Sinds een van haar schoenen losschoot bij een optreden in 1974 – het zou haar grote doorbraak worden – is Manuela Carrasco uitgegroeid tot hét gezicht van de ‘flamenco gitana’, een dansstijl gevormd door Roma-invloeden. Wie de 71-jarige flamencolegende nog wil zien optreden, moet vanavond naar het openingsgala van de Flamenco Biënnale in Amsterdam.
schrijft voor de Volkskrant over dans en (circus)theater.
‘Een danseres met een temperament dat bijna uitgestorven is.’ Zo typeerde een Spaanse journalist ooit de zelfopgeleide flamencolegende Manuela Carrasco. Wie de winnares van de ‘Nobelprijs voor de Flamenco’ (de Compás del Cante) nog in Nederland wil zien optreden, moet vanavond naar het openingsgala van de 20-jarige Flamenco Biënnale in Amsterdam.
De 71-jarige danseres treedt voor het eerst – en waarschijnlijk ook voor het laatst – op in Carré. Samen met de legendarische zanger Manuel Moreno Maya ‘El Pele’ tekent Carrasco voor de start van de jubileumeditie van het internationaal bekende flamencofestival. Gastdanser Antonio Molina ‘El Choro’ vervolledigt hun unieke optreden.
Het mag opvallend heten dat de twintigste Flamenco Biënnale kiest voor deze in een zigeunerfamilie geboren autodidact die al ruim vijftig jaar de belichaming vormt van de flamenco gitana: een dansstijl die al eeuwenlang van generatie op generatie door Roma wordt doorgegeven. Na dit gala presenteert het festival juist veel vernieuwing en avontuur, met cross-overs tussen flamenco en andere podiumkunsten. Van experiment of fusion moet de vrouw met ravenzwart haar en priemende ogen niets hebben. Carrasco heeft haar leven gewijd aan de vurige vertolking van de duende, dat ongrijpbare begrip van diep doorleefde emoties, die worden verklankt en gedanst.
Carrasco komt in Triana ter wereld als oudste van zes kinderen in het artistieke gezin van flamencodanser José Carrasco ‘El Sordo’ en zijn vrouw Cipriana Salazar Heredia. Het arme gezin moet meermaals verhuizen om elders nieuw werk te vinden en geld te verdienen in hotels en restaurants, alsook met de straatverkoop van schilderijen.
In een interview ter ere van haar laatste tournee zegt de 71-jarige Carrasco zich te herinneren hoe ze haar moeder zag huilen toen die haar gezin slechts één tomaat en één worstje kon aanbieden. De dan 9-jarige Manuela, die dolgraag met andere Roma-kinderen zingt en danst, neemt zich voor als danser geld te gaan verdienen voor de hele familie en honger altijd te voorkomen.
Ze begint met straatoptredens tijdens Andalusische festivals. Haar ooms, ook flamencodansers, leren haar alle juiste houdingen van schouders en armen tijdens de uitbundige en snelle bulerías en alegrías. In Tablao de Mariquilla weet ze als 9-jarige een optreden te ritselen door in de pauze van de artiesten haar dansschoenen aan te trekken en een paar tango’s en buleria’s te vertolken.
Met van haar tante geleende lipstift, nepwimpers en een opgevulde beha maakt ze de dag erna haar ‘professionele’ debuut in Tableo El Jaleo. Daar mag ze drie maanden lang meedansen voor 300 peseta’s per dag. Ze krijgt er drie dansjurken.
Vanaf dan danst ze van feest naar feest, van taverne naar taverne, waaronder de legendarische tableo Los Canasteros van flamencozanger Manolo Caracol. Flamencozanger Juan (Juanito) Villar neemt haar als ‘zus’ onder zijn hoede en leert haar hoe ze steeds meer geld moet vragen voor haar succesvolle optredens.
Samen initiëren ze eigen performances en festivals in Sevilla, de Spaanse hoofdstad van de flamenco. Carrasco is net zestien wanneer een optreden tijdens het Puebla-festival in 1974 voor een doorbraak zorgt: terwijl een van haar dansschoenen losschiet, besluit ze blootvoets door te dansen met een reeks energieke alegrías. Ze wordt de ster van het festival en wint haar eerste prijs.
Niet veel later zorgt Carrasco voor een inkomen voor de hele familie, van grootmoeder en ooms tot broers en ouders. Haar ouders, bang om dat inkomen te verliezen, verbieden haar te trouwen met flamencogitarist Joaquin Amador.
Toch kiest Carrasco voor de liefde, vlucht met Amador en begint met hem een nieuw leven. Het stel krijgt twee dochters, Zamara en Manuela jr., en reist met eigen shows door Spanje, Argentinië, Japan en de Verenigde Staten. Ze maken samen internationaal furore. De beroemde gitarist en componist Paco de Lucia prijst haar man als ‘de gitarist met de beste duim van Spanje’.
Zelf breekt Carrasco in 1995 door op het witte doek dankzij haar optreden in de film Flamenco (1995), waarin cineast Carlos Saura een groot aantal flamenco-artiesten laat opdraven in een oud treinstation in Sevilla. Tussen schilderijen als decorstukken vertolken de artiesten met enorme toewijding dertien verschillende palos, die elk een uniek ritme (compás) en eigen dansstijl hebben. De befaamde cameraman Vittorio Storaro geeft het geheel een weelderig aanzien. De film wordt een walhalla voor iedere flamencoliefhebber.
Carrasco gaat daarna talloze allianties aan, zoals met wijlen zangers El Chocolate, Fernanda de Utrera en Fosforito – hun optredens zijn inmiddels historisch erfgoed, net als haar monumentale soleá met zanger José Mercé. Als een draak waakt Carrasco over de wortels van de flamenco gitana, gevormd door alle invloeden die de Roma als rondtrekkend volk meebrachten vanuit India, het Midden-Oosten en Zuid-Europa.
Maar na bijna zestig jaar op de planken draagt ze in 2021 het stokje over aan haar dochter Manuela Jr. Alleen voor gastoptredens komt ze nog het podium op. Zoals vanavond tijdens het openingsgala van de tiende editie van de Flamenco Biënnale, waarna brutale avonturiers zoals Israel Galván, Luz Arcas en Rocío Molina tot eind oktober tijdens het festival de vernieuwing in de flamenco laten zien.
3x uitspraken van Manuela Carrasco
* ‘Beter laat dan nooit.’ Met die woorden bedankte de toen 65-jarige koningin van de zigeunerdans de jury voor de toekenning van de prestigieuze Compás del Cante 2019, alias ‘de Nobelprijs voor de Flamenco’. Meestal ontvangen flamencosterren deze prijs eerder in hun carrière.
* ‘Ik heb mijn hele leven gewerkt om mijn gezin, mijn grootmoeder, tante, oom, wie het mij ook maar vroeg, te onderhouden. En ik vind het niet erg om dat te doen, omdat ik een krijger ben en niet weet hoe ik ‘nee’ moet zeggen.’
* ‘Ik vergeet nooit de houding van mijn voeten en armen. Ook niet als ik stil sta. Bij dansen is alles belangrijk, je blik, de beweging van je hoofd, de manier waarop je je rok oppakt, alles.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant