen geen optie.
Het gevolg is een generatie die moe is. Cijfers van het RIVM laten zien dat 56 procent van de jongvolwassenen prestatiedruk ervaart vanuit henzelf en/of anderen. Burn-outs komen steeds vaker voor, vooral bij twintigers die nog maar net begonnen zijn. Wie hulp zoekt, komt op wachtlijsten terecht die maanden duren. GGZ-instellingen waarschuwen al jaren dat ze de toestroom niet aankunnen.
Ondertussen worden jongeren voortdurend aangesproken op hun ‘weerbaarheid’. Alsof het probleem is dat zij niet sterk genoeg zijn, in plaats van dat de druk buitensporig is.
We sturen jongeren naar mindfulnesscursussen, ontwikkelen campagnes om te laten zien dat jongeren #goedgenoeg zijn en ontwikkelen apps die hen leren ademen. Dat klinkt sympathiek, maar het is vooral een manier om de verantwoordelijkheid terug te schuiven naar het individu. De onderliggende boodschap is duidelijk: ‘Jij moet leren omgaan met de druk.’
Maar waarom zouden we die druk vanzelfsprekend vinden? Waarom is de norm dat jongeren hun leven zo vol stoppen dat ze er ziek van worden? Het is alsof je iemand een rugzak van vijftig kilo geeft en zegt: ‘Als je sterker traint, dan voelt de last lichter.’ Nee, het is zaak dat we de rugzak gezamenlijk lichter maken.
Daar komt nog iets bij: de constante vergelijking. Sociale media tonen eindeloze rijen leeftijdsgenoten die het allemaal wél lijken te kunnen: cum laude afstuderen, marathons lopen, reizen, relaties, vrienden, stages in New York. Door het algoritme lijkt het alsof dát normaal is, terwijl het eigenlijk gewoon bizarre uitzonderingen zijn. Daardoor kijken jongeren niet meer alleen naar hun eigen leven en omgeving, maar leggen ze zichzelf langs een onhaalbare lat.
In die cultuur wordt falen gelijkgesteld aan achterblijven. Terwijl falen juist een teken is dat iemand iets probeerde. We zijn vergeten dat je ook mag verdwalen, mag stilstaan en mag uitstellen.
Het wordt dus tijd dat we stoppen met het individualiseren van prestatiedruk. Dat begint bij de manier waarop onderwijs en arbeidsmarkt zijn ingericht. Universiteiten en hogescholen hoeven niet méér studenten door de molen te jagen in zo kort mogelijke tijd. Stages en startersbanen hoeven niet alleen weggelegd te zijn voor wie zijn cv al op 20-jarige leeftijd met internationale ervaring kan vullen. En jongeren moeten de kans krijgen een bestaan op te bouwen zonder het gevoel altijd op de wachtlijst van het leven te staan.
Maar minstens zo belangrijk: we moeten een ander verhaal vertellen. Dat vertragen óók een keuze mag zijn. Dat een jaartje langer studeren geen ramp is. Dat een gat in je cv soms juist laat zien dat je de moed had om uit te stappen.
Dat vraagt om structurele keuzes: betaalbare huizen, ruimte in het onderwijs, werk dat niet alleen meetelt in cijfers en resultaten. Prestatiedruk is geen individueel falen, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant