Method-acting Acht jaar nadat hij had laten weten te stoppen, is acteur Daniel Day-Lewis terug. Interessant is dat Day-Lewis zich inmiddels afzet tegen ‘method acting’. Curieus, want de gevoelige Day-Lewis geldt als dé Britse exponent van die vooral Amerikaanse, binnenvettende acteerschool.
Acteur Daniel Day-Lewis tijdens de première van 'Anemone' in New York.
De Britse acteur Daniel Day-Lewis (68) is terug. Acht jaar geleden liet hij na de film Phantom Thread weten te stoppen. De film over een pietluttige modetycoon werd opgenomen in een echt 18de eeuws Londense stadsvilla om een formele, gesloten wereld op te roepen, zei een schuldbewuste regisseur P.T. Anderson. Maar de acteur kon zich nergens afzonderen in deze mierenhoop, werd daar kriegel van en ging zich inbeelden dat iedereen hem een aansteller vond.
Nu is Daniel Day-Lewis terug met een film: Anemone, geregisseerd door zijn 27-jarige zoon Ronan. En geeft hij zelfs twee interviews – „gods wreedste grap”, noemde hij die ooit. Hij was nooit met pensioen, heet het in The New York Times. Het was slechts een sabbatical: lapte hij ooit een jaar schoenen in Florence, nu leerde hij violen bouwen in Boston. Day-Lewis zou ook weer openstaan voor andere rollen. Zou het? Dat is afwachten: zegt hij dat deze rol eenmalig is, dan versterkt hij de indruk dat de comeback alleen dient om zijn zoon op weg te helpen als regisseur. Hij schreef ook mee aan het script over oorlogsveteraan Ray die zich in het bos verstopt tot zijn broer Jem (Sean Bean) hem komt halen. Anemone krijgt een zuinige pers: geweldig acteerwerk, film zo-zo. Ronan moet hierna dus nog bewijzen dat hij geen nepo-baby is.
Interessant is dat Day-Lewis zich inmiddels afzet tegen ‘method acting’. ‘Full method’ gaan behelst volgens hem vaak dat acteurs „zich als idioten gedragen” en zich focussen op onbeduidende details en zelfkastijding.
Curieus, want de gevoelige Day-Lewis geldt als dé Britse exponent van die vooral Amerikaanse, binnenvettende acteerschool – de Britse acteertraditie is meer technisch: „Onthoud je tekst en loop geen meubels omver”. Hij bereidde zich altijd intens voor op zijn gekwelde personages, bulkte op of mergelde zichzelf uit, bleef weken of zelfs maanden ‘in character’ – Spielberg moest hem op de set van Lincoln aanspreken met ‘Mr. President’. Voor The Unbearable Lightness of Being leerde hij Tsjechisch, voor The Gangs of New York werd hij keurslager, voor The Last of the Mohicans overleefde hij in het woud op wat hij zelf joeg, viste of plukte.
Bij Daniel Day-Lewis doet acteren pijn, en dat resulteerde in sublieme vertolkingen. Niks mis met zelfkwelling dus, wat hij daar nu ook over beweert. Anders ligt het met acteurs die in naam van ‘The Method’ cast, crew en regisseur koeioneren en alles ondergeschikt maken aan hun ‘proces’. Marlon Brando was een wispelturige, veeleisende tiran op filmsets. Hij leerde acteurs dat genie samenvalt met hufterigheid, Day-Lewis dat het overgave behelst. Dat valt te verdedigen, sadisme niet. Dat acteur Jeremy Strong zich isoleert van zijn meewarige collega’s om de stuurse Kendall Roy te spelen in Succession: prima. Dat Jared Leto zijn mede-acteurs dode ratten en gebruikte condooms stuurde als Batman-schurk The Joker: niet prima.
Met twee dagen eenzame opsluiting zonder water of brood (The Name of the Father) of in lendedoek rillen in het bos had Day-Lewis alleen zichzelf. Wellicht mopperde de crew toen hij als spastische Christy Brown in My Left Foot weken in een rolstoel zat, zich liet voeren en optillen – maar dat was een stuk vervelender voor de acteur zelf, die er in 1990 de eerste van zijn drie Oscars mee won. Laten we hopen dat hij echt terugkeert als film-opa, gepijnigd of niet.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC